Samenvatting

Het maatschappelijk welbevinden van Utrechters blijft stabiel over de jaren. Ongeveer 1 op de 6 Utrechters heeft zich het afgelopen jaar gediscrimineerd gevoeld. Er bestaan grote wijkverschillen in de mate waarin Utrechters hoopvol zijn over de toekomst van de buurt. Daarnaast verschillen Utrechters sterk in de mate van sociaal vertrouwen.

Kerncijfers

 2016201720182019
% inwoners dat zich gediscrimineerd voelt15141416
score sociale cohesie*5,85,85,85,8
score maatschappelijk welbevinden**7,77,87,97,8
% inwoners (zeer) eens met: over het algemeen zijn de meeste mensen wel te vertrouwen--7172
% inwoners (zeer) eens met: je kan niet voorzichtig genoeg zijn in de omgang met anderen--2624

* Score sociale cohesie is gebaseerd op de volgende stellingen: de mensen in deze buurt kennen elkaar niet zo goed, de mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om, ik voel me prettig bij de mensen in deze buurt, ik woon in een gezellige buurt en mensen uit mijn buurt gaan veel met elkaar om.
** Score maatschappelijk welbevinden welbevinden is gebaseerd op de volgende stellingen: mensen zoals ik hebben het slecht in Nederland, de samenleving accepteert me niet echt, in deze samenleving ben ik niet belangrijk en mensen zoals ik voelen zich achtergesteld in Nederland.
Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Scores maatschappelijk welbevinden en sociale cohesie blijven stabiel

Het maatschappelijk welbevinden onder Utrechters van 16 jaar en ouder is de afgelopen jaren stabiel (rond een score van 7,8). De score voor sociale cohesie verandert nauwelijks door de jaren heen. Inwoners uit Overvecht en Binnenstad geven vaker dan de gemiddelde Utrechter aan dat mensen in de buurt elkaar niet zo goed kennen (resp. 59% en 57% tegenover 47% gemiddeld). Voor bewoners van Noordoost, Vleuten-De Meern en West ligt dit aandeel lager (rond 39%). Bijna tweederde (62%) van de Utrechters voelt zich prettig bij de mensen die wonen in hun buurt. Dit zijn twee van de stellingen die ten grondslag liggen aan de score sociale cohesie.

Ervaren discriminatie blijft stabiel, komt het vaakst voor op straat

16% van de Utrechters geeft aan zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd te hebben gevoeld, dit is een vergelijkbaar aandeel inwoners als het jaar ervoor. Vaak genoemde redenen voor discriminatie zijn huidskleur, etniciteit of afkomst (9%), geslacht (3%) en geloof (3%). Dit jaar is voor het eerst gevraagd waar men zich gediscrimineerd voelde. Discriminatie komt het vaakst voor op straat (9%) en op werk, stage of tijdens een sollicitatie (6%). Waar inwoners uit Overvecht (26%) en Zuidwest (19%) vaker dan gemiddeld te maken hebben met discriminatie, geldt voor inwoners van Noordoost en Vleuten-De Meern een mindere mate van discriminatie (resp. 11% en 12%). Utrechters t/m 44 jaar voelen zich vaker dan gemiddeld gediscrimineerd, 65-plussers voelen zich minder vaak dan gemiddeld gediscrimineerd.

Art. 1 Midden Nederland is een expertisecentrum voor gelijke behandeling en discriminatiezaken. Zij voeren onder andere de klachtbehandeling uit van discriminatiemeldingen van inwoners uit de provincie Utrecht. Art. 1 Midden Nederland heeft in 2019 172 meldingen ontvangen van voorvallen van discriminatie in de stad Utrecht (ongeacht de woonplaats van de melder). In 2018 lag dit aantal meldingen op 147. Het aantal Utrechters dat in 2019 melding maakte van discriminatie is 176. In 2018  ging dit om 159 meldingen. Deze gemelde voorvallen hebben niet uitsluitend in de stad Utrecht plaatsgevonden, maar betreffen ook andere plaatsen. Er lijkt sprake van een toename in het aantal meldingen, al zijn betrouwbare vergelijkingen moeilijk te maken omdat Art.1 MN sinds 2019 op een andere wijze de cijfers voor de rapportage genereert en rapporteert.

Wijkverschillen in hoopvol zijn over toekomst buurt

In de Inwonersenquête is gevraagd in hoeverre mensen het moeilijk vinden om hoopvol te zijn over de toekomst van Nederland, Utrecht en de buurt waarin ze wonen. 27% van de Utrechters vindt het moeilijk hoopvol te zijn met betrekking tot de toekomst van Nederland, dit is een toename ten opzichte van 2018, toen 24% aangaf het moeilijk te vinden om hoopvol te zijn over de toekomst van het land. Een op de vijf Utrechters geeft aan het moeilijk te vinden om hoopvol te zijn over de toekomst van de stad en een evenredig aandeel over de toekomst van de buurt (20%). Deze cijfers laten een vergelijkbaar beeld zien met het jaar ervoor. Opvallend zijn de grote verschillen tussen de wijken over het al dan niet hoopvol zijn over de toekomst van de buurt. In Oost, Noordoost en Binnenstad vindt tussen 11% en 16% van de inwoners het moeilijk hoopvol te zijn tegenover 41% in Overvecht en 25% in Zuidwest. In Overvecht is een duidelijke afname te zien ten opzichte van 2016, toen 56% van de inwoners het aangaf het moeilijk te vinden om hoopvol te zijn. Binnen een wijk bestaan soms ook verschillen, zoals tussen de subwijken van Zuidwest, waar 17% van de inwoners van Dichterswijk en Rivierenwijk het moeilijk vindt om hoopvol te zijn over de toekomst van de buurt, tegenover 29% van Transwijk en Kanaleneiland. Ook zijn er sterke verschillen per leeftijdsgroep. Van de 16 tot en met 29 jarigen vindt 16% het moeilijk hoopvol te zijn over de toekomst van de buurt, bij de 65-plussers is dat 33% (vergeleken met het stadsgemiddelde van 20%).

Grote verschillen in mate van sociaal vertrouwen naar achtergrondkenmerken

Aan Utrechters van 16 jaar en ouder is gevraagd naar de ervaren mate van sociaal vertrouwen. Concreet zijn twee stellingen voorgelegd: ‘over het algemeen zijn de meeste mensen wel te vertrouwen’ en ‘je kan niet voorzichtig genoeg zijn in de omgang met anderen’. 72% van de Utrechters vindt dat over het algemeen de meeste mensen wel te vertrouwen zijn en 24% vindt dat je niet voorzichtig genoeg kunt zijn. De mate van sociaal vertrouwen verschilt behoorlijk per wijk. 56% van de inwoners van Overvecht geeft aan de meeste mensen wel te vertrouwen, tegenover 85% van de inwoners van Noordoost en 83% van de inwoners van Oost en Binnenstad. Daarnaast zijn er duidelijke verschillen waarneembaar in opleidingsniveau. Zo zijn Utrechters die geen opleiding hebben gevolgd of alleen het lager (beroeps)onderwijs hebben afgerond minder vaak van mening dat de meeste mensen over het algemeen wel te vertrouwen dan gemiddeld in Utrecht (48% versus 72%). Dit zelfde geldt bijvoorbeeld voor Utrechters met een mbo-opleiding of een havo/vwo-diploma op zak (60%). Mensen met een afgeronde hbo- of wetenschappelijke opleiding zijn juist vaker van mening dat de meeste mensen wel te vertrouwen zijn (84%).

Uit onderzoek van het CBS blijkt dat het aandeel van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder dat vertrouwen heeft in de medemens in de periode 2012–2017 is gestegen. Ook het vertrouwen in instituties, zoals rechters, politie, de Tweede Kamer en de Europese Unie, groeide in deze periode. Wel zijn er grote verschillen tussen bevolkingsgroepen, waarbij vooral opleiding onderscheidend is. Zo heeft van de laagst opgeleiden 39 procent vertrouwen in de medemens, van de hoogst opgeleiden is dat 84 procent. Daarnaast hebben jongeren meer vertrouwen dan ouderen. Dit beeld van vertrouwen in de medemens zien we ook in de Utrechtse cijfers. Uit het onderzoek van het CBS blijkt dat Utrecht zowel op sociaal als institutioneel vertrouwen het lijstje van de G4 aanvoert.

Bron: rapportage CBS: Vertrouwen op de kaart (mei 2018).

Aandeel inwoners dat (zeer) eens is met de volgende stellingen:

 2016201720182019
de mensen in deze buurt kennen elkaar niet zo goed*44444747
de mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om*66696969
ik woon in een gezellige buurt*55555757
de mensen in deze buurt gaan veel met elkaar om*25252525
ik voel me prettig bij de mensen die in deze buurt wonen*59606162
mensen zoals ik hebben het slecht in Nederland**5555
de samenleving accepteert me niet echt**5555
in deze samenleving ben ik niet belangrijk**10101011
mensen zoals ik voelen zich in Nederland achtergesteld**7778

* Deze stelllingen liggen ten grondslag aan de score sociale cohesie.
** Deze stellingen liggen ten grondslag aan de score maatschappelijk welbevinden.
Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

 

Aandeel inwoners dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld

 2016201720182019
vanwege huidskleur, etniciteit of afkomst8789
vanwege geslacht (vrouw of man)3343
vanwege seksuele geaardheid1112
vanwege leeftijd3223
vanwege handicap1111
vanwege geloof3333

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

 

Aandeel inwoners dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld op de volgende locatie:

 

2016

2017

2018

2019

buiten op straat---9
school/universiteit---2
werk/stage/sollicitatie---6
horeca en uitgaan---3
winkels---3
sportclub---1
overheid (bijv. gemeente, UWV)---2
openbaar vervoer---2
woningmarkt---1
social media---2

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht