Samenvatting

Aan het begin van de crisis was een sterke toename te zien in het vertrouwen in de landelijke politiek. Eind 2020 daalde dit vertrouwen, maar was het nog altijd hoger dan voor de crisis. Sommige maatregelen die genomen zijn om het coronavirus in te dammen kunnen rekenen op een hoog draagvlak (bijvoorbeeld de hygiëne maatregelen). Andere maatregelen hebben minder draagvlak, zoals de bezoekregeling. Bijna zes op de tien (58%) panelleden van het Utrechtse Bewonerspanel ervaarden aan het begin van de coronacrisis meer saamhorigheid in de samenleving. Dit aandeel daalt naarmate de crisis vordert.

Gevoel van saamhorigheid daalt na hoog aandeel in eerste lockdown

Uit de Inwonersenquête 2019 blijkt dat bijna twee derde (62%) van de Utrechters zich prettig voelt bij de mensen die wonen in hun buurt. Ook komt naar voren dat er verschillen bestaan tussen wijken als het gaat om of mensen elkaar in de buurt goed kennen. De score voor sociale cohesie (berekend o.b.v. een aantal stellingen) veranderde nauwelijks door de jaren heen. Bijna driekwart (72%) van de Utrechters gaf in 2019 aan dat de meeste mensen wel te vertrouwen zijn. Het vertrouwen is vooral hoog in Noordoost, Oost en Binnenstad, en lager in Overvecht. 

Aan het begin van de coronacrisis was te zien dat het gevoel van saamhorigheid in de samenleving hoog was. 58% van de Utrechtse leden van het Bewonerspanel gaf in april 2020 aan meer saamhorigheid te ervaren. In een jaar tijd is dit gevoel afgenomen naar 18% in februari 2021. Het SCP geeft aan dat landelijk bezien de toename van het gevoel van saamhorigheid aan het begin van de crisis tijdelijk was. Het vertrouwen in anderen is na een lichte stijging weer terug op het niveau van voor de crisis. Daarnaast is er een andere ontwikkeling gaande. Twee derde van de Nederlanders denkt dat de tegenstellingen tussen groepen door de coronacrisis juist toenemen. Informatie over polarisering en radicalisering is te lezen in het hoofdstuk Veiligheid.

Uit onderzoek van het CBS blijkt dat het aandeel van de Nederlandse bevolking van 15 jaar en ouder dat vertrouwen heeft in de medemens in de periode 2012–2017 is gestegen. Ook het vertrouwen in instituties, zoals rechters, politie, de Tweede Kamer en de Europese Unie, groeide in deze periode. Wel zijn er grote verschillen tussen bevolkingsgroepen, waarbij vooral opleiding onderscheidend is. Zo heeft van de laagst opgeleiden 39% vertrouwen in de medemens en van de hoogst opgeleiden 84%. Daarnaast hebben jongeren meer vertrouwen dan ouderen. Dit beeld van vertrouwen in de medemens zien we ook in de Utrechtse cijfers. Uit het onderzoek van het CBS blijkt dat Utrecht zowel op sociaal als institutioneel vertrouwen het lijstje van de grootste vier gemeenten aanvoert.
Bron: rapportage CBS: Vertrouwen op de kaart (mei 2018).

Institutioneel vertrouwen en aanpak overheid coronacrisis 

Aan het begin van de coronacrisis was landelijk een sterke toename te zien in het vertrouwen in de politiek, zo rapporteert het SCP. In januari 2020 gaf iets meer dan 50% van de respondenten de Tweede Kamer en de regering een voldoende, in april 2020 was dit ruim 70%. Eind 2020 is dit vertrouwen gedaald, maar nog altijd hoger dan voor de crisis. Sinds december is er in Nederland opnieuw een lockdown afgekondigd. Het RIVM laat in haar onderzoek zien dat het vertrouwen dat men heeft in de aanpak van de overheid begin 2021 verder afneemt.

Het RIVM voert samen met de GGD-en zeer regelmatig gedragsonderzoek uit. Specifiek voor de GGD regio Utrecht is in de peiling van 10 tot 14 februari 2021 te zien dat 42% van de ondervraagden (veel) vertrouwen heeft in de manier waarop de Nederlandse overheid probeert het coronavirus onder controle te houden. 16% heeft (helemaal) geen vertrouwen en 42% is neutraal. Dit komt overeen met het landelijke beeld. Daarnaast zijn verschillen waarneembaar naar leeftijd: 22% van de 16-39-jarigen heeft (helemaal) geen vertrouwen in de aanpak van de overheid tegenover 10% bij de 70-plussers. Ten opzichte van augustus is een daling zichtbaar van mensen die vertrouwen hebben in de aanpak van de overheid. De daling is het grootst bij de groep 16-39 jaar (daling van 23 procent punt sinds augustus tegenover een daling van 15 procentpunt voor alle deelnemers).

 

 

Deel van de maatregelen kent stabiel hoog draagvlak, voor andere maatregelen neemt draagvlak af

Een landelijke peiling van het RIVM (februari 2021) laat zien dat de grote meerderheid nog achter de hygiënemaatregelen staat (85%-92%). De bezoekmaatregelen hebben minder draagvlak (56%-78%). De avondklok kan rekenen op steun van 71% van de bevolking. Ten opzichte van de vorige peiling in januari is vooral het draagvlak van de bezoekmaatregelen gedaald: van 79% naar 57%. De verwachting is dat het draagvlak voor de avondklok ook verder zal dalen.

Uit de peiling van het RIVM en de GGD regio Utrecht blijkt dat bijna de helft van de deelnemers vindt dat de Nederlandse overheid voldoende maatregelen neemt om verdere verspreiding van het virus te beperken, 24% vindt dat de overheid teveel doet en 20% vindt dat de overheid te weinig doet.

 

56% geeft aan dat (soms) niet iedereen zichzelf kan zijn en gelijk behandeld wordt

Uit de Inwonersenquête van 2019 blijkt dat 16% van de Utrechters zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld. Waar inwoners uit Overvecht (26%) en Zuidwest (19%) vaker dan gemiddeld gediscrimineerd voelen, ervaren inwoners van Noordoost en Vleuten-De Meern dit in mindere mate (resp. 11% en 12%). Utrechters t/m 44 jaar voelen zich vaker dan gemiddeld gediscrimineerd, 65-plussers voelen zich minder vaak dan gemiddeld gediscrimineerd.

Om erachter te komen of iedereen zichzelf kan zijn en gelijk behandeld wordt in Utrecht, is afgelopen zomer (2020) een flitspeiling uitgevoerd onder Utrechters van 18 jaar of ouder. 23% van de deelnemers geeft aan er zeker van te zijn dat niet iedereen zichzelf kan zijn en gelijk behandeld wordt en 33% geeft aan dat dat soms niet het geval is. Meer dan de helft van de respondenten denkt dat discriminatie plaatsvindt in Utrecht. Bijna de helft (47%) kan een situatie noemen waarin iemand niet gelijk behandeld werd. Bijvoorbeeld mensen van de LGBTQ+ gemeenschap die uitgescholden, nageroepen of mishandeld werden of mensen die bij sollicitaties minder snel een baan of stage kregen.

Art. 1 Midden Nederland is een expertisecentrum voor gelijke behandeling en discriminatiezaken. Zij voeren onder andere de klachtbehandeling uit van discriminatiemeldingen van inwoners uit de provincie Utrecht. Art. 1 Midden Nederland heeft in 2020 237 meldingen ontvangen van voorvallen van discriminatie in de stad Utrecht (ongeacht de woonplaats van de melder). In 2019 lag dit aantal meldingen op 172. Het aantal Utrechters dat in 2020 melding maakte van discriminatie is 352. Dit is een verdubbeling ten opzichte van het jaar ervoor, toen 176 meldingen werden gemaakt. Deze gemelde voorvallen hebben niet uitsluitend in de stad Utrecht plaatsgevonden, maar betreffen ook andere plaatsen. Art. 1 MN geeft aan dat een groot deel van de meldingen in 2020 gingen over een lied dat beledigend was voor mensen van Chinese afkomst. Daarnaast lijken de Black Lives Matter-demonstraties ervoor te hebben gezorgd dat meer mensen geneigd waren een melding te doen van hun ervaring van discriminatie.

Bron: Art. 1 Midden Nederland, 2020

Kerncijfers

 20172018201920201
% inwoners dat zich gediscrimineerd voelt141416-
score sociale cohesie25,85,85,8-
score maatschappelijk welbevinden37,87,97,8-
% inwoners (zeer) eens met: over het algemeen zijn de meeste mensen wel te vertrouwen-7172-
% inwoners (zeer) eens met: je kan niet voorzichtig genoeg zijn in de omgang met anderen-2624-

1 In 2020 is geen gemeentelijke Inwonersenquête afgenomen. Deze enquête houden we elke twee jaar. In 2022 zijn hiervan nieuwe cijfers beschikbaar.
2 Score sociale cohesie is gebaseerd op de volgende stellingen: de mensen in deze buurt kennen elkaar niet zo goed, de mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om, ik voel me prettig bij de mensen in deze buurt, ik woon in een gezellige buurt en mensen uit mijn buurt gaan veel met elkaar om.
3 Score maatschappelijk welbevinden welbevinden is gebaseerd op de volgende stellingen: mensen zoals ik hebben het slecht in Nederland, de samenleving accepteert me niet echt, in deze samenleving ben ik niet belangrijk en mensen zoals ik voelen zich achtergesteld in Nederland.
Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Aandeel inwoners dat (zeer) eens is met de volgende stellingen:

 2017201820192020
de mensen in deze buurt kennen elkaar niet zo goed*444747-
de mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om*696969-
ik woon in een gezellige buurt*555757-
de mensen in deze buurt gaan veel met elkaar om*252525-
ik voel me prettig bij de mensen die in deze buurt wonen*606162-
mensen zoals ik hebben het slecht in Nederland**555-
de samenleving accepteert me niet echt**555-
in deze samenleving ben ik niet belangrijk**101011-
mensen zoals ik voelen zich in Nederland achtergesteld**778-

* Deze stelllingen liggen ten grondslag aan de score sociale cohesie.
** Deze stellingen liggen ten grondslag aan de score maatschappelijk welbevinden.
Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Aandeel inwoners dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld

 2017201820192020
vanwege huidskleur, etniciteit of afkomst789-
vanwege geslacht (vrouw of man)343-
vanwege seksuele geaardheid112-
vanwege leeftijd223-
vanwege handicap111-
vanwege geloof333-

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Aandeel inwoners dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld op de volgende locatie:

 

2017

2018

2019

2020
buiten op straat--9-
school/universiteit--2-
werk/stage/sollicitatie--6-
horeca en uitgaan--3-
winkels--3-
sportclub--1-
overheid (bijv. gemeente, UWV)--2-
openbaar vervoer--2-
woningmarkt--1-
social media--2-

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Global Goals dashboard

Utrecht wil een stad zijn waarin gezondheid en leefbaarheid voorop staan. We stoppen daarom energie in een betere kwaliteit van leven voor iedereen. Internationaal leveren we daarmee een bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Dat zijn de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN) om samen te werken aan een betere wereld voor iedereen.

Voor Sociale kracht gaat het om de stedelijke doelstellingen Veerkracht en gelijke kansen en Zorg dichtbij en op maat. De SDG’s richten zich op:  

  • Gezondheid en welzijn: Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden.
  • Goed Onderwijs: Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen.
  • Gendergelijkheid: Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes.
  • Industrie, innovatie en infrastructuur: Bouw veerkrachtige infrastructuur, bevorder inclusieve en duurzame industrialisering en stimuleer innovatie.
  • Ongelijkheid verminderen: Dring ongelijkheid in en tussen landen terug.
  • Duurzame steden: Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam. Toegang voor iedereen voorzien tot veilige, inclusieve en toegankelijke, groene en openbare ruimtes, in het bijzonder voor vrouwen en kinderen, ouderen en personen met een handicap.

Naar het dashboard