Samenvatting

  • Utrechters minder hoopvol over de toekomst sinds de coronacrisis
  • Maatschappelijk welbevinden neemt af
  • 17% voelde zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd
  • Gevoel van meer saamhorigheid neemt sterk af
  • Sociale cohesie neemt toe in tijden van corona
  • Verschillen in de stad naar vertrouwen in medemens

Kerncijfers

 2018201920202021
% inwoners dat het moeilijk vindt om hoopvol te zijn over de toekomst van de buurt2120-27
% inwoners dat het moeilijk vindt om hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht2020-28
% inwoners dat het moeilijk vindt om hoopvol te zijn over de toekomst van Nederland2427-40
score maatschappelijk welbevinden*7,97,8-7,6
% inwoners dat zich gediscrimineerd voelt1416-17
score sociale cohesie**5,85,8-6,0
% inwoners (zeer) eens met: over het algemeen zijn de meeste mensen wel te vertrouwen7172-72
% inwoners (zeer) eens met: je kan niet voorzichtig genoeg zijn in de omgang met anderen2624-27

* Score maatschappelijk welbevinden is gebaseerd op de volgende stellingen: mensen zoals ik hebben het slecht in Nederland, de samenleving accepteert me niet echt, in deze samenleving ben ik niet belangrijk en mensen zoals ik voelen zich achtergesteld in Nederland.
** Score sociale cohesie is gebaseerd op de volgende stellingen: de mensen in deze buurt kennen elkaar niet zo goed, de mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om, ik voel me prettig bij de mensen in deze buurt, ik woon in een gezellige buurt en mensen uit mijn buurt gaan veel met elkaar om.
Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Utrechters minder hoopvol over de toekomst sinds de coronacrisis

Dat geldt voor zowel het hoopvol zijn over de toekomst van Nederland, Utrecht en de buurt. Het aandeel Utrechters dat moeite heeft om hoopvol te zijn over de toekomst van Nederland neemt toe van 27% in 2019 naar 40% in 2021. Met de hoop over Utrecht en de buurt is het beter gesteld, al zien we daar ook een negatieve ontwikkeling. Zo is het aandeel Utrechters dat het moeilijk vindt om hoopvol te zijn over de toekomst van Utrecht en van de buurt toegenomen van beide 20% in 2019 naar respectievelijk 28% en 27% in 2021. Inwoners van Overvecht en Zuidwest geven vaker dan gemiddeld aan dat ze het moeilijk vinden om hoopvol te zijn over de toekomst van hun buurt. Inwoners van Noordoost en Oost geven dit minder vaak aan. Daarnaast zijn inwoners in oudere leeftijdsgroepen hier vaker pessimistisch over dan jongeren. 

 

Maatschappelijk welbevinden neemt af

Gedurende de coronacrisis is het maatschappelijk welbevinden afgenomen van een score 7,8 (2019) naar 7,6 (2021). Relatief meer Utrechters geven aan dat ze het gevoel hebben in deze samenleving niet belangrijk te zijn en dat de samenleving hen niet echt accepteert. Dit zijn twee van de vier stellingen waarmee we maatschappelijk welbevinden meten (een score die ligt tussen 1 en 10). We zien hierin grote verschillen in de stad. Utrechters met basisonderwijs of vmbo-opleiding (hoogst behaald), inwoners die precies of slecht kunnen leven van hun inkomen en Utrechters met een lichamelijke of psychische beperking komen uit op een lager maatschappelijk welbevinden dan gemiddeld in de stad. In de wijk Overvecht ligt het maatschappelijk welbevinden lager dan gemiddeld, in West, Noordoost, Oost en Binnenstad juist hoger.

17% voelde zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd

Ten opzichte van 2019 lijkt dit aandeel stabiel, maar als we verder terugkijken zien we dat het aandeel over de jaren toeneemt (14% in 2018). Inwoners van Overvecht voelen zich vaker gediscrimineerd dan gemiddeld (26%), inwoners van Noordoost en Oost minder vaak (resp. 12% en 13%). Jongeren ervaren vaker discriminatie dan gemiddeld. Ook inwoners met een lichamelijke of psychische beperking, inwoners die precies of slecht kunnen leven van hun inkomen en inwoners met een havo-, vwo- of mbo-opleiding (hoogst behaald) ervaren vaker discriminatie dan gemiddeld. De vaakst genoemde reden voor discriminatie is huidskleur, etniciteit of afkomst. Discriminatie komt het vaakst voor op straat en op werk, stage of tijdens een sollicitatie. Vergeleken met 2019 geven iets meer Utrechters aan discriminatie te ervaren op de woningmarkt (van 1% naar 3% in 2021). Ook Utrechters in een kwetsbare positie (panel Meetellen) zijn gevraagd naar hun ervaring met discriminatie, deze informatie vindt u in het hoofdstuk Zelfredzaamheid.

Art. 1 Midden Nederland is een expertisecentrum voor gelijke behandeling en discriminatiezaken. Zij voeren onder andere de klachtbehandeling uit van discriminatiemeldingen van inwoners uit de provincie Utrecht. Art.1 Midden Nederland ontving in 2021 in Utrecht 268 meldingen van discriminatie. Dit is minder dan in 2020 (352 meldingen). Een verklaring voor de daling is het coronalied van 2020, één incident waarover 140 inwoners een melding deden. In 2021 waren er geen bulkmeldingen, maar alleen unieke meldingen. De gemelde voorvallen hebben niet uitsluitend in de stad Utrecht plaatsgevonden, maar betreffen ook andere plaatsen. Als we kijken naar de discriminatiemeldingen die uitsluitend in de stad Utrecht hebben plaatsgevonden (ongeacht de woonplaats van de melder), waren dat in 2021 269 meldingen. Dit is ten opzichte van 2019 en 2020 in absolute zin toegenomen.

Gevoel van meer saamhorigheid neemt sterk af

Aan het begin van de coronacrisis was te zien dat het gevoel van saamhorigheid in de samenleving hoog was. 58% van de Utrechtse leden van het Bewonerspanel gaf in april 2020 aan meer saamhorigheid te ervaren. In de peilingen daarna neemt dit aandeel af en in januari 2022 ervaart nog 7% meer saamhorigheid dan voor corona.

Sociale cohesie neemt toe in tijden van corona

Waar we negatieve ontwikkelingen zien op een wat abstracter niveau (samenleving), zien we juist positieve ontwikkelingen op meer lokaal niveau – dichterbij de respondent.  Het aandeel inwoners dat vindt dat 'mensen in deze buurt op een prettige manier met elkaar omgaan' is toegenomen van 69% in 2019 tot 73% in 2021. Ook geven meer mensen aan dat de mensen in de buurt veel met elkaar omgaan en voelen meer Utrechters zich prettig bij de mensen in de buurt. Minder inwoners zeggen dat mensen in de buurt elkaar niet zo goed kennen (van 47% in 2019 naar 44% in 2021). Deze stellingen liggen ten grondslag aan de score voor sociale cohesie (een score tussen 1 en 10). De score sociale cohesie is toegenomen van een 5,8 in 2019 naar 6,0 in 2021. Niet overal in de stad is de score voor sociale cohesie even hoog, het varieert van een 4,9 in Tuinwijk tot een 6,8 in Oog in Al. Het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) schrijft in haar rapport Burgerperspectieven 2021- kwartaal 4 eveneens dat samenleven in de buurt beter gewaardeerd wordt dan samenleven in Nederland.

Verschillen in de stad naar vertrouwen in medemens

72% van de Utrechters is van mening dat over het algemeen de meeste mensen wel te vertrouwen zijn. Dit aandeel is vergelijkbaar met de periode voor de coronacrisis (2019). We zien verschillen in de stad als het gaat om vertrouwen in de medemens. Inwoners van Overvecht en Leidsche Rijn vinden relatief minder vaak dat de meeste mensen wel te vertrouwen zijn dan gemiddeld in Utrecht. Inwoners van Noordoost, Oost en Binnenstad vinden dit relatief juist vaker dan gemiddeld. Utrechters met basisonderwijs of een vmbo-opleiding en Utrechters met een havo-, vwo- of mbo-opleiding vinden minder vaak dan gemiddeld dat de meeste mensen wel te vertrouwen zijn. Het gaat hier om de hoogst behaalde opleiding. Dit geldt ook voor mensen met een lichamelijke of psychische beperking en mensen die precies of slecht kunnen leven van hun inkomen. Daarnaast is ook de stelling voorgelegd dat je niet voorzichtig genoeg kunt zijn in de omgang met anderen. Het aandeel Utrechters dat zich hierin kan vinden, is toegenomen van 24% in 2019 naar 27% in 2021. Meer informatie over vertrouwen in de landelijke en lokale overheid, lees je in het hoofdstuk Vertrouwen in Overheid.

In de Brede welvaart monitor van het CBS is ook de vraag opgenomen of over het algemeen de meeste wel te vertrouwen staat, aan inwoners van 15 jaar of ouder. Utrecht is een stad met een redelijk hoog vertrouwen, dat blijkt uit de 9e plek op een ranglijst van 206 deelnemende gemeenten. Ze staan ruim boven de overige G4-gemeenten.

Aandeel inwoners dat het (zeer) eens is met de volgende stellingen:

 2018201920202021
de mensen in deze buurt kennen elkaar niet zo goed*4747-44
de mensen in deze buurt gaan op een prettige manier met elkaar om*6969-73
ik woon in een gezellige buurt*5757-60
de mensen in deze buurt gaan veel met elkaar om*2525-30
ik voel me prettig bij de mensen die in deze buurt wonen*6162-64
mensen zoals ik hebben het slecht in Nederland**55-6
de samenleving accepteert me niet echt**55-6
in deze samenleving ben ik niet belangrijk**1011-12
mensen zoals ik voelen zich in Nederland achtergesteld**78-9

* Deze stelllingen liggen ten grondslag aan de score sociale cohesie.
** Deze stellingen liggen ten grondslag aan de score maatschappelijk welbevinden.
Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Aandeel inwoners dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld

 2018201920202021
vanwege huidskleur, etniciteit of afkomst89-9
vanwege geslacht (vrouw of man)43-4
vanwege seksuele oriëntatie12-2
vanwege leeftijd23-3
vanwege handicap11-1
vanwege geloof33-3

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Aandeel inwoners dat zich in de afgelopen 12 maanden gediscrimineerd heeft gevoeld op de volgende locatie:

 

2018

2019

20202021
buiten op straat-9-8
school/universiteit-2-2
werk/stage/sollicitatie-6-7
horeca en uitgaan-3-4
winkels-3-4
sportclub-1-1
overheid (bijv. gemeente, UWV)-2-3
openbaar vervoer-2-2
woningmarkt-1-3
social media-2-3
ergens anders-2-3

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht