Met de meeste Utrechters gaat het goed. Dit zien we onder andere aan persoonlijk welbevinden, ervaren gezondheid, inkomen, positie op de arbeidsmarkt, woontevredenheid, leefbaarheid en tevredenheid over voorzieningen in de stad.

Utrecht kent als grote stad met een diverse bevolking wel grote verschillen. Bijvoorbeeld gezondheidsverschillen, die door de jaren heen ook onverminderd groot blijven. Bij een deel van de Utrechters zien we een stapeling van problematieken zoals slecht kunnen rondkomen, een mindere gezondheid, psychische problematiek, eenzaamheid en minder meedoen in de maatschappij.

Verschillen en scheidslijnen tussen groepen inwoners en cumulatie van problematiek zien we terug in de Utrechtse wijken en buurten. Veel kinderen en jongeren hebben het moeilijk in deze tijd. Met name bij hen waar problematiek samenkomt. Ook in Utrecht staat het vertrouwen in de overheid onder druk. Het merendeel van de Utrechters gaat goed met elkaar om. Wel neemt de ervaren discriminatie van bewoners de afgelopen jaren toe.

De vraag of verschillen in de stad de afgelopen jaren groter of kleiner zijn geworden, zijn met de gegevens in deze monitor niet eenduidig te beantwoorden. Dit verschilt per onderwerp. Wel zien we dat de effecten van zowel corona als de huidige Oekraïnecrisis ongelijk uitpakken, enkele groepen zijn/worden veel zwaarder geraakt dan andere. Daarnaast zien we bij een groep Utrechters langdurige problematiek waarbij meerdere problemen samenkomen. Later in het jaar verschijnt een verdiepende analyse op scheidslijnen in de stad.

Utrecht is na Amsterdam de aantrekkelijkste grote stad om in te wonen. In een populaire en dure stad als Utrecht zijn er grote verschillen in woningbezit en in de toegang tot de woningmarkt. Recent zien we grotere kansen voor starters. De afgelopen twee jaar is de stad minder hard gegroeid dan verwacht.

De Utrechtse economie heeft de afgelopen twee jaar veel veerkracht laten zien. Zware tijden tijdens de lockdowns werden gevolgd door kwartalen met een sterke economische groei. Ook hier is sprake van een scheidslijn. Een deel van de ondernemers heeft met moeite het hoofd boven water kunnen houden. Anderen zagen kansen en zijn gestart of gegroeid. De werkloosheid in Utrecht is relatief laag vergeleken met andere grote steden. Voor de meeste beroepsgroepen heeft Utrecht inmiddels een zeer krappe arbeidsmarkt en is er sprake van een behoorlijke mismatch op de arbeidsmarkt. Door de internationale situatie is de onzekerheid rondom het voorspelde economisch herstel in 2022 groot.

Over een brede linie zien we een positieve trend richting een meer duurzame samenleving: meer elektrische auto’s, meer huizen met zonnepanelen, meer woningbezitters die bezig zijn met verduurzaming, steeds meer Utrechters die minder vlees eten. Door corona is het gebruik van de openbare ruimte in en om de stad geïntensiveerd.

Bevolking & bestuur

Bevolkingsontwikkeling

Het aantal inwoners van de gemeente Utrecht is in 2021 en 2022 blijven groeien, maar de coronapandemie heeft wel invloed gehad op de aard van deze ontwikkeling. Zo kwamen meer mensen te overlijden, waren er minder vestigers vanuit het buitenland en verhuisden in 2020 en 2021 ook meer Utrechters naar de regio of elders in het land. We weten nog niet of dit toegenomen vertrek een gevolg is van corona. Hierdoor groeide de bevolking tijdens de coronacrisis minder snel dan in de jaren ervoor. In januari 2022 telt de gemeente ruim 361.000 inwoners.

Wat de bevolkingsaanwas in de toekomst betreft wordt verwacht dat Utrecht in 2028 de grens van de 400.000 inwoners overschrijdt en dat de stad in 2040 meer dan 470.000 inwoners zal tellen. Procentueel vindt de sterkste groei plaats onder 65-plussers. De vergrijzing verloopt in Utrecht echter minder hard dan in de rest van het land. Utrecht is en blijft een jonge stad.
Meer dan een derde van de Utrechtse bevolking heeft een migratieachtergrond (37%). De groei van traditionele migratiegroepen is de laatste jaren niet meer zo sterk. Het aantal Utrechters zonder migratieachtergrond blijft redelijk stabiel. De groei van de Utrechtse bevolking vindt vooral plaats in andere migratiegroepen (bijv. Duitsland, India, China en Verenigd Koninkrijk). Utrecht kent anno 2022 167 verschillende nationaliteiten. Het aantal statushouders nam in coronajaar 2020 sterk af (-800) en bleef in 2021 stabiel.

Bestuur, vertrouwen in de overheid en bewonersparticipatie

De opkomst bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen bedroeg 56,3%. Dit is iets minder dan bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen, maar past binnen de schommelingen van de afgelopen 16 jaar (54% - 59%). Het opkomstpercentage van de laatste verkiezingen is wel hoger dan het landelijke gemiddelde en het hoogst van de vier grote steden. De meeste stemmen gingen respectievelijk naar GroenLinks, D66 en VVD. Met drie zetels is Volt de grootste nieuwkomer.
Het aantal partijen in de gemeenteraad neemt toe van 12 naar 15. Driekwart van de raadsleden stelde zich weer verkiesbaar en ongeveer de helft van de zittende raadsleden keert terug in de nieuwe raad. In de afgelopen raadsperiode werden bijna 1.800 moties en ruim 600 amendementen ingediend. Het merendeel werd ingetrokken of verworpen. Het onderwerp dat het vaakst terugkomt in de moties en amendementen is ruimtelijke ontwikkeling.

Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het vertrouwen in de overheid in Nederland onder druk staat. In 2021 is voor het eerst via de Inwonersenquête het vertrouwen gemeten dat Utrechters hebben in de lokale en landelijke overheid. Het vertrouwen in de lokale overheid (57%) ligt in Utrecht hoger dan het vertrouwen in de landelijke overheid (43%). Mensen met een hbo- of universitaire opleiding en 18 – 29-jarigen hebben het meeste vertrouwen en 65-plussers het minste vertrouwen. De wijken Overvecht en Vleuten-De Meern vallen op vanwege het lage vertrouwen. Een op de vijf bewoners in Overvecht geeft aan helemaal geen vertrouwen te hebben in de landelijke overheid.

Inwoners kunnen op verschillende manieren invloed uitoefenen op de gemeente. Eén op de vier inwoners maakt in 2021 een melding over de openbare ruimte. Ook één op de vier heeft aan een vorm van participatie gedaan, bijvoorbeeld door het bijwonen van een (digitale) bijeenkomst van de gemeente, contact met een bewonersgroep zoals het wijkplatform of online hun mening geven via een vragenlijst. Een derde van de Utrechters die iets hebben gedaan om invloed uit te oefenen op de gemeente, vindt dat de gemeente iets met hun bijdrage heeft gedaan. Op het gemeentelijke participatieplatform DenkMee zijn in 2021 15.000 reacties gekomen van burgers ten aanzien van in totaal 15 projecten.

Vier op de tien Utrechters heeft in 2021 buurtactiviteiten ondernomen, zoals het schoonhouden van de openbare ruimte. Een derde heeft daarbij ondersteuning nodig van de gemeente of een andere organisatie, bijvoorbeeld in de vorm van materialen en spullen of advies. Het aantal toegekende initiatieven gefinancierd vanuit het gemeentelijk Initiatievenfonds liep in de coronajaren terug van rond de 1.200 in 2019 naar 900 in 2020 en 2021. Door de coronamaatregelen kon een deel van de initiatieven niet doorgaan. Een minderheid van de Utrechters (29%) is bekend met dit fonds. De bekendheid is het laagst onder de leeftijdsgroep 18 tot en met 29 jaar.

Communicatie met de gemeente

De website Utrecht.nl is het dienstverleningskanaal van de gemeente Utrecht met de meeste contactmomenten. Het bezoek aan de website bleef in 2021 stabiel (rond de 5,6 miljoen). De site wordt door bezoekers, net zoals in de afgelopen jaren, beoordeeld met rapportcijfer 7,6. De klanttevredenheid over het contact per e-mail ligt een stuk lager (rapportcijfer 5,1). Door corona nam het aantal baliebezoeken sterk af als gevolg van maatregelen om de bezoekersstromen te beperken. Ook het aantal telefoontjes aan de gemeente nam af. Het gebruik van het gemeentelijke Servicepunt (gevestigd in het Stadskantoor en in wijkbureaus) verdubbelde in 2021 ten opzichte van 2020 (van ruim 1.000 naar ruim 2.200 bezoeken). Het Servicepunt is beschikbaar voor iedereen die wat hulp kan gebruiken bij zaken als het invullen van formulieren voor de gemeente.

De gemeente reageert actief op online uitlatingen over de gemeente op sociale media. Deze zogenoemde webcare vindt plaats via e-mail, chat, Facebook, Twitter en WhatsApp. In 2021 verliep de meeste webcare via Twitter, in totaal bijna 45.000 berichten. De telefoon is het meest favoriete communicatiekanaal van Utrechters om contact op te nemen met de gemeente. 55-plussers bellen het liefst, terwijl online chatten met een medewerker en WhatsApp jongeren meer aanspreekt. Informatie van de gemeente mag voor jongeren via een e-mail, ouderen ontvangen liever een brief.

In coronajaar 2020 daalde het aantal ingediende klachten, bezwaarschriften en beroepszaken van inwoners bij de gemeente Utrecht. In 2021 is er echter weer sprake van een stijging, alhoewel het totaal nog steeds onder dat van 2019 blijft. In totaal wordt 40% van de klachten gegrond verklaard (de inwoner krijgt gelijk). De klanttevredenheid van indieners van een klacht, komt uit op rapportcijfer 5,9. Bewoners wiens klacht gegrond wordt verklaard geven een hoger cijfer dan bewoners wiens klacht ongegrond is verklaard. 91% van de klachten wordt binnen de wettelijke termijn afgehandeld, bij bezwaarschriften ligt dit aandeel op 63%.

Het aantal ingediende Wob-verzoeken (vragen om informatie over het handelen van de overheid op basis van de Wet openbaarheid van bestuur) stijgt al jarenlang fors. In 2021 ontving de gemeente bijna 1.100 Wob-verzoeken. Ongeveer 9 op de 10 Wob-verzoeken wordt binnen de wettelijke termijn afgehandeld.


Fysieke leefomgeving

Wonen

Begin 2022 telt de gemeente Utrecht 162.450 woningen. In 2021 zijn 3.020 woningen toegevoegd aan de Utrechtse woningvoorraad door nieuwbouw, verbouw en woningsplitsing. Daarnaast zijn 274 woningen onttrokken aan de voorraad door sloop, verbouw en samenvoeging. De netto toename van het aantal woningen is in 2021 kleiner dan in 2020 (-7%).

Begin 2022 bestaat de woningvoorraad voor 45% uit koopwoningen, voor 30% uit bezit van woningcorporaties en voor 23% uit woningen in de particuliere verhuur. Het aandeel koopwoningen daalde in 2019 en 2020 in totaal van 47% naar 45%. Tegelijkertijd nam het aandeel particuliere huurwoningen in die periode toe van 20% naar 23%. In 2021 bleef het aandeel koop en particuliere verhuur vrijwel constant. Dit sluit aan op cijfers over kooptransacties naar type koper. Starters op de woningmarkt kopen meer, particuliere investeerders minder. Genomen maatregelen op de woningmarkt lijken te werken.

De gemiddelde verkoopprijs van een koopwoning in Utrecht steeg sterk het afgelopen jaar, van € 406.000 in 2020 naar € 470.000 in 2021. Procentueel is de stijging hoger dan gemiddeld in Nederland en het hoogst van de G4-gemeenten. Koopstarters betaalden in 2021 gemiddeld € 411.000 voor een woning, terwijl doorstromers een woning kochten voor gemiddeld € 578.000. De huurprijzen in de particuliere sector zijn in 2021 verder gestegen, maar minder hard dan de verkoopprijzen in de koopsector.

In 2021 waren de meeste Utrechters positief over hun woning en hun woonomgeving. Gemiddeld krijgt de woning een rapportcijfer 7,5 en de woonomgeving (‘algemeen buurtoordeel’) een rapportcijfer 7,3. Huurders zijn over het algemeen minder tevreden over hun woning en woonomgeving dan huiseigenaren. Huurders van corporaties zijn het minst tevreden over hun woning en woonomgeving.

Openbare ruimte & groen

Circa zeven op de tien leden van het Utrechtse Bewonerspanel is sinds de coronamaatregelen het groen in de woonomgeving meer gaan waarderen. Deze grotere waardering zagen we ook nog begin 2022. Al langere tijd ligt de tevredenheid over groen in de buurt in wijken met veel groen gemiddeld hoger dan in wijken met minder groen. Per huishouden is in Utrecht gemiddeld 67 vierkante meter openbaar groen aanwezig. De verschillen tussen de wijken zijn groot. Voor inwoners van Vleuten-De Meern, Leidsche Rijn en Overvecht is er meer dan 100 vierkante meter openbaar groen per huishouden, terwijl de Binnenstad niet verder komt dan 11 vierkante meter per huishouden.

De waardering van Utrechters voor de netheid van de openbare ruimte bleef in 2021 nagenoeg op hetzelfde niveau als bij de laatste meting twee jaar eerder (score: 6,6). Wel geven inwoners in 2021 iets vaker aan last te hebben van rommel en afval op straat in de buurt (36% ten opzichte van 34% in 2019). Het aantal inwoners dat tevreden is over het groen in de buurt stijgt eveneens licht (2021: 68% en 2019: 66%). Driekwart van de bewoners geeft aan tevreden te zijn over parken in de buurt.

Milieu & duurzaamheid

Het totale energiegebruik daalde in 2020 met 0,4% ten opzichte van een jaar eerder. Het particuliere gebruik van gas en elektriciteit steeg wel, met respectievelijk 4% en 3%. Waarschijnlijk mede als gevolg van het thuiswerken in verband met de coronamaatregelen. Het zakelijke gasverbruik daalde sterk met 12% en het zakelijk elektriciteitsgebruik steeg met 0,5%. De totale CO2-emissie nam in Utrecht in 2020 met 11% af.

Volgens de meest recente gegevens (2020) waren gemiddelde concentraties stikstofdioxide, fijnstof, zeer fijnstof en roet (EC) in de lucht lager dan het jaar ervoor. De afname kan waarschijnlijk worden toegeschreven aan de coronamaatregelen die zorgden voor minder verkeer en bedrijvigheid. De Europese normen voor stikstofdioxide en (zeer) fijnstof zijn in 2020 nergens overschreden maar Utrecht voldoet nog niet aan de nieuwe, aangescherpte advieswaarden van de WHO.

Utrechters besparen steeds vaker energie. Het aantal energiebesparende maatregelen van bewoners neemt in 2021 verder toe. Het aandeel Utrechtse daken met zonnepanelen steeg in 2021 fors naar 24% (17% in 2020). 51% van de huishoudens gebruikt in 2021 groene stroom. Minder of geen vlees eten is voor een steeds grotere groep Utrechters aan de orde. In 2017 ging het om 35% van de Utrechters, in 2021 om 46%. Zorgen voor goede isolatie in huis en bijvoorbeeld het gebruik van warmtepompen groeide eveneens in 2021 ten opzichte van de laatste meting in 2019. Aan de andere kant zien we dat één op de tien woningbezitters nog nooit heeft gehoord van aardgasvrij. Bijna vier op de tien mensen met een koopwoning kennen het begrip ‘aardgasvrij’ maar zijn er verder niet mee bezig. Twee jaar geleden was dit nog de helft van de huizenbezitters.

In de jaren 2020 en 2021 haalde de gemeente meer huishoudelijk afval op dan in 2019, iets dat kan worden toegeschreven aan de gevolgen van coronamaatregelen: men consumeerde meer in huis, bestelde meer online en ruimde veel op. Ook steeg het aantal bezoekers aan afvalscheidingsstations in deze jaren. In het najaar van 2021 zijn inmiddels de meeste Utrechtse wijken overgegaan op het na scheiden van plastic afval. Eind 2021 kent Utrecht 7.000 vrijwillige afvalinzamelaars, zij ruimen zwerfafval op in de openbare ruimte. De gemeente voorziet hen van afvalknijper en afvalzakken. De waardering van Utrechters voor de inzameling van afval ligt in 2021 met een rapportcijfer 6,6 iets hoger dan in 2019 (rapportcijfer 6,5).

Het aandeel Utrechters dat vaak overlast van lawaai ervaart stijgt (van 35% in 2019 naar 38% in 2021). Het gaat zowel om verkeerslawaai, lawaai van bedrijven als overig lawaai. De ervaren stankoverlast bleef vorig jaar gelijk aan 2019 (16%), hoewel het aantal bewonersmeldingen houtrook in 2021 is toegenomen. Het aandeel inwoners dat vaak last heeft van luchtvervuiling nam af van 18% (2019) naar 15% (2021).

Mobiliteit

Het particuliere autobezit groeit momenteel relatief harder dan het aantal inwoners in de stad. Met een totaal van ruim 108.000 particuliere personenauto’s heeft Utrecht in 2021 302 auto’s per 1.000 inwoners. In eerdere jaren lag dit cijfer op 295. In andere grote steden zien we overigens eenzelfde ontwikkeling. Van de vier grootste steden heeft Utrecht relatief gezien de meeste (deels) elektrische personenauto’s (26 auto's per 1.000 inwoners in 2021). In 2020 lag dit cijfer nog op 20 per 1.000 inwoners. Een op de drie inwoners vindt het aantal auto parkeerplekken in de buurt van hun woning te weinig, een op de twaalf vindt dat er te veel plekken zijn.

Het aantal (semi-)publieke oplaadpunten voor elektrische personenauto’s groeide vorig jaar hard (met 50% ten opzichte van een jaar eerder). In de gemeente Utrecht zijn inmiddels 8,7 laadpalen per 1.000 inwoners. Dat is iets hoger dan in de overige G4-gemeenten.
94% van de Utrechtse inwoners beschikt over één of meer fietsen. We zien een lichte toename van inwoners die vaak last hebben van geparkeerde fietsen in de buurt op de stoep. In 2019 ging het om 19%, in 2021 om 22%. Het percentage inwoners dat tevreden is over de bereikbaarheid van de binnenstad met de fiets, bleef in 2021 stabiel ten opzichte van eerdere jaren (87%). Het aantal aangiften van diefstal van niet-elektrische fietsen halveerde bijna in 2021 ten opzichte van 2020. Het aantal aangiften van diefstal van elektrische fietsen steeg echter sterk (+73%).

Acht op de tien Utrechters (83%) is tevreden over de bereikbaarheid van de eigen buurt per openbaar vervoer. De last die wordt ervaren door een beperkte toegankelijkheid van bus- en tramhaltes in de buurt is in Utrecht al jaren stabiel (4%). In Oost (5%) wordt de meeste last ervaren, in Zuid het minste (2%).


Economie & inkomen

Economische ontwikkeling & vastgoed

Coronajaar 2021 was een jaar van economisch herstel. Landelijk groeide de economie met 4,8%. In het derde kwartaal van 2021 groeide de economie in provincie Utrecht met 5%. De economie in stadsgewest Utrecht nam ook toe met 5%. De eerder voorspelde economische groei in 2022 is omgeven door onzekerheden. De inflatie is hoog, er is tekort aan bouwmaterialen en grondstoffen, op de arbeidsmarkt is krapte en de effecten van de oorlog in Oekraïne zijn onduidelijk.

Er lijkt sprake te zijn van een tweedeling bij ondernemers. Veel ondernemers die de afgelopen twee jaar zwaar zijn getroffen door coronamaatregelen kunnen met moeite het hoofd boven water houden. Tegelijkertijd ervaren andere ondernemers weinig effecten van de maatregelen of zien juist kansen voor nieuwe initiatieven, zoals onder meer blijkt uit het grote aantal starters.

Het aantal banen in de gemeente Utrecht is in de coronajaren blijven groeien tot een totaal van circa 288.000 in 2021. Procentueel is de stijging het grootst onder de groep zzp’ers, absoluut gezien is de banengroei het grootst bij bedrijven met meer dan 500 mensen. In de arbeidsmarktregio Midden-Utrecht zijn begin 2022 ruim 11.500 openstaande vacatures. Relatief veel vacatures betreffen beroepen als vrachtwagenchauffeur, magazijnmedewerker en onderhoudsmonteur machines/installaties. Doordat er veel meer openstaande vacatures zijn dan het aantal kortdurend werkzoekenden, wordt gesproken van een zeer hoge spanning op de arbeidsmarkt in de regio Midden-Utrecht.

De toeristische sector in de gemeente Utrecht is door de pandemie hard geraakt. In 2020 en 2021 waren er ruim 30% minder toeristische hotelovernachtingen dan in de jaren 2018 en 2019. Het aandeel zakelijke hotelovernachtingen was in 2021 ruim de helft minder dan in 2019.

Na een sterke daling van de opname aan kantoorruimte (het totaal aan verhuurtransacties en kantooraankopen voor eigen gebruik) in 2020, is er in 2021 in Utrecht weer sprake van een lichte stijging. Maar ook het leegstaande aanbod is in 2021 iets toegenomen, waardoor het leegstandspercentage stijgt naar 5,5% van de kantorenvoorraad. De gemeente Utrecht staat wat betreft bedrijfsruimten sterk in de belangstelling van met name logistieke dienstverleners. Op gebied van winkelruimten zagen we in 2021 een afname van de leegstand: in de gehele stad (van 6,7% naar 5,0%) en vooral in het centrum (van 10,2% naar 6,8%).

Inkomen & armoede

Utrecht scoort in vergelijking met de 50 grootste gemeenten in Nederland zeer goed op de sociaaleconomische index. Utrecht steeg in 2021 van de vierde naar de tweede plaats. Deze index beschrijft per stad onder andere het aandeel personen in de bijstand, het werkloosheidspercentage, het aandeel arbeidsongeschikten, het aandeel lage inkomens en de arbeidsparticipatie.

Het aantal Utrechters met een bijstands- of WW-uitkering is begin 2022 weer bijna gelijk aan het (relatief lage) niveau van voor de coronacrisis. 9.400 huishoudens ontvangen een bijstandsuitkering (-5% ten opzichte van 2020) en 3.800 een WW-uitkering (-34% ten opzichte van begin 2020). In januari 2022 maakten een kleine tweeduizend ondernemers nog gebruik van een corona-gerelateerde tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandig ondernemers (Tozo). Een jaar eerder waren dit er nog ruim 750 meer. Vanaf 1 april 2022 vervalt de Tozo-regeling, en kunnen ondernemers een Bbz-uitkering aanvragen (Bijzondere Bijstand voor Zelfstandigen). In voorjaar 2022 hebben 900 ondernemers hier al een aanvraag voor gedaan.

Op basis van CBS-cijfers zien we dat het relatieve aandeel huishoudens met een laag inkomen (tot 125% van het Wettelijk Sociaal Minimum) in coronajaar 2020 heel licht is afgenomen ten opzichte van 2019 (van 15% naar 14,8%). Cijfers over 2021 zijn nog niet bekend. Ook het aandeel Utrechters dat aangeeft zeer slecht te kunnen leven van hun inkomen, daalt licht van 7% in 2019 naar 5% in 2021. Deze gunstige ontwikkelingen nemen echter niet weg dat al jaren het aandeel huishoudens dat langdurig (vier jaar of langer) leeft van een inkomen op bijstandsniveau (101% van het Wettelijk Sociaal Minimum) licht toeneemt of stabiliseert.

Wat betreft het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een laag inkomen, zien we tussen 2014 en 2020 (meest recente cijfer) een daling (van 14,4% naar 11,7%). Iets meer dan de helft van deze groep kinderen groeit op in een huishouden met een inkomen op het allerlaagste (bijstands)niveau, waarvan een deel ook langdurig. De relatieve omvang van deze specifieke groep blijft stabiel en daalt niet mee met de overige gunstige ontwikkelingen.

Begin 2020 heeft 6,7% van de Utrechters geregistreerde schulden. Daarnaast heeft nog eens 3,6% van de Utrechters een verhoogd risico op schulden. In totaal gaat het om zo’n 20.000 huishoudens: 12.240 huishoudens met geregistreerde problematische schulden en nog eens 8.930 huishoudens met een groot risico op schulden. Sinds 2018 is sprake van een licht dalende trend. Het aantal Utrechtse huishoudens met professionele schuldhulp ligt in 2021 10% hoger dan in 2019. Per 1 januari 2021 hebben gemeenten een wettelijke taak gekregen in vroegsignalering van schulden. De gemeente Utrecht heeft in dat kader inmiddels 12.100 huishoudens benaderd.


Sociale leefomgeving

Gezondheid

Ruim acht op de tien Utrechtse volwassenen (18 jaar en ouder) ervaart in 2020 de eigen gezondheid als (heel) goed, een cijfer dat iets hoger ligt dan de jaren daarvoor. Uit een aparte meting onder jongvolwassenen (16 t/m 25-jarigen) blijkt echter een ongunstiger beeld. Van hen voelt twee derde zich gezond. Bij een kwart van deze groep spelen in het voorjaar van 2021 ook matige tot ernstige psychische klachten. 8% van de jongvolwassenen voelt zich hier in het dagelijks leven ernstig door beperkt. Relatief veel jongvolwassenen houden er in 2020 een ongezonde leefstijl op na. Bijna twee op de drie geeft aan in de voorafgaande maand vijf of meer glazen alcohol op één dag te hebben gedronken en 18% gebruikte in de voorafgaande vier weken harddrugs.

Waar het de levensverwachting in goed ervaren gezondheid betreft (gezonde levensverwachting) is er in 2020 onverminderd sprake van grote wijkverschillen: voor inwoners van Overvecht gaat het om een gemiddelde van 56,5 jaar, voor de wijk Noordoost om 71,4 jaar (14,9 jaar verschil). De verschillen in gezondheid tussen groepen Utrechters blijven eveneens onverminderd groot. Groepen die vaker gezondheidsproblemen of een ongezonde leefstijl hebben zijn bewoners met een opleiding op het niveau van basisonderwijs of vmbo en Utrechters die moeite hebben met rondkomen.

Als het gaat om gevoelens van geluk en het ervaren van (on)voldoende regie over het eigen leven, doen zich in de periode 2019-2021 ondanks de coronacrisis geen belangrijke verschuivingen voor. 81% van de Utrechters van 18 jaar en ouder geeft aan gelukkig te zijn. Voor 9% geldt dat zij onvoldoende regie over het eigen leven ervaren.

Wat de jongere generaties betreft: 90% van de basisschoolleerlingen (groep 7 en 8) en 86% van leerlingen uit het voortgezet onderwijs (klas 2 en 4) voelen zich gezond, gemeten in najaar 2021. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met die van voor de coronacrisis. We zien bij beide groepen wel een toename van mentale problemen zoals psychosociale problemen, het hebben van faalangstige gevoelens, stress (toename alleen bij leerlingen basisonderwijs) en zorgen over de toekomst. Leerlingen uit het voortgezet onderwijs voelden zich ook minder gelukkig.

Wat leefstijl betreft voldeden basisschoolleerlingen in 2021 net zo vaak aan de beweegnorm als in 2019. Leerlingen uit het voortgezet onderwijs sportten in 2021 vaker buiten de sportvereniging om. Ongunstige ontwikkelingen deden zich voor op het gebied van beeldschermgebruik (meer dan 2 uur per dag stijgt van 32% in 2019 naar 38% in 2022) en het niet onder controle houden van sociale media-gebruik door voortgezet-onderwijsleerlingen (van 9% in 2019 naar 12% in 2021).

Wat betreft de sociale situatie van voortgezet-onderwijsleerlingen rapporteren zij in 2021 vaker ernstige eenzaamheid, voelen ze zich minder vaak goed begrepen door hun ouders en hebben minder vaak iemand om zich heen om te praten over problemen. Voor kinderen geldt dat zij vaker een lage score hebben voor welbevinden op school (30% in 2021 ten opzichte van 26% in 2019). Zowel de basisschool- als voortgezet-onderwijsleerlingen geven in 2021 vaker dan in 2019 aan dat zij digitaal gepest worden. Bij basisschoolleerlingen verdubbelde het percentage bijna (van 5% naar 9%).

Sociale kracht

Ondanks de coronacrisis en het algemeen lagere vertrouwen in de overheid, zien we dichter bij huis een aantal positieve trends in het samenleven in de stad. De score voor sociale cohesie in de stad nam in de periode 2019-2021 toe van een 5,8 naar een 6,0. Het aandeel inwoners dat vindt dat ‘mensen in deze buurt op een prettige manier met elkaar omgaan’ nam, in dezelfde periode toe, van 69% naar 73%. Minder inwoners (44%) dan in 2019 (47%) zeggen dat mensen in de buurt elkaar niet zo goed kennen. Het aandeel inwoners dat vindt dat over het algemeen de meeste mensen wel te vertrouwen zijn bleef stabiel (72%).

Anders dan de hogere score voor sociale cohesie, is er in 2021 een lagere score voor maatschappelijk welbevinden (7,6 in 2021 ten opzichte van 7,8 in 2019 en 7,9 in 2018). Het gaat hier om gevoelens van ‘niet belangrijk zijn’ en ‘zich niet geaccepteerd voelen door de samenleving’. Vooral Utrechters met een vmbo-opleiding (als hoogste) en/of een lichamelijke of psychische beperking hebben hier relatief het meeste last van. Ten opzichte van 2019 geven inwoners in 2021 ook beduidend vaker aan het moeilijk te vinden hoopvol te zijn over de toekomst. Dit geldt zowel voor de toekomst van Nederland, van Utrecht als van de eigen buurt. Ook voelden in 2021 weer meer Utrechters zich wel eens gediscrimineerd (17%) Het percentage dat zich de afgelopen 12 maanden wel eens gediscrimineerd voelde steeg de afgelopen tien jaar (in 2011 lag dit nog op 11%).

Het zelforganiserend vermogen van Utrechters bleef in de afgelopen twee jaar stabiel. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de vraag of iemand zich weet te redden in moeilijke tijden en of zelf hulp kan regelen als dit nodig is. Het aandeel inwoners dat vanwege gezondheidsproblemen informele hulp ontvangt is in de periode 2019–2021 nagenoeg gelijk gebleven (13%). Vier op de tien Utrechters doen in 2021 vrijwilligerswerk, net zo veel als in 2019.

Waar het digitale vaardigheden van inwoners betreft blijkt dat het aandeel inwoners dat moeite heeft met internetgebruik in de periode 2019-2021 vrij sterk is gestegen. Op het gebied van e-mailen en chatten gaat het om een toename van 7% naar 11%, waar het gaat om informatie opzoeken op internet om een toename van 9% naar 15% en waar het gaat om aanvragen doen of afspraken maken bij organisaties om een toename van 23% naar 29%. Van degenen die zich beperkt voelen in digitale vaardigheden, geeft 49% aan tijd te willen maken om beter te leren omgaan met internet.

Onderwijs

Het aandeel peuters met risico op taal- en/of ontwikkelingsachterstand dat een voorschool bezoekt daalt (van 89% in 2018 naar 69% in 2021). De daling in 2020 volgt na een jaar met coronamaatregelen en de harmonisatie van peuterspeelzalen en voorscholen. Vanaf 2020 is de toegang tot voorscholen duurder en inkomensafhankelijk geworden. Door de harmonisatie van peuterspeelzalen en kinderopvang in 2020 zijn er momenteel geen aparte peuterspeelzalen meer. Het aandeel kinderen van 0- tot 3 jaar dat naar een kinderdagverblijf gaat stijgt echter (van 71% in 2019 naar 74% in 2020). Het bezoek aan een buitenschoolse opvang neemt in dezelfde periode licht toe (van 44% naar 45%).

Het aantal leerlingen in het Utrechtse basisonderwijs daalde licht in schooljaar 2021/2022. In het voortgezet onderwijs is er sprake van lichte groei. Het aandeel voortgezet onderwijsleerlingen dat in Utrecht op school gaat – in plaats van buiten de stad - groeit sinds 2019 gestaag en ligt momenteel op 77%.

Utrechtse mbo-studenten kiezen in het studiejaar 2021/2022 voor het tweede jaar op rij vaker voor de sector zorg en welzijn. Dit gaat ten koste van de sector economie. Het aantal ingeschrevenen aan zowel een Utrechtse hbo-instelling of universiteit is sinds schooljaar 2018/2019 fors gestegen. In het huidige schooljaar gaat het om bijna 40.000 studenten op het Utrechtse hbo en 37.000 op een Utrechtse universiteit.

Cultuur & vrije tijd

Driekwart (74%) van de Utrechters heeft in 2021 een bioscoop, concert, museum of festival bezocht. Dit is aanzienlijk minder dan in de jaren 2018/2019 (89%). Het aantal bezoekers aan Utrechtse musea verminderde in drie jaar tijd met twee derde (van ongeveer 1,5 miljoen in 2019 naar een half miljoen in 2021). Dit vloeit uiteraard voort uit de coronabeperkingen van de afgelopen twee jaar. Ook de bezoekersaantallen van TivoliVredenburg en de Stadsschouwburg liepen sterk terug, waarbij bezoekersaantallen in 2021 ook nog lager uitkwamen dan in 2020. Wat bibliotheken betreft: Utrechters zijn sinds 2018 in toenemende mate tevreden over de dienstverlening (van 62% in 2018 naar 71% in 2021).

Driekwart van de Utrechters geeft aan wel eens naar een recreatiegebied te zijn gegaan in 2021. Een op de drie doet dit gemiddeld één keer in de week. Meest bezocht in de regio zijn Amelisweerd/Rhijnauwen, Maarsseveense plassen en de Utrechtse Heuvelrug. Deze cijfers kunnen wegens trendbreuk in de vragen niet vergeleken worden met eerdere jaren. Het aandeel Utrechters dat wekelijks sport ligt in 2021 op eenzelfde niveau als in 2019. Wel blijkt het aandeel inwoners dat lid is van een sportvereniging in deze periode licht te zijn afgenomen.

Veiligheid

In 2021 zien we de totale criminaliteit in Utrecht met bijna 11% afnemen. Het zijn vooral de meer traditionele criminaliteitsvormen die dalen, zoals woninginbraak (-18%), autokraak (-15%) en geweldsmisdrijven (-12%). Cybercrime, daarentegen (waaronder hacks, DDos aanvallen en aanvallen met ransomware of virussen) steeg fors in de afgelopen drie jaar. In de periode 2020-2021 zien we een stijging van 78%. Online fraude nam in 2021 wel af. In Utrecht is het aantal geregistreerde gevallen van cybercrime hoger dan gemiddeld in Nederland.

Ook drugsgerelateerde criminaliteit nam in Utrecht in 2021 toe. Zo steeg de handel in harddrugs met 15%. Het aandeel jonge drugshandelaren van 18-25 jaar is in Utrecht (46% in 2021) opvallend veel hoger dan in de andere drie grote steden (22%-30%). Vorig jaar kwamen er 80 signalen van radicalisering binnen. Het laatste half jaar van 2021 daalde het aantal signalen ten opzichte van eerdere periodes.

Wat betreft de geregistreerde misdrijven huiselijk geweld is er in 2021 sprake van een afname (-12%). Bij hulpverleners bestaat echter de vrees dat de cijfers in werkelijkheid hoger zijn, doordat tijdens periodes van lockdown of andere coronamaatregelen kwetsbare gezinnen niet goed in beeld waren bij scholen en andere professionals.

Hoewel de totale door de politie geregistreerde overlast in 2021 met 11% daalde, ligt deze nog altijd beduidend hoger dan in de jaren voor corona. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om jongerenoverlast, vuurwerkoverlast en overlast door zwervers. Sommige vormen van overlast laten al een aantal jaren op een rij een toename zien, zoals de overlast door verwarde personen en drugs- en drankgerelateerde overlast. Per saldo ligt de totale ervaren overlast in Utrecht op het gemiddelde van alle 70.000+ gemeenten en lager dan die in de overige G4-gemeenten.