Utrecht Monitor 2019

We zien in 2019 weer veel positieve ontwikkelingen in Utrecht. In een groeiende stad gaat het met de meeste inwoners goed. Dit tonen de nieuwste cijfers over Utrecht, zoals opgenomen in de 22e editie van de Utrecht Monitor. De Utrecht Monitor maakt een dwarsdoorsnede van de stad en laat met cijfers en trends zien hoe de stad ervoor staat.

Belangrijkste ontwikkelingen

De stad groeide in 2018 harder dan in de voorgaande jaren en de 400.000ste inwoner is weer een jaar eerder voorspeld (2024). In alle wijken van de stad zijn inwoners positiever dan vorig jaar over de toekomst van hun stad en wijk. De banengroei zet door, de werkloosheid blijft dalen en er zijn minder huishoudens afhankelijk van de bijstand. Er worden weer volop woningen gebouwd: de nieuwbouw in de stad neemt toe. Verder zien we positieve ontwikkelingen op het gebied van criminaliteitscijfers, luchtkwaliteit, cultuurdeelname en milieubewust gedrag van inwoners.

Utrechters zijn over het algemeen gelukkig (82%) en tevreden met hun eigen leven (88%). Voor het eerst peilden we in 2018, naast vertrouwen in de toekomst ook hoeveel vertrouwen Utrechters hebben in hun medemens (gelijk aan het Sociaal- en Cultureel Planbureau voor heel Nederland). De meerderheid van de Utrechters (71%) is het eens met de stelling ‘dat de meeste mensen over het algemeen wel te vertrouwen zijn’.

Er zijn ook nog steeds hardnekkige problemen in de stad. Er zijn grote verschillen tussen wijken als het gaat om het vertrouwen van inwoners in de toekomst en het vertrouwen in de medemens. Ondanks de economische meewind neemt het aantal huishoudens in langdurige armoede toe. Op de Utrechtse arbeidsmarkt ontstaan tekorten aan personeel met name in de techniek op mbo-niveau. Op het gebied van verkeer zien we meer inwoners die overlast ervaren en zich zorgen maken over de verkeersveiligheid in hun buurt. Wat betreft gezondheid vraagt de situatie van Utrechters met meervoudige problematiek om aandacht, in het bijzonder de invloed van financiële problemen, toegang tot zorg en mogelijke gevolgen voor hun kinderen. Daarnaast neemt de vaccinatiegraad in Utrecht licht af.

Groei van de stad

Utrecht blijft hard groeien: de stad heeft anno 2019 ruim 353.000 inwoners en kreeg er afgelopen jaar 5.367 inwoners bij. Dit is een sterkere groei dan in eerdere jaren. Naar verwachting passeert Utrecht in 2024 al de grens van 400.000 inwoners. De sterkste groei zal, als alle geplande woningbouw wordt gerealiseerd, plaatsvinden in de jaren 2022-2025 (+40.000 inwoners). Alle Utrechtse wijken zullen groeien tot 2040; Zuidwest en Leidsche Rijn kennen daarbij de sterkste groei.

De huidige bevolkingsgroei wordt bijna evenzeer bepaald door een geboorteoverschot (verschil tussen geboorte en sterfte), als door een vestigingsoverschot (verschil tussen vestiging en vertrek). Van alle Nederlandse steden kent Utrecht het hoogste geboorteoverschot. Daarnaast valt één op de drie vestigers in de leeftijdscategorie 18 tot 24 jaar. Dit maakt Utrecht een jonge stad. Meer dan de helft van de Utrechtse huishoudens betreft een eenpersoonshuishouden (53%), wat samenhangt met de jonge bevolkingsopbouw.

Woningmarkt in balans

Utrecht wil binnen de stad voldoende goede, betaalbare, duurzame en toegankelijke woningen hebben voor huidige en toekomstige inwoners. Om dit te bereiken is een langdurig hoog bouwtempo van nieuwe woningen nodig. Daarnaast is meer doorstroming binnen de bestaande woningvoorraad nodig. Ook wil Utrecht meer gemengde wijken.

Vanwege een teruglopend aanbod waren in 2018 minder transacties van koopwoningen dan in 2017 (-13%). Ondertussen is de vraag naar koopwoningen nog steeds erg groot, wat zorgt voor verder oplopende verkoopprijzen. De gemiddelde verkoopprijs van een woning lag in 2018 zelfs hoger dan ooit (344.000 euro).

Binnen het segment sociale huur is al enkele jaren sprake van een oplopend aantal verhuringen. Toch is de slaagkans van woningzoekenden binnen de sociale huur vorig jaar iets afgenomen. Dit komt omdat de vraag naar sociale huurwoningen in Utrecht sneller stijgt dan het aanbod. De voorraad sociale huurwoningen is in 2018 wel weer iets gegroeid. Wat betreft gemengde wijken: momenteel zijn de verschillen in het aandeel sociale huur per wijk groot.

In Overvecht is 61% van alle woningen een sociale huurwoning in corporatiebezit, het gemiddelde in de stad is 29% (exclusief sociale huur in eigendom van particulieren).

Om de doorstroming binnen de gehele woningvoorraad (koop én huur) op gang te brengen, en de druk op bestaande woningen te laten afnemen, is meer nieuwbouw nodig. In 2018 zijn bijna 3.100 woningen opgeleverd, dat is een verdere toename ten opzichte van eerdere jaren. Het aantal in aanbouw genomen woningen lag in 2018 lager dan in 2017, maar wel hoger dan de jaren daarvoor.

Gezond leefklimaat

In Utrecht worden de komende jaren steeds meer woningen gebouwd in bestaand stedelijk gebied. Dit zorgt voor een verdichting van de stad. Utrecht wil binnen deze gebiedsontwikkelingen keuzes maken om de stad gezond, aantrekkelijk en leefbaar te houden. Bijvoorbeeld door te zorgen voor een kwalitatief goede openbare ruimte en voldoende groen. Ook mensen die wonen, werken en verblijven in de stad kunnen een bijdrage leveren, bijvoorbeeld door milieubewuste keuzes te maken.

De Utrecht Monitor laat zien dat de komende jaren in alle wijken een fors aantal woningen wordt bijgebouwd, in totaal circa 50.000 tot 2040. De grootste absolute groei van woningen en inwoners vindt plaats in de wijken Zuidwest (Merwedekanaalzone) en Leidsche Rijn. De relatief grootste toename van inwoners (+68%) vindt plaats in de Binnenstad, onder meer door realisatie van het Beurskwartier. In deze wijken zal de bevolkingsdichtheid, uitgedrukt in aantal inwoners per km², flink toenemen.

Al meerdere jaren achtereen blijkt dat ruim twee derde van de Utrechters (zeer) tevreden is over het groen in de buurt, zoals grasveldjes en bomen. In Vleuten-De Meern bevindt zich het grootste aandeel inwoners dat te spreken is over het groen in de buurt (79%). In Noordwest (58%), Zuidwest (58%) en de Binnenstad (59%) is het aandeel het laagst. Deze wijken hebben ook het kleinste oppervlak aan openbaar groen per huishouden. Het meeste openbaar groen per huishouden is te vinden in Vleuten-De Meern.

Ongeveer een derde van de inwoners heeft overlast van lawaai en bijna een op de zeven heeft overlast van stank. Deze cijfers zijn redelijk stabiel door de tijd. Op het gebied van luchtkwaliteit en milieubewust gedrag van inwoners zijn positieve ontwikkelingen te zien. De gemeten luchtkwaliteit verbetert licht en het aantal Utrechters dat milieubesparende maatregelen neemt groeit.

Gezondheid, veerkracht en gelijke kansen

Utrecht wil dat gezondheidsverschillen tussen inwoners kleiner worden en dat inwoners kunnen omgaan met tegenslag en veerkrachtig zijn. Kinderen moeten gelijke kansen hebben om gezond en veilig op te groeien, om hun talenten te ontwikkelen, in een stimulerende en veilige omgeving.

Cijfers over 2018 laten zien dat het nog steeds goed gaat met de gezondheid en het welbevinden van Utrechters. De meeste volwassenen (78%) ervaren hun gezondheid als goed. Het aandeel Utrechters dat rookt of overmatig drinkt neemt af, veel Utrechters sporten en het gebruik van sportaccommodaties groeit. Ruim driekwart regelt zelf hulp als dat nodig is en bijna negen op de tien weet zichzelf te redden in moeilijke tijden. Utrechtse kinderen hebben vergeleken met 2016 een gezondere leefstijl en vaker een positief zelfbeeld.

Er zijn ook aandachtspunten. Opvallend bij de Utrechtse jeugd zijn de toename van faalangstgevoelens en de afname van de vaccinatiegraad. Ook de verschillen tussen groepen inwoners verdienen aandacht. Utrechters met een hbo- of universitaire opleiding beoordelen hun gezondheid ruim twee keer zo vaak als goed vergeleken met volwassenen die alleen basisonderwijs hebben afgerond. Verder beoordelen volwassenen zonder migratieachtergrond hun gezondheid vaker als goed dan volwassenen met een niet-westerse migratieachtergrond. Op dezelfde manier verschilt ook de sportdeelname naar opleiding en migratieachtergrond. Bij cultuurdeelname daarentegen zien we een toename onder Utrechters met een niet-westerse migratieachtergrond, waardoor de verschillen wat cultuurdeelname betreft afnemen.

Daar waar verschillen tussen groepen bestaan, zien we ook grote wijkverschillen ten aanzien van gezondheid en welbevinden. Zo vindt gemiddeld één op de vijf Utrechters het moeilijk om hoopvol te zijn over de toekomst van hun buurt, maar verschilt dit percentage van 41% in Overvecht tot 11% in Oost en Noordoost. Dit verschil wordt overigens elk jaar kleiner. In 2016 vond nog 56% van de inwoners van Overvecht het moeilijk om hoopvol te zijn over de toekomst van hun buurt.

Goed onderwijs met aandacht voor gelijke kansen en talentontwikkeling verkleint de kans op (gezondheids)verschillen tussen groepen. Het aandeel jongeren met een startkwalificatie is stabiel (94%), net als het percentage voortijdig schoolverlaters (rond 2%). Het aandeel peuters met een risico op taalachterstand dat wordt bereikt met voorschoolse educatie neemt nog steeds toe (van 70% in 2012 naar ongeveer 90% nu). Gelijke kansen voor jeugd gaan ook over omgeving en opvoeding. Er zijn bijvoorbeeld meer gezondheidsproblemen bij gezinsleden van eenouder- en co-oudergezinnen dan in gezinnen met beide ouders. Daarnaast lijkt er een toenemende (prestatie)druk te zijn op jongeren en jonge gezinnen.

Zorg dichtbij en op maat

In Utrecht moeten alle inwoners een beroep kunnen doen op de zorg en ondersteuning die zij nodig hebben. Zeker gezien het toenemende aantal ouderen in de komende jaren. Met sociaal makelaars en buurtteams wil Utrecht de zorg dichtbij en op maat organiseren.

Utrechters kunnen naarmate ze ouder worden minder vaak zelf hulp regelen. Ruim driekwart van de Utrechters regelt gemakkelijk zelf hulp als dat nodig is, bij 65-plussers is dat tweederde. Voor Utrechters met meervoudige problemen zijn er zorgen over de toegang tot zorg. Doordat meerdere zorg- en ondersteuningsvragen tegelijk spelen is dit voor deze groep Utrechters extra lastig.  

In Utrecht zijn buurtteams voor iedereen met een ondersteuningsvraag. In 2017 deden per maand, gemiddeld 3.900 huishoudens een beroep op de buurtteams (gemiddeld 300 meer dan in 2016). Opvoedvragen vormen één van de onderwerpen waarvoor inwoners een beroep doen op de buurtteams. Zeven op de tien Utrechtse ouders heeft (wel eens) zorgen over de opvoeding van hun kinderen, zes op de tien vraagt daarbij wel eens hulp (meestal aan familie of vrienden).

Ook voor geldzaken kunnen inwoners terecht bij de buurtteams. Financiële problemen kunnen een mogelijke belemmering zijn voor zelfredzaamheid en meedoen. Van de Utrechters geeft 6% aan slecht te kunnen leven van hun inkomen en 7% geeft aan problematische schulden te hebben. Deze inwoners doen minder mee. Van de mensen die aangeven (zeer) slecht te kunnen rondkomen doet bijna de helft niet mee in de samenleving en bij mensen met problematische schulden bijna een derde, terwijl gemiddeld één op de vijf Utrechters niet meedoet.

In 2017 zijn in Utrecht circa 12.800 huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum, zo’n 500 meer dan in 2016. Binnen deze groep stijgt het aandeel dat vier jaar of langer een inkomen op dit minimumniveau heeft. Het aantal minderjarige kinderen dat opgroeit in deze gezinnen steeg licht, van 4.600 naar 4.700.

Samenwerking in buurt en stad

Inwoners zijn vaak het meest betrokken bij wat er gebeurt in hun eigen buurt. Buurten zijn belangrijk in de communicatie en samenwerking vanuit gemeente. Utrecht biedt graag ruimte aan initiatieven vanuit buurten, wijken en stad.

De meeste Utrechters wonen op een fijne manier samen met andere buurtbewoners: ruim twee derde geeft aan dat de mensen in hun buurt op een prettige manier met elkaar omgaan, een aandeel dat al jaren stabiel is. Maar het aandeel mensen dat aangeeft dat buurtbewoners elkaar niet zo goed kennen, neemt jaarlijks licht toe (van 42% in 2015 tot 47% in 2018). Een op de tien inwoners van 19 jaar en ouder ervaart ernstige eenzaamheid.

Ruim vier op de tien Utrechters zijn actief bezig met het verbeteren van de leefbaarheid en/of veiligheid in de buurt, bijvoorbeeld door het schoonhouden van de openbare ruimte of hulp bieden aan buurtbewoners. Ruim een kwart heeft hierbij ondersteuning van de gemeente of een andere organisatie nodig. De deelname van bewoners aan buurtactiviteiten wordt wel elk jaar iets lager (van 48% in 2015 naar 44% in 2018).

Een kwart van de Utrechters is bekend met het Initiatievenfonds. Het aantal gehonoreerde initiatieven nam vorig jaar toe van 1.146 naar 1.230. Het aandeel Utrechters dat vrijwilligerswerk doet blijft stabiel (39%). We weten echter niet of dat ook geldt voor het aantal uren dat aan vrijwilligerswerk wordt besteed. Het zijn vooral Utrechters tussen de 30 en 55 jaar die zich als vrijwilliger inzetten, een groep die wellicht kleiner wordt nu de arbeidsmarkt steeds verder aantrekt.

Op het niveau van de stad geeft 4% van de inwoners aan dat zij initiatief hebben genomen om het beleid van de gemeente te beïnvloeden, bijvoorbeeld door het indienen van een petitie.

Werk voor iedereen

Voor de vitaliteit van de regio is het belangrijk dat het aantal banen meegroeit met de bevolking. Nieuwe werkgelegenheid dient daarnaast toekomstbestendig te zijn, bijvoorbeeld gericht op de energietransitie. Hiervoor is een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers nodig en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

Economisch staat Utrecht er goed voor. Het aantal opgerichte en gevestigde bedrijven in Utrecht is al jaren hoog en de werkgelegenheid groeit de laatste jaren sterk. In 2018 zijn er bijna 11.000 banen bijgekomen. Tegelijkertijd daalde in 2018 het werkloosheidspercentage van 4,6% naar 4,0% en voor het eerst in jaren daalde ook het aantal huishoudens in de bijstand (van 10.124 naar 9.634 huishoudens).

De netto-arbeidsparticipatie in Utrecht ligt hoger dan het landelijke gemiddelde en hoger dan in de andere grote steden. Aandachtspunt hierbij is dat de spanning op de arbeidsmarkt blijft toenemen. Voor werkgevers wordt het steeds moeilijker om aan geschikt personeel te komen. Grote personeelstekorten zien we vooral in technische beroepen, ICT-beroepen, in de transport en logistiek en in de zorg (met name verpleegkundigen). Tegelijkertijd zien we een toename van het aantal Utrechters dat een mbo volgt, waarbij het merendeel een opleiding in de economie of zorg en welzijn volgt. Het aandeel Utrechtse mbo-studenten dat een technische opleiding volgt daalt de afgelopen jaren.

Als gevolg van de economische hoogconjunctuur is het leegstaande aanbod van kantoren de laatste jaren flink afgenomen. Op de meest gewilde plekken in de stad die multimodaal ontsloten zijn (Stationsgebied, Leidsche Rijn Centrum) is zelfs amper tot geen sprake van leegstand. Ook het beschikbare aanbod van bedrijfslocaties voor productie-, transport en overige bedrijven, neemt de laatste jaren af.

Duurzame mobiliteit voor iedereen

Op het gebied van mobiliteit is het de ambitie van de gemeente Utrecht om de stad gezond, aantrekkelijk en bereikbaar te houden, bijvoorbeeld door het gebruik van duurzame en gezonde vervoersmiddelen te vergroten. Daarnaast wil de gemeente dat inwoners minder overlast van verkeer en parkeren ondervinden en dat de verkeersveiligheid verbetert.

Utrecht is een echte fietsstad. Op de wereldranglijst voor fietsvriendelijkheid staat Utrecht tweede, vooral vanwege de vele investeringen in fietsinfrastructuur. Zo nam in 2018 het aantal plekken in bewaakte fietsenstallingen in de Binnenstad en het stationsgebied verder toe. Voor een bezoek aan de binnenstad is de fiets het meest populaire vervoermiddel van inwoners. Het autobezit ligt al enkele jaren rond de 70%, terwijl 3% van de huishoudens beschikt over een elektrische auto. Het deelautogebruik onder Utrechters loopt langzaam op en bedraagt 15%. Landelijk gezien heeft Utrecht daarmee de meeste deelauto’s per inwoner. Acht op de tien Utrechters zijn tevreden over het openbaar vervoer in hun buurt en het aantal in- en uitstappende treinreizigers op Utrechtse stations blijft groeien.

De tevredenheid over verkeersveiligheid in de eigen buurt is in 2018 iets afgenomen. Dit terwijl het aantal verkeersongevallen over de hele stad de laatste jaren juist afneemt. De inwoners van de wijk West zijn het minst te spreken over de verkeersveiligheid. Ook de ervaren overlast van gevaarlijk verkeer is daar het grootst, gevolgd door de wijken Noordwest en Overvecht. Utrechters hadden in 2018 iets minder vaak last van onveilig parkeren in hun buurt.

Duurzame energie

Het is de ambitie van Utrecht om koploper te zijn in het verduurzamen van de energievoorziening. De gemeente wil daarom een versnelling van zowel energiebesparing als duurzame opwekking om  minder afhankelijk zijn van fossiele energiebronnen. Dit wil zij onder andere bereiken door bestaande woningen van het gas af te krijgen, het stimuleren van zonnepanelen op daken en het stimuleren van energiebesparende maatregelen bij woningen en zakelijke gebruikers.

De Utrecht Monitor laat zien dat het totale energiegebruik door Utrechtse huishoudens en bedrijven in de laatste twee jaar met 1,7% toeneemt. Ook het aandeel hernieuwbare energie neemt toe (1,9% in 2016). De CO2-uitstoot neemt de laatste jaren af, ondanks de groei van het aantal inwoners. Door de schonere productie van elektriciteit in de afgelopen jaren is de CO2-uitstoot als gevolg van het elektriciteitsgebruik toch gedaald. Ook zijn er in de stad steeds meer publieke laadpunten voor elektrische auto’s en is in 2018 9,5% van alle Utrechtse daken belegd met zonnepanelen.

Verder laat de monitor zien dat Utrechters met een koopwoning vaker energiebesparende maatregelen treffen in hun woning dan mensen met een huurwoning. Als het gaat om het aardgasvrij maken van de woning informeert een kwart van de mensen zich of treft al maatregelen. Bijna een vijfde van de inwoners heeft al een aardgasvrije woning. De helft van de mensen met een koopwoning is hier niet mee bezig en ruim een op de tien heeft nog nooit gehoord van aardgasvrij wonen. Binnen deze laatste groep bevinden zich relatief veel jonge inwoners (tussen de 16 en 30 jaar).