Samenvatting

Het aantal huishoudens met een uitkering is door de coronacrisis flink toegenomen. In 2020 steeg het aantal Utrechters met een WW-uitkering met 28%, het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering met 5%. Hiernaast zijn er meer dan 10.000 Tozo aanvragen geweest. In de bijstand en de WW is in eerste instantie vooral het aantal jongeren (< 27 jaar) met een uitkering relatief hard gegroeid.  

 Kerncijfers

 2017201820192020
aantal huishoudens met bijstand*10.1249.6349.3669.808
% huishoudens met bijstand5,75,35,15,4
aantal WW'ers5.9555.0134.4905.745
% doorstroom van WW naar bijstand**4,83,5--
aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering***13.54013.26013.27013.250
aantal personen met uitkering, exclusief AOW. inclusief Tozo***31.49030.03029.06037.140

* Stand 31 december, ** ramingen, *** stand juni.
Bron: W&I, gemeente Utrecht; UWV; CBS

Meer dan 10.000 Tozo aanvragen, ondanks ondersteuning moeite met rondkomen

Zelfstandig ondernemers die geraakt zijn door de coronacrisis kunnen Tozo aanvragen. Tozo kan aangevraagd worden voor levensonderhoud en als bedrijfskrediet. Er zijn drie rondes geweest waarin Tozo aangevraagd kon worden (Tozo 1, Tozo 2 en Tozo 3). Na Tozo 1 zijn de voorwaarden aangescherpt (inkomen van partner weegt mee). Niet alle ontvangers van Tozo 1 kwamen dus in aanmerking voor Tozo 2 en Tozo 3. 
In totaal hebben 8.471 ondernemers Tozo 1 ontvangen, 3.373 Tozo 2 en tot nu toe 4.088 Tozo 3 (peildatum 9 mrt 2021). Bijna alle ondernemers die Tozo 3 ontvangen, maakten ook gebruik van Tozo 1 en/of Tozo 2 (89%). De ondernemers die Tozo ontvangen wonen verdeeld over de stad. De instroom cijfers laten zien dat de meeste Tozo ontvangers in Overvecht, Zuidwest en Noordwest wonen, echter ook in Noordoost, de Binnenstad en Leidsche Rijn wonen veel ondernemers die Tozo ontvangen (peildatum 31 dec 2020). 
Uit onderzoek onder Tozo 2 ontvangers blijkt dat een groot deel niet of maar net kan rondkomen met financiële ondersteuning. Van deze ondernemers geeft 23% aan niet in levensonderhoud te kunnen voorzien, 59% maar net (Hogeschool Utrecht 2021, meer uitkomsten zie Armoede en schulden).

 

Aantal WW-uitkeringen hoger dan eind 2018, sterkste groei bij jongeren

Het aantal WW-uitkeringen steeg in 2020 met meer dan een kwart. UWV cijfers tot begin 2021 laten een toename zien van 28% tot 5.745 in december. Het aantal WW-ers is hiermee alweer hoger dan eind 2018. Bekijken we de ontwikkelingen in het afgelopen jaar dan zien we vooral in de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 een flinke toename van het aantal WW-uitkeringen. Vanaf de zomer van 2020 neemt vervolgens het aantal uitkeringen weer licht af. Eind 2020, begin 2021 lijkt sprake te zijn van een stabilisatie. 
Vooral jongeren en uitzendkrachten in de detailhandel en horeca zijn hard geraakt. De eerste maanden stroomden vooral veel jongeren in (< 27 jaar). In januari 2020 ontvingen 376 Utrechtse jongeren een WW-uitkering, op 1 januari 2021 waren dit er 712 (+89%). Als de steunmaatregelen afnemen en de economische crisis aanhoudt, stijgt ook het aandeel oudere werknemers dat werkloos wordt en een uitkering aanvraagt (UWV, 2020). 
Groei bijstand minder sterk dan WW, ook meer bijstandsuitkeringen voor jongeren
De toename van instroom in de bijstand is in vergelijking met de WW tot nu toe beperkt. Eind 2020 ontvangen 9.808 huishoudens een bijstandsuitkering (+5%). Eind 2019 waren dit er 9.366. Ook hier zien we vooral vanaf het voorjaar tot de zomer van 2020 een sterke toename. Vanaf juli 2020 stabiliseert het aantal uitkeringen waarna in het najaar zelfs sprake is van een lichte daling. Eind 2020, begin 2021 zien we dat het aantal bijstandsuitkeringen weer toeneemt. Dit zat ook in de verwachting, omdat de corona maatregelen zijn verscherpt, daarnaast zal komende tijd de instroom vanuit WW door aflopende WW-uitkeringen toenemen. Begin maart 2021 is het aantal bijstandsuitkeringen 9.811 (peildatum 8 mrt 2021).
Net als bij WW-uitkeringen zien we ook in de bijstand een relatief sterke toename onder jongeren (< 27 jaar). Op 1 januari 2020 werden 800 uitkeringen aan jongeren verstrekt, op 1 januari 2021 waren dit er 997 (+25%). Het aandeel uitkeringen aan jongeren is hiermee gestegen van 8,5% naar 10,2% van alle uitkeringen (9.808). 

Bewonerspanel: 15% meldt verslechtering van inkomen sinds begin coronacrisis

In de periode april 2020 en februari 2021 is het Bewonerspanel vier keer bevraagd over de effecten van de coronacrisis. De eerste meting vond plaats in april 2020, de laatste eind februari 2021. In het panel is onder meer gevraagd wat er sinds het begin van de coronacrisis met het inkomen van de panelleden is gebeurd. Het grootste deel van de panelleden ervaart geen effect van de crisis op hun inkomen (februari 2021: 59%). Een vrij stabiel aandeel van zo’n 15% geeft aan dat hun inkomen is verslechterd. In februari 2021 geeft bijna een kwart (24%) van de panelleden aan te maken te hebben met een inkomensverbetering sinds het begin van de crisis. In april 2020 gaf slechts 3% van de panelleden een verbetering aan. Opmerkelijk is dat het aandeel panelleden met een inkomensverbetering nu groter is dan het aandeel dat aangeeft met een verslechtering te maken te hebben. Het Bewonerspanel is echter niet geheel representatief voor de Utrechtse bevolking, het kent een oververtegenwoordiging van hoger opgeleide Utrechters. Als deze groep meer geld overhoud, door beter betaald werk en minder uitgaven in de lockdown, dan beïnvloed dit het beeld. 

Bewonerspanel: vooral ondernemers en mensen met een uitkering zien inkomensdaling

Kijken we naar verschillen in inkomstenbron dan zien we dat panelleden met een eigen bedrijf relatief vaak te maken hebben met een verslechterd inkomen. Ook panelleden met een werkloosheidsuitkering melden relatief vaak een verslechtering van inkomen (dit betreft mogelijk ook mensen die hun baan zijn verloren en daardoor WW ontvangen of mensen die minder uren kunnen werken naast hun uitkering). Panelleden met betaald werk in loondienst zien hun inkomen juist relatief vaak verbeteren. Studenten zien in lockdown hun inkomen verslechteren, buiten de lockdown nam het aandeel met een verbeterd inkomen toe zagen we in eerdere metingen. Bekijken we verschillen tussen leeftijdsgroepen dan zien we dat vooral panelleden t/m 39 jaar hun inkomen zien verbeteren tijdens de crisis. Verslechtering treft alle leeftijdsgroepen.

 

In Utrecht minder lage en meer hoge inkomens dan de drie andere grote steden

De effecten van de coronacrisis zijn nog niet terug te zien in de inkomensverdeling. De inkomensgegevens van de Belastingdienst zijn pas later beschikbaar. De meest recente cijfers betreffen de voorlopige aangiften van 2019. Daarin zien we in Utrecht in vergelijking met Nederland gemiddeld meer arme en rijke huishoudens en minder huishoudens met een middeninkomen. Deze verdeling blijft door de jaren heen redelijk stabiel. In vergelijking met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, heeft Utrecht minder huishoudens met een laag inkomen en meer huishoudens met een hoger inkomen. Ten opzichte van de andere grote steden heeft Utrecht minder huishoudens in de laagste drie inkomensgroepen (gemiddeld 36% ten opzichte van gemiddeld 39% in de overige G4-steden) en relatief veel in de hoogste drie inkomensgroepen (gemiddeld 32% ten opzichte van 28% gemiddeld in de overige G4). In Utrecht is het aandeel van de laagste twee inkomensgroepen de afgelopen jaren licht gedaald en de hoogste twee inkomensgroepen licht gestegen. 

 
 

Global Goals dashboard

Utrecht wil een stad zijn waarin gezondheid en leefbaarheid voorop staan. We stoppen daarom energie in een betere kwaliteit van leven voor iedereen. Internationaal leveren we daarmee een bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Dat zijn de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN) om samen te werken aan een betere wereld voor iedereen.

Voor Werk & inkomen gaat het om de stedelijke doelstellingen Werk voor iedereen en Veerkracht en gelijke kansen. De SDG’s richten zich op:

  • Geen Armoede: Beëindig armoede overal en in al haar vormen.

  • Geen Honger: Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden.

  • Gezondheid en welzijn: Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden.

  • Eerlijk werk en economische groei: Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen.

  • Ongelijkheid verminderen: Dring ongelijkheid in en tussen landen terug.

Naar het dashboard