Samenvatting

Na jaren van groei, daalde het aantal Utrechtse bijstandshuishoudens in 2018 met bijna 5%. Vooral het aantal huishoudens dat korter dan een half jaar in de bijstand zit daalde sterk. Het aantal dat langer dan drie jaar in de bijstand zit groeide daarentegen licht. Het aantal Utrechters met een WW-uitkering daalde in 2018 met 16% (landelijk was de daling 20%). Het totaal aantal personen met een uitkering (werkloosheid, arbeidsongeschiktheidsuitkering, bijstand) daalde in 2017 met ruim 2%.

 Kerncijfers

 2015201620172018
aantal huishoudens met bijstand*9.80410.11010.1249.634
% huishoudens met bijstand5,65,75.75,3
aantal WW'ers7.2007.1225.9555.013
% doorstroom van WW naar bijstand**6,46,46,4-
aantal personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering***13.67013.59013.500-
aantal personen met uitkering, exclusief AOW***31.44031.85031.150-

* Stand 31 december 
** Ramingen
*** Stand september 2014, 2015, 2016 en juni 2017
Bron: W&I, gemeente Utrecht; UWV; CBS

Zowel bijstand als werkeloosheid daalt

Na jaren van (afnemende) groei, daalde het aantal Utrechtse bijstandshuishoudens in 2018 met 4,8%. Op basis van voorlopige cijfers van december 2018 is er voor heel Nederland een daling van bijna 6% ten opzichte van december 2017. Binnen de G4 is te zien dat Den Haag en Rotterdam een sterkere daling laten zien dan het landelijke gemiddelde en Utrecht en Amsterdam een minder sterke daling. Voor 2019 voorspelt het CPB een daling van het aantal Nederlandse huishoudens met bijstand van 2,4% (op basis van jaargemiddelde). Binnen de groep Utrechtse huishoudens met bijstand daalt het aantal dat via de WW binnenkomt (minus bijna 19%). Het aantal statushouders in de bijstand daalt licht (minus 0,5%). Het aantal huishoudens dat langer dan drie jaar in de bijstand zit is verder gegroeid, met ruim 1%. Het aandeel van deze groep steeg daarmee van 60% naar 63%. Het aantal huishoudens dat korter dan drie jaar in de bijstand zit, daalt sterk (minus 14%). De grootste daling zit in de groep die korter dan een half jaar in de bijstand zit. Ongeveer 10% van de huishoudens met een bijstandsuitkering heeft inkomsten uit werk die verrekend worden met de uitkering.

Minder WW-uitkeringen

In 2018 daalde het aantal Utrechters met een WW-uitkering - net als een jaar eerder - met 16%. Deze daling is lager dan in heel Nederland, waar het aantal WW-uitkeringen met ruim 20% daalde. Ook in de andere grote steden lag de daling onder het landelijk gemiddelde (Amsterdam minus 14%, Rotterdam minus 17% en Den Haag minus 19%). Ook de werkloze beroepsbevolking in Utrecht daalde, van 9.000 (2017) naar 8.000 (2018). Deze daling heeft maar beperkte invloed op het aantal bijstandsuitkeringen. Een groot deel van de mensen met een bijstandsuitkering valt niet onder de werkloze beroepsbevolking, omdat zij niet direct (binnen twee weken) beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Het totaal aantal personen met een uitkering (werkloosheid, bijstand, arbeidsongeschiktheidsuitkering) daalde in 2017 met ruim 2%. De afname van het aantal mensen in de WW overtrof daarbij de daling van het aantal bijstandsontvangers.

Utrecht kent meer rijke en arme huishoudens dan gemiddeld in Nederland

Utrecht heeft ten opzichte van Nederland meer arme en rijke huishoudens en minder huishoudens met een middeninkomen. Deze verdeling blijft door de jaren heen redelijk stabiel. In Utrecht is het aandeel huishoudens in de laagste inkomensgroep zonder studenten 13% en met studenten 21%. Ten opzichte van het G4-gemiddelde heeft Utrecht weinig huishoudens in de laagste drie inkomensgroepen (gemiddeld 30% ten opzichte van gemiddeld 40% in de overige G4-steden) en relatief veel in de hoogste drie inkomensgroepen (gemiddeld 35% ten opzichte van 22% tot 29% in de overige G4). Dit komt onder andere doordat Utrecht een grote aantrekkingskracht heeft op mensen met een hoogbetaalde baan.