Samenvatting

Huiseigenaren zijn meer tevreden met de woning dan huurders. Toch worden woningen in Utrecht positief beoordeeld, gemiddeld krijgt de woning het rapportcijfer 7,5. Ook zijn Utrechters gemiddeld genomen tevreden met de buurt waarin zij wonen. De woning- en buurttevredenheid hangt samen met de samenstelling van de woningvoorraad naar eigendom. Over het algemeen worden zowel de woning als de buurt meer positief beoordeeld naarmate het aandeel koopwoningen in een wijk groter is.

Kerncijfers

 2015201620172018
beoordeling woning (rapportcijfer)

7,5

7,5

7,6

7,5

algemeen buurtoordeel (rapportcijfer)*

7,1

7,1

7,2

7,3

% inwoners dat de woning te klein vindt

22

21

20

20

% inwoners dat vindt dat woning slecht onderhouden is

15

15

14

15

% inwoners dat de buurt (zeer) prettig vindt

91

89

91

91

% inwoners dat verwacht dat buurt in toekomst beter wordt

35

35

39

42

* Gebaseerd op de vraag ‘wat vindt u van de buurt waar u woont?’ en vier stellingen ‘de mensen in deze buurt blijven hier graag wonen’, ‘het is niet leuk om in deze buurt te wonen’, ‘als het kan, verhuis ik uit deze buurt’ en ‘als je in deze buurt woont, dan heb je geluk’
Bron: Inwonersenquête 2018, gemeente Utrecht

Huiseigenaren meest tevreden met woning

De meeste Utrechters zijn positief over hun woning, gemiddeld wordt de woning beoordeeld met een 7,5. Een vijfde (20%) van de Utrechters vindt de woning te klein en 15% ervaart dat de woning slecht onderhouden is. Deze cijfers zijn al jaren stabiel rond deze gemiddelden. Huurders zijn over het algemeen minder tevreden dan huiseigenaren over de grootte en het onderhoud van de woning. Landelijk is de kwaliteit van koopwoningen ook hoger dan die van huurwoningen, op basis van woninggrootte, bouwjaar, onderhoudsconditie en kwaliteit van de woonbuurt (SCP, 2018). Hierdoor scoren wijken met veel koopwoningen hoger op woningtevredenheid dan wijken met veel huurwoningen. In de wijk met het grootste aandeel koopwoningen (Vleuten-De Meern, 72% koopwoningen) worden woningen het best beoordeeld (8,1). In de wijk met het kleinste aandeel koopwoningen (Overvecht, 22% koopwoningen) worden woningen het slechtst beoordeeld (6,8). Inwoners met een koopwoning in Overvecht beoordelen de woning met een 7,9. Dit cijfer ligt in de buurt van het stedelijk gemiddelde voor woningeigenaren (8,1). Utrechtse huurders beoordelen de woning gemiddeld met een 6,9.

Utrechters positief over eigen buurt

Ruim negen op de tien (91%) Utrechters vindt de eigen buurt (zeer) prettig. Het aandeel inwoners dat verwacht dat de buurt in de toekomst beter wordt stijgt naar 42%. Dit percentage laat hiermee een positieve ontwikkeling zien in vergelijking met voorgaande jaren. Hieruit blijkt dat Utrechters over het algemeen tevreden zijn met de buurt waarin ze wonen. Gemiddeld krijgt ‘de buurt’ een 7,3. Overvecht scoort het laagste cijfer (5,5). Buurten binnen de wijken Oost en Noordoost worden het best beoordeeld (8,2). In deze wijken is minder dan 20% van de woningen een sociale huurwoning van een corporatie. Andere wijken met een aandeel sociale huurwoningen van woningcorporaties onder 20% scoren ook bovengemiddeld (Binnenstad: 7,8; Vleuten-De Meern: 7,6).

Tevredenheid en samenstelling woningvoorraad

De woning- en buurttevredenheid houdt sterk verband met de samenstelling van de woningvoorraad naar eigendom. Over het algemeen worden zowel de woning als de buurt meer positief beoordeeld naarmate het aandeel koopwoningen in een wijk groter is. Dit beeld komt ook naar voren uit landelijk onderzoek. Het aandeel koopwoningen in Utrecht (47%) is lager dan in Nederland (58%). Tevredenheid met de woonomgeving in de G4-steden ligt lager dan in niet-stedelijke gebieden in Nederland (SCP, 2018). In vergelijking tot de overige G4-steden is het aandeel koopwoningen in Utrecht relatief hoog (Amsterdam 30%; Rotterdam 35%; Den Haag 43%)(CBS, 2019). In woningmarktregio Utrecht wordt de woonomgeving meer positief beoordeeld dan in woningmarkregio’s Amsterdam, Rotterdam en Den Haag (WoON2015). Ondanks het verband tussen tevredenheid en de samenstelling van de woningvoorraad is dit niet de enige voorspeller van woning- en buurttevredenheid. Landelijk wordt er ook een positieve relatie gevonden tussen individuele indicatoren inkomen, leeftijd en opleiding met woningtevredenheid (SCP, 2018).