Samenvatting

  • Minder afval in totaal: minder gescheiden afval, meer restafval    
  • Het nascheiden van plastic afval is gestart
  • Waardering voor de afvalinzameling groeit tussen 2019 en 2021 naar 6,6    
  • Weinig afval: hoogste scheidingspercentage van vier grote gemeenten

 Kerncijfers

 2018201920202021
afvalproductie per inwoner (totaal ingezameld huishoudelijk afval in kg per inwoner)396391421413
restafval per inwoner (grof en fijn huishoudelijk restafval in kg per inwoner)225219227229
afvalscheidingspercentage aan de bron*43444644
afvalscheidingspercentage incl. nascheiding van grof en fijn huishoudelijk restafval45464746
totaal aantal bezoekers afvalscheidingsstations553.000566.780643.120616.274
rapportcijfer inzameling afval6,56,5-6.6
% inwoners dat energie en milieu spaart door afval te scheiden6569-71

* Percentage afval dat gescheiden wordt aan-/ingeleverd inclusief grofvuil.
Bron: gemeente Utrecht; Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Minder afval in totaal: minder gescheiden afval, meer restafval

De hoeveelheid huishoudelijk restafval, samen met de gescheiden ingezamelde stromen als glas, papier, plastic en GFT, lag in 2021 op 413 kg per inwoner. Dat is 8 kg per inwoner minder dan in 2020 en 22 kg meer dan in 2019. De hoeveelheid restafval is met 2 kg gestegen. De gescheiden ingezamelde stromen zijn met 10 kg gedaald. De stijging van het totaal ten opzichte van 2019 is net als in 2020 toe te schrijven aan de gevolgen van de coronamaatregelen: men consumeerde meer in huis, bestelde meer online en ruimde veel op, al is dat iets minder dan in 2020. Dat blijkt ook uit het aantal bezoekers aan de afvalscheidingsstations. Ten opzichte van 2020 daalde het aantal bezoeken met 4% naar 616.274 in 2021. Ten opzichte van 2019 is dit een stijging met 9%. Het afvalscheidingspercentage voor de totale hoeveelheid ingezameld afval is in 2021 (44% aan de bron, 46% inclusief nascheiding) iets gedaald ten opzichte van 2020.

Het nascheiden van plastic afval is gestart

In het najaar van 2021 zijn alle wijken, met uitzondering van Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern, overgegaan op nascheiden. De sorteermachines van het afvalbedrijf halen meer Plastic, Blik en Pakafval (PBP) uit het restafval dan inwoners voor elkaar krijgen bij bronscheiding. In deze wijken zijn de PBP-kliko's ingenomen en de ondergrondse PBP-containers geschikt gemaakt voor de inzameling van restafval.

In 2021 is de wijk West (met uitzondering van Lombok-oost en -west) overgezet op Het Nieuwe Inzamelen. Daarbij staat afval scheiden centraal en haalt de gemeente Utrecht we groente-, fruit- en tuinafval (gft) en papier en karton apart op. De planontwikkeling van de overige wijken verloopt trager dan verwacht. Vanwege de doorlooptijd van juridische procedures en omdat in coronatijd de voorbereidingen meer tijd vragen, zijn sommige wijken niet volgens planning overgegaan op Het Nieuwe Inzamelen. Eind 2021 zijn er 7.000 vrijwillige afvalinzamelaars, zij ruimen zwerfafval op in de openbare ruimte. De gemeente voorziet hen van een afvalknijper en afvalzakken.

Waardering voor de afvalinzameling groeit tussen 2019 en 2021 naar 6,6

De Inwonersenquête van de gemeente Utrecht vraagt naar de waardering voor de afvalinzameling. Utrechters waarderen de afvalinzameling in 2021 met een rapportcijfer van 6,6. Dit is hoger dan de waardering van twee jaar eerder: 6,5. Per wijk zien we wel verschillen. De hoogste waardering is in Vleuten-De Meern (7,2) en Zuid (7,2). De laagste waardering is in Overvecht (5,9). De grootste verbeteringen in waardering zien we in Noordoost (van 6,5 naar 6,9) en Zuid (van 6,8 naar 7,2). De grootste verslechtering van de waardering is in Overvecht (van 6,3 naar 5,9).

Weinig afval: hoogste scheidingspercentage van vier grote gemeenten

In vergelijking met alle Nederlandse gemeenten zitten Amsterdam en Utrecht in 2021 bij de 7% gemeenten met het minste kilo’s huishoudelijk afval per inwoner. Alle vier de grote steden behoren tot de 5% gemeenten met het laagste scheidingspercentage. Wanneer we Utrecht vergelijken met de andere grote steden, dan zien we dat de hoeveelheid ingezameld afval per inwoner in Amsterdam en Utrecht lager is dan in Rotterdam en Den Haag. Utrechters scheiden daarnaast relatief meer afval dan inwoners uit de andere grote steden. Het aandeel huishoudelijk restafval is daardoor duidelijk kleiner.