Samenvatting

De winkelleegstand in heel Utrecht nam het afgelopen jaar af van 7,7% naar 6,7% eind 2020. In het centrum is de laatste jaren een opwaartse trend te zien in het leegstandpercentage. Eind 2020 ligt het percentage (10,2%) aanzienlijk hoger dan een  jaar eerder (8,5%). Tegelijkertijd neemt het internetwinkelen aan populariteit toe.

Kerncijfers

 2017201820192020
% winkelleegstand gemeente Utrecht (m² wvo)4,75,57,76,7
% winkelleegstand Utrecht centrum (m² wvo)3,34,98,510,2
% leegstaande commerciële verkooppunten Utrecht Centrum (m² wvo)--8,38,8
% filialiseringsgraad detailhandel Utrecht Centrum (verkooppunten)44,347,148,949,3
aantal m² wvo in gebruik Utrecht Centrum119.144120.978129.051130.963
% inwoners tevreden over winkelvoorziening in de buurt697574-

De afkorting wvo staat voor: winkelvloeroppervlak
Bron: Locatus (situatie einde jaar); Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Internetwinkelen vorig jaar fors gegroeid

In 2020 is er in online winkels 43,5% meer omzet gerealiseerd dan het jaar ervoor. Dit is de grootste groei sinds 2014. Deze forse groei heeft er mede voor gezorgd dat de omzet in de gehele detailhandel in 2020 met 6% is gegroeid. Alleen in 2001 lag deze eeuw de omzetgroei nog iets hoger. De verschillen tussen sectoren zijn echter groot. De sectoren food, doe-het-zelf, wonen, elektronica en recreatieartikelen behaalden recordomzetten.
Daarentegen kampten de sectoren schoenen (-18,4%) en mode (-19,6%) met grote verliezen in 2020.1 Tegelijkertijd worden kleding, schoenen en accessoires het meest online gekocht. In 2020 is de omzet van de gehele webwinkelbranche voor ieder kwartaal fors gegroeid ten opzichte van het jaar ervoor. Zowel grote en kleine retailers en merken zijn vorig jaar online actiever geworden, onder meer op sociale media (Retail postcorona: Impactanalyse jan/feb 2021 (Retailagenda), 2020).

Winkelleegstand in Utrecht afgenomen, maar in centrum verder gegroeid

In Utrecht is gemiddeld genomen een afname te zien van de winkelleegstand (van 7,7% in 2019 naar 6,7% in 2020). Landelijk nam de leegstand, op basis van het aantal vierkante meters winkelvloeroppervlak, in het afgelopen jaar ook af, van 8,1% naar 7,6%1. In het centrum van Utrecht is daarentegen al enkele jaren een opwaartse trend te zien van het leegstandpercentage. Eind 2020 ligt het percentage (10,2%) aanzienlijk hoger dan het jaar ervoor (8,5%). Het leegstandspercentage ligt eind 2020 bijna twee keer zo hoog als de veelal gehanteerde frictieleegstand van 5%. Opvallend is dat vorig jaar in het centrum van Utrecht het metrage winkelruimte in gebruik ook is toegenomen (naar bijna 131.000 m²). Er zijn echter meer vierkante meters winkelvloeroppervlak bijgekomen dan dat er daadwerkelijk in gebruik is genomen. Het gevolg hiervan is dat het leegstandspercentage is toegenomen. De filialiseringsgraad van de detailhandel in het centrum (49,3%) is in 2020 ook verder toegenomen. Bijna de helft van de winkelpanden die in gebruik zijn, is ingevuld met een ketenbedrijf.

Lagere huurprijzen in het centrum

De huurprijzen in het centrum van Utrecht zijn in 2020 licht gedaald. Deze daling is vooral bij de tophuren aan de Oudegracht, Vredenburg en Lange Elisabethstraat te zien. Ook zijn de huurprijzen in de beste winkelstraten in de G4 opnieuw gedaald. Na de Amsterdamse Kalverstraat worden de hoogste huren betaald aan de Lange Elisabethstraat in Utrecht. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving zijn er overigens belangrijke verschillen tussen de stadcentra. Grote centra zijn afhankelijk van openbaar vervoer en toerisme, en zullen minder snel herstellen van de coronapandemie dan kleinere centra. Topstraten doen het ook relatief slechter dan aanloopstraten, mede omdat in die topstraten de meest ingrijpende maatregelen zijn getroffen, zoals eenrichtingsverkeer en gedeeltelijke afsluitingen (Veerkracht op de proef gesteld (PBL), 2020).

Verwachting van experts: binnensteden gaan inkrimpen

Uit het Retail postcorona impactanalyse rapport blijkt dat grote steden wel veerkracht hebben maar dat ze niet op het oude niveau komen. Aan het begin van de pandemie werd gezegd dat binnensteden de grootste verliezers werden. Daar komen verschillende  stakeholders in de retailsector begin 2021 op terug. Grote steden zullen weliswaar niet meer op het oude drukteniveau terugkeren, maar zij zijn zeker niet de grote verliezers. Zij hebben met hun aantrekkingskracht en gevarieerd aanbod voldoende veerkracht om weer op te bloeien. Grote steden zullen compacter en leefbaarder worden. De compactheid ontstaat doordat het aantal winkels afneemt, maar ook doordat het aantal verdiepingen van winkels zal verminderen. Grote winkelpanden met veel verdiepingen zullen niet meer of in zeer beperkte mate terug te zien zijn in de steden, verwachten experts. Ze verwachten nog maximaal twee verdiepingen voor winkelpanden. Op de verdiepingen boven de winkels ontstaat ruimte voor wonen, kantoren en recreatie. Dit zal echter pas op lange termijn gerealiseerd worden. De uitdaging wordt om in de tussentijd binnensteden met een toenemende leegstand zo aantrekkelijk mogelijk te houden.

Utrechters tevreden over winkelvoorzieningen

In 2019 was driekwart van de Utrechters (74%) tevreden over de winkelvoorzieningen in de buurt. Dit is vergelijkbaar met het percentage in 2018 (75%). In 2018 woonde het grootste aandeel bewoners dat tevreden is over de winkelvoorzieningen (89%) in Leidsche Rijn wat veranderde naar de Binnenstad (89%) in 2019. De grootste veranderingen zijn terug te zien in Vleuten-De Meern waar men 6% minder tevreden is ten opzichte van het jaar ervoor, en in Oost waar men 5% minder tevreden is dan het voorafgaande jaar. In Zuid is de tevredenheid over de winkelvoorzieningen in 2019 het laagst (64%) net als het jaar ervoor (63%).