Samenvatting

  • Aandeel particuliere verhuur niet verder gestegen
  • Grote wijkverschillen in particuliere verhuur en corporatiebezit
  • Huurprijzen stijgen minder snel dan koopprijzen
  • Aandeel sociale huurwoningen stabiel
  • Discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt

Kerncijfers

 20182019202020212022
aantal huurwoningen (per 1 januari)79.56978.97981.36485.49886.307
% huurwoningen (per 1 januari)5351525453
% corporatiewoningen (per 1 januari)323131

31

30
% particuliere huurwoningen (per 1 januari)20

20

21

23

23

aantal verhuringen van sociale huurwoningen2.4372.1502.320

-

-

gemiddelde inschrijfduur sociale huurwoning (in jaren)*10,4

10,6

10,3

-

-

% gemiddelde slaagkans sociale huurwoning**65

5

-

-

voorraad sociale huurwoningen in corporatiebezit (per 1 januari)-44.78444.67346.554

-

voorraad corporatiebezit met huurprijs boven liberalisatiegrens (per 1 januari)-

3.183

3.2392.808

-

* Gemiddelde inschrijfduur in jaren bij verhuring in het aanbodmodel, exclusief urgentie, per jaar (RIGO).
** De slaagkansen van woningzoekenden zijn berekend door het aantal verhuringen via advertenties per jaar te delen door het aantal actief woningzoekenden. Voor de berekening van de slaagkansen voor 2019 is gebruikgemaakt van een schatting van het aantal actief woningzoekenden (RIGO). 
Bron: BAG, BghU, RWU, bewerking gemeente Utrecht (huurwoningen naar eigendom en huurprijs); RIGO, Woonruimte verdeling in de U16 (sociale verhuringen via WoningNet)

Aandeel particuliere verhuur niet verder gestegen

Met ruim 86.000 huurwoningen bestaat de woningvoorraad op 1 januari 2022 voor 53% uit huurwoningen. De huurvoorraad groeit in 2021 (+1%)  minder snel dan de totale woningvoorraad (+2%). Begin 2022 bedraagt het aandeel corporatiewoningen 30% en het aandeel particuliere verhuur 23% . Sinds 2019 groeide het aandeel particuliere verhuur van 20% naar 23% begin 2021. In 2021 bleef dit aandeel gelijk. Dit sluit aan op cijfers over kooptransacties naar type koper. In 2021 is ten opzichte van 2020 een verschuiving te zien naar meer transacties door koopstarters en minder transacties door particuliere investeerders. (zie ook: Koopwoningmarkt).

Grote wijkverschillen in particuliere verhuur en corporatiebezit

Wijk Binnenstad kent veruit het grootste aandeel particuliere verhuur (45%), op afstand gevolgd door Zuidwest (29%) en Oost (25%). De enige wijken met een toename van het aantal particuliere huurwoningen zijn Overvecht (+44%), Zuidwest (+3%) en Leidsche Rijn (+2%). De wijken met de grootste afname in particuliere verhuur zijn Vleuten-De Meern (-6%) en Noordoost (-3%). Overvecht heeft veruit het grootste aandeel corporatiebezit (61%), gevolgd door Zuid (41%) en Zuidwest (38%). De wijken met het minste corporatiebezit zijn Binnenstad (16%) en Noordoost (16%). Het totaal aandeel huurwoningen is het hoogst in Overvecht (80%), Zuidwest (67%) en Zuid (57%). De wijken met het kleinste aandeel huurwoningen zijn Vleuten-De Meern (30%), Noordoost (39%) en West (45%).

Huurprijzen stijgen minder snel dan koopprijzen

Uit cijfers van het CBS blijkt dat de gemiddelde huurprijzen in Utrecht per juli 2021 1,6% hoger waren dan het jaar daarvoor. In die periode stegen de huren landelijk met 0,8%. De Prijsindex Bestaande Koopwoningen steeg in deze periode met +16% in Utrecht. Begin 2021 is 36% van de totale woningvoorraad een huurwoning met een (deels geschatte) huurprijs onder de liberalisatiegrens (kleiner dan €752,-). De meeste woningen in dit sociale segment zijn in bezit van woningcorporaties (81%). Particuliere huurwoningen worden het meest verhuurd in het middensegment (€752,- tot €1004,-). Van alle middenhuurwoningen is 88% in bezit van particuliere verhuurders. Het dure segment (huurprijs boven €1004,-) bestaat bijna volledig uit particuliere verhuurder (92%). In 2021 was het grootste aandeel sociale huurwoningen te vinden in Overvecht (67%), Zuidwest (47%) en Zuid (44%). Dure huurwoningen komen relatief veel voor in Leidsche Rijn (10%) en Binnenstad (9%).
 

Aandeel sociale huurwoningen stabiel

Begin 2021 bestaat 36% van de totale woningvoorraad uit sociale huurwoningen met een huurprijs onder de €752,- per maand. In 2019 en 2020 lag dit aandeel met 35% op een vergelijkbaar niveau. Ruim twee derde van alle huurwoningen heeft een huurprijs onder de €752,- (67%). Dit komt neer op ruim 57.000 sociale huurwoningen. Huurwoningen van woningcorporaties zijn voornamelijk sociale huurwoningen (94%). Van alle particuliere huurwoningen in 2021 schatten we dat 30% wordt verhuurd met een huurprijs onder de liberalisatiegrens (kleiner dan €752,-).

Discriminatie op de particuliere huurwoningmarkt

In 2019 en 2020 is er door Academie van de Stad onderzoek gedaan naar discriminatie op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt. Hierin zijn de discriminatiegronden migratieachtergrond en seksuele gerichtheid onderzocht. In 2020 is ook de discriminatiegrond fysieke beperking meegenomen. Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van ongelijke behandeling op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt. Discriminatie op basis van migratieachtergrond komt het meest voor (13%), gevolgd door fysieke beperking (11%) en seksuele gerichtheid (9%). Fictieve kandidaat-huurders met een niet-Nederlands klinkende naam werden systematisch benadeeld door zowel makelaars (15%) als particuliere verhuurders (10%) ten opzichte van fictieve kandidaat-huurders met een Nederlands klinkende naam. Fictieve kandidaat-huurders met een partner van hetzelfde geslacht werden systematisch benadeeld door makelaars (10%) maar niet door particuliere verhuurders. Fictieve kandidaat-huurders met een fysieke beperking en een hulphond werden niet benadeeld door makelaars maar wel door particuliere verhuurders (18%). Twee van de tien in dit onderzoek benaderde makelaars weigerden een discriminerend verzoek van een (fictieve) particuliere verhuurder. Momenteel vindt er een update van het onderzoek plaats naar discriminatie op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt op de gronden migratieachtergrond en seksuele gerichtheid. De resultaten van dit onderzoek worden in het tweede kwartaal van 2022 verwacht. Lees meer over de Aanpak van discriminatie in de raadsbrief Aanpak discriminatie op de woningmarkt.