Samenvatting

De woningvoorraad op 1 januari 2021 bestond voor 54% uit huurwoningen. Het aandeel woningen in corporatiebezit is de afgelopen drie jaar gelijk gebleven (31%). Het aandeel particuliere huurwoningen neemt toe van 20% in 2019 naar 23% in 2021. Begin 2020 bestond 35% van de woningvoorraad uit sociale huurwoningen van woningcorporaties of particuliere verhuurders, evenals begin 2019. Het aantal nieuwe verhuringen is toegenomen in 2020, de wachttijd van woningzoekenden binnen de sociale huur van woningcorporaties gedaald naar 10,3 jaar. 

Kerncijfers

 20172018201920202021

aantal huurwoningen

77.453

79.569

78.979

81.364

85.297*

aandeel huurwoningen

52

53

51

52

54

aandeel corporatiewoningen

33

32

31

31

31

aandeel particuliere huurwoningen

20

20

20

21

23

aantal vehuringen van sociale huurwoningen

2.340

2.437

2.150

2.320*

-

gemiddelde slaagkans sociale huurwoning*** (in jaren)

10,2

10,4

10,6

10,3*

-

gemiddelde slaagkans sociale huurwoning*** (%)

8

6

5

5*

-

voorraad sociale huurwoningen in corporatiebezit

-

-

44.784

44.673

-

voorraad corporatiebezit met huurprijs boven liberalisatiegrens

-

-

3.183

3.239

-

* Voorlopige cijfers.
** Gemiddelde inschrijfduur in jaren bij verhuring in het aanbodmodel, exclusief urgentie, per jaar (RIGO).
*** De slaagkansen van woningzoekenden zijn berekend door het aantal verhuringen via advertenties per jaar te delen door het aantal actief woningzoekenden. Voor de berekening van de slaagkansen voor 2019 is gebruikgemaakt van een schatting van het aantal actief woningzoekenden (RIGO). 
Bron: BAG, BghU, RWU, bewerking gemeente Utrecht (huurwoningen naar eigendom en huurprijs); RIGO, Woonruimte verdeling in de U16 (sociale verhuringen via WoningNet).

Meer particuliere verhuur in Utrecht

Met ruim 85 duizend huurwoningen bestaat de woningvoorraad op 1 januari 2021 voor 54% uit huurwoningen. Dit is een toename van 5% ten opzichte van 2020. De huurvoorraad groeit hiermee sneller dan de totale woningvoorraad in 2021 (+2%). Het aandeel corporatiewoningen blijft met 31% gelijk in omvang. De groei van het aandeel huurwoningen komt door een meer particuliere huurwoningen (+7%). Begin 2021 stonden er bijna 36 duizend particuliere huurwoningen in Utrecht, ongeveer 2.500 meer dan begin 2020. Dit sluit aan bij cijfers van het Kadaster, waaruit blijkt dat in 2020 bijna een kwart van de verkocht woningen in Utrecht gekocht door particuliere investeerders of mensen die een tweede woning kopen (zie ook: koopwoningmarkt). 
Wijk Binnenstad kent veruit het grootste aandeel particuliere verhuur (45%), op afstand gevolgd door Zuidwest (28%) en Oost (26%). De grootste toename van het aantal particuliere huurwoningen zien we in de wijken Zuidwest (+21%), Overvecht (+15%) en Oost (+15%). De wijken met het minste particuliere verhuur zijn Vleuten-De Meern (13%) en Overvecht (14%). Overvecht heeft veruit het grootste aandeel corporatiebezit (65%), gevolgd door Zuid (41%) en Zuidwest (39%). De wijken met het minste corporatiebezit zijn Binnenstad (16%) en Noordoost (16%). Het totaal aandeel huurwoningen is het hoogst in Overvecht (79%), Zuidwest (67%) en Binnenstad (61%). De wijken met het kleinste aandeel huurwoningen zijn Vleuten-De Meern (31%), Noordoost (39%) en West (45%). 

Betaalbaarheid huurwoningen

Huurwoningen hebben een gemiddelde WOZ-waarde van 284 duizend euro [belastingjaar 2021], dit is fors lager dan de gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen (448 duizend euro). De gemiddelde huurprijzen in Utrecht per juli 2020 waren 2,6% hoger dan het jaar daarvoor (CBS). In die periode stegen de huren landelijk gemiddeld met 2,9%. Hiermee stegen de huren in Utrecht gedurende 2020 minder snel dan de prijsindex bestaande koopwoningen (+9,4%). 
Begin 2020 is 35% van de totale woningvoorraad een huurwoning met een (geschatte) huurprijs onder de liberalisatiegrens (< €737,14). De meeste woningen in het sociale segment zijn in bezit van woningcorporaties (82%). Particuliere huurwoningen worden het meest verhuurd in het middensegment (€720,42 tot €966,15). Van alle middenhuurwoningen is 86% in bezit van particuliere verhuurders. Het dure segment (huurprijs boven €966,15 euro) bestaat bijna volledig uit particuliere verhuurder (91%). In 2020 was het grootste aandeel sociale huurwoningen is te vinden in Overvecht (66%), Zuidwest (44%) en Zuid (43%). Dure huurwoningen komen relatief veel voor in Leidsche Rijn (11%) en Binnenstad (10%).

Sociale huurwoningen

Begin 2020 heeft ruim twee derde van alle huurwoningen een netto huurprijs onder de 737,14 euro (67%). Dit zijn ruim 54 duizend woningen. Hiervan behoort 84% tot de kernvoorraad (huurwoning met een huurprijs lager dan €663,40). Dit betreft de woningen in bezit van woningcorporaties en woningen die particulier worden verhuurd. Huurwoningen van woningcorporaties zijn voornamelijk sociale huurwoningen (93%). Van alle particuliere huurwoningen in 2020 is geschat dat 29% wordt verhuurd met een huurprijs onder de liberalisatiegrens (< €737,14). In 2020 waren er ongeveer 2.320 nieuwe verhuringen van sociale huurwoningen door corporaties. Dit is een toename van het aantal verhuringen ten opzichte van 2019 (2.150). Het aantal nieuwe verhuringen ligt onder het niveau van 2014, toen het aantal verhuringen piekte op bijna 2.800. De wachttijd van woningzoekenden binnen de sociale huur van woningcorporaties is voor het eerst in jaren gedaald, van 10,6 jaar in 2019 naar 10,3 jaar in 2020. In 2014 was de wachttijd van woningzoekenden binnen de sociale huur van woningcorporaties 8 jaar. De slaagkans in 2020 is gelijk aan de slaagkans in 2019 (5%).

Discriminatie op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt

In 2019 en in 2020 is er door Academie van de Stad onderzoek gedaan naar discriminatie op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt. Hierin zijn de discriminatiegronden migratieachtergrond en seksuele gerichtheid onderzocht. In 2020 is ook de discriminatiegrond fysieke beperking meegenomen. Uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van ongelijke behandeling op de Utrechtse particuliere huurwoningmarkt. Discriminatie op basis van migratieachtergrond komt het meest voor (13%), gevolgd door fysieke beperking (11%) en seksuele gerichtheid (9%). Fictieve kandidaat-huurders met een niet-Nederlands klinkende naam werden systematisch benadeeld door zowel makelaars (15%) als particuliere verhuurders (10%) ten opzichte van fictieve kandidaat-huurders met een Nederlands klinkende naam. Fictieve kandidaat-huurders met een partner van hetzelfde geslacht werden systematisch benadeeld door makelaars (10%) maar niet [significant] door particuliere verhuurders. Fictieve kandidaat-huurders met een fysieke beperking en een hulphond werden niet [significant] benadeeld door makelaars maar wel door particuliere verhuurders (18%). Twee van de tien in dit onderzoek benaderde makelaars weigerde een discriminerend verzoek van een (fictieve) particuliere verhuurder. De gemeente Utrecht wil discriminatie op de woningmarkt bestrijden. Lees meer over de aanpak in de raadsbrief Aanpak discriminatie op de woningmarkt.

Global Goals dashboard

Utrecht wil een stad zijn waarin gezondheid en leefbaarheid voorop staan. We stoppen daarom energie in een betere kwaliteit van leven voor iedereen. Internationaal leveren we daarmee een bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Dat zijn de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN) om samen te werken aan een betere wereld voor iedereen.

Voor Wonen gaat het om de  stedelijke doelstelling Wonen. De SDG’s richten zich op het volgende doel:

  • Duurzame steden: Maak steden en menselijke nederzettingen inclusief, veilig, veerkrachtig en duurzaam. Garandeer veilig en betaalbaar wonen voor iedereen.

Naar het dashboard