Samenvatting

In 2020 zijn de basisscholen en middelbare scholen twee keer gesloten en volgden leerlingen onderwijs op afstand. Op basis van literatuuronderzoek waarschuwt het Sociaal en Cultureel Planbureau dat schoolsluiting voor een toename van kansenongelijkheid in het onderwijs kan zorgen. Landelijk onderzoek stelt dat leerlingen in het primair- en voortgezet onderwijs gemiddeld genomen leervertraging hebben opgelopen als gevolg van de schoolsluitingen. Studenten in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs geven aan sociale contacten te missen en er zijn zorgen over studievertraging en het (niet) op kunnen doen van praktijkervaring als gevolg van de coronacrisis. In Utrecht is er onderzoek gedaan naar onderwijs op afstand en leervertraging onder basisschoolleerlingen, mbo-studenten en zijn er vragen gesteld aan ouders van kinderen in het primair- en voorgezet onderwijs. Resultaten voor Utrechtse scholen en leerlingen sluiten aan bij het landelijke beeld.

Kerncijfers

 2017/20182018/20192019/20202020/2021
% 17 t/m 22-jarigen met startkwalificatie of schoolinschrijving194949494
% voortijdig schoolverlaters2,32,41,92-
aantal zwakke basisscholen30122
aantal zwakke afdelingen voortgezet onderwijs30033
aantal scholen met inspectieoordeel "goed"--66
aantal scholen met predicaat excellent33322
% inwoners dat tevreden is met het basisonderwijs in de buurt4676466-
% inwoners dat tevreden is met het voortgezet onderwijs in de stad4605959-

1 Peildatum 1 januari
2 voorlopig cijfer. Cijfers bij voorgaande jaren zijn definitief en [mogelijk] met terugwerkende kracht gewijzigd.
3 Inclusief scholen met predicaat excellent. Per kalenderjaar, 2020/2021 is kalenderjaar 2020.
4 De tevredenheid wordt gemeten o.b.v. het aantal inwoners dat een oordeel geeft (tevreden,  ontevreden, neutraal). De categorie “weet niet” is hierbij buiten beschouwing gelaten. Bij de tevredenheid met het bo is het percentage “weet niet” ruim 50% en bij de tevredenheid met het vo 40%. De volgende inwonersenquête is in 2021.
Bron: DUO; Onderwijsinspectie; Onderwijs, gemeente Utrecht; Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Onderwijs op afstand en leervertraging

In 2020 zijn de basisscholen en middelbare scholen twee keer gesloten en volgden leerlingen onderwijs op afstand. Landelijk onderzoek stelt dat leerlingen in het primair- en voortgezet onderwijs gemiddeld genomen leervertraging hebben opgelopen als gevolg van de schoolsluitingen (Engzell, Frey, Verhagen, 2020; Cito, 2020; TIG, 2021). Uit cijfers van DUO blijkt dat groep-8 leerlingen in Nederland gemiddeld ook een lager schooladvies kregen in 2020 (DUO, 2020). Vanwege de coronacrisis is geen eindtoets afgenomen. Hierdoor zijn (voorlopige) schooladviezen niet naar boven bijgesteld (Ministerie van OCW, 2020). Scholieren geven aan dat een goede thuiswerkplek en aandacht van een vakdocent voor hulpvragen belangrijk zijn om (beter) te leren vanuit huis (VO Academie, 2020). Door het schrappen van de centrale eindexamens, als gevolg van de coronacrisis, zijn er wel meer scholieren toegelaten tot het hoger onderwijs (Vereniging van Hogescholen, 2021; zie ook ‘Leerlingpopulatie & -migratie’). Studenten in het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs geven aan sociale contacten te missen (Turner, 2020; ISO, 2021) en er zijn zorgen over studievertraging en het (niet) op kunnen doen van praktijkervaring als gevolg van de coronacrisis (Onderwijsinspectie, 2020). Uit hetzelfde onderzoek van de onderwijsinspectie blijkt dat een derde van ondervraagde medewerkers in het primair onderwijs aangeeft zich zorgen te maken over (blijvende) leerachterstanden. 85% van de vmbo-, havo- en vwo-afdelingen zag gemiddeld genomen achterstanden bij leerlingen ontstaan. Ook blijkt dat sommige scholen in Nederland begin schooljaar 2020/’21 genoodzaakt waren groepen leerlingen naar huis te sturen door lerarentekort en hogere [Covid-19 gerelateerde] uitval van docenten. Op basis van literatuuronderzoek waarschuwt het Sociaal en Cultureel Planbureau dat schoolsluiting voor een toename van kansenongelijkheid in het onderwijs kan zorgen. Uit literatuuronderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat schoolsluiting voor een toename van kansenongelijkheid in het onderwijs kan zorgen (SCP, 2020).

De Utrechtse situatie

In Utrecht is er onderzoek gedaan naar onderwijs op afstand en leervertraging onder basisschoolleerlingen, het welzijn van mbo-studenten en zijn er vragen gesteld aan ouders van kinderen in het primair- en voorgezet onderwijs. Resultaten over Utrechtse scholen en leerlingen sluiten aan bij het landelijke beeld. Basisschoolleerlingen in groep 5, 6 en 7 hebben tijdens de schoolsluiting in de eerste lockdown gemiddeld twee à drie maanden achterstand opgelopen (Lessen uit de lockdown, 2020). Volgens dit onderzoek liepen leerlingen in groep 5 de meeste leerachterstand op, ook zijn er verschillen per school zichtbaar. Onderzoek onder Utrechtse mbo studenten in het eerste leerjaar van het Nimeto en het Grafisch Lyceum Utrecht laat zien dat het welzijn van studenten meer onder druk lijkt te staan in coronajaar 2020 (Universiteit Utrecht, 2021). Zo geeft in het najaar van 2020 21% van de ondervraagden aan sociale problemen te ervaren, ten opzichte van 11% in 2019. Ook zijn studenten vaker rusteloos of snel afgeleid (van 29% in 2019 naar 39% in 2020) en ervaren zij meer druk door schoolwerk (van 20% in 2019 naar 37% in 2020). Daarnaast maakte meer mbo studenten zich zorgen om de toekomst (van 16% in 2019 naar 29% in 2020). De onderzoekers geven aan dat deze veranderingen niet alleen aan de coronacrisis zijn toe te schrijven, andere invloeden in de levensloop van studenten zijn niet uitgesloten. Tijdens het voorjaar van 2020 is in het Bewonerspanel van de gemeente Utrecht aan ouders gevraagd hoe zij het thuisonderwijs ervaren. Een groot deel van de panelleden met schoolgaande kinderen gaf aan de combinatie tussen werk en privé lastig te vinden. Sommigen zeiden dat thuisonderwijs leidt tot spanningen binnen het gezin, wanneer kinderen de rol van hun ouders als leraar niet accepteren. Ook het gemis aan sociale contacten van de kinderen werd door panelleden benoemd. Anderzijds benoemde een ongeveer even groot aandeel van de ondervraagde ouders (ook) positieve gevolgen van het thuisonderwijs. Zoals meer zicht op de vorderingen van het kind, meer rust voor het kind en ongestoord en zelfstandiger werken. Ook vond een deel van de ouders het fijn meer tijd met hun kind(eren) door te kunnen brengen en leidde het thuisonderwijs tot minder stress doordat kinderen of ouders de (onderwijs)tijd flexibel in kunnen delen. Deze resultaten gaan over de situatie vóór de tweede lockdown. In februari 2021 zijn opnieuw vragen over thuisonderwijs gesteld aan het Bewonerspanel. De lagere scholen waren op het moment van bevragen net weer open, de middelbare scholen nog niet. Uit deze meting bleek dat ouders van kinderen op de middelbare school zich vaker zorgen maken over leerachterstanden bij hun kind(eren) dan ouders van kinderen op de basisschool (78% versus 56%). Een kwart van de ouders van basisschoolleerlingen en 28% van de ouders van middelbare scholieren heeft het gevoel hun kind(eren) onvoldoende te kunnen begeleiden bij het thuisonderwijs. Ruim vier op de tien ouders van basisschoolleerlingen (43%) gaf aan dat verlof van het werk zou helpen om hun kind(eren) beter te kunnen begeleiden bij het thuisonderwijs. Ouders van middelbare scholieren hebben vooral behoefte aan ondersteuningsprogramma's vanuit de school (40%). (link naar uitkomsten panel voorjaar 2020 en februari 2021 opnemen).

Centrale Eindtoets 2019/’20 vervallen

De Centrale Eindtoets (CET) van 2019/2020 is komen te vervallen in verband met de uitbraak van het Coronavirus. Vanwege het al jaren dalende aantal deelnemers aan de CET, wordt het moeilijk om scores door de jaren heen met elkaar te vergelijken. Vandaar dat we de eindscores niet meer opnemen in de kerncijfertabel. De CET staat onder druk, omdat het aantal deelnemers daalt en de populariteit van andere toetsen, zoals de IEP-toets of de Route-8 toets, toeneemt. Ook in Utrecht zien we dat de CET minder afgenomen wordt. In 2019 nam 58% van de Utrechtse leerlingen in groep 8 deel aan de CET, in 2018 was dat nog 67%. De deelname aan de IEP-toets groeide in 2019 van 22% naar 25% en die aan de Route 8 toets van 6% naar 9%. Uiteenlopende leerling populaties maken dus verschillende toetsen, waardoor verschillen in normering ontstaan. Volgens de Inspectie voor het Onderwijs ontbreken hierdoor geschikte data om zicht te houden op het onderwijsniveau van basisscholen (De Staat van het Onderwijs, april 2019).

Percentage Utrechtse jongeren met startkwalificatie stabiel op 94%

Voor de start van de coronapandemie beschikte 94% van de Utrechtse jongeren in de leeftijd van 17 t/m 22 jaar over een startkwalificatie of zat nog op school om deze te behalen. Dit cijfer is al jaren op rij stabiel. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma of een diploma van het mbo (niveau twee of hoger). Met een startkwalificatie hebben jongeren meer kans op de arbeidsmarkt. In het schooljaar 2019/’20 ging ongeveer 1,9% van de jongeren van school vóór het behalen van een startkwalificatie (voortijdig schoolverlater). Het (voorlopige) aandeel voortijdig schoolverlaters is hiermee afgenomen ten opzichte van 2018/’19 (2,4%). Het percentage vroegtijdig schoolverlaters in Utrecht ligt lager dan in andere grote steden (Amsterdam 2,2%, Den haag 2,4% en Rotterdam 2,5%), maar hoger dan landelijk (1,7%).

Aantal zwak- en goed beoordeelde basisscholen blijft gelijk

In 2020 telde Utrecht twee zwakke basisscholen, evenveel als in 2019. Het aantal zwakke afdelingen in het voorgezet onderwijs is ook gelijk gebleven (3). Het betreft hier twee afdelingen van één school, waarbij de betreffende afdelingen als ‘zeer zwak’ zijn beoordeeld. Tot voor 2018 was het oordeel ‘voldoende’ het hoogst haalbare oordeel van de inspectie. Sinds 2019 is daar het oordeel ‘goed’ aan toegevoegd, voor scholen die duidelijk beter presteren dan ‘voldoende’. In 2020 beoordeelde de inspectie zes Utrechtse scholen als ‘goed’, waarvan twee Utrechtse scholen tevens het predicaat Excellent kregen. Basisscholen beoordeeld met ‘goed’ zijn OBS Overvecht (met vier locaties), OBS De Kleine Dichter, OBS De Panda, OBS Tuindorp en de Utrechtse Schoolvereniging. Daarnaast is er één school voor voorgezet onderwijs als ‘goed’ beoordeeld: het Utrechts Stedelijk gymnasium. De twee scholen met predicaat excellent zijn OBS Overvecht en Utrechts Stedelijk Gymnasium. Alleen scholen die zichzelf aanmelden en die als ‘goed’ beoordeeld zijn door de inspectie komen in aanmerking voor dit predicaat. Het predicaat geldt voor drie jaar.

Global Goals dashboard

Utrecht wil een stad zijn waarin gezondheid en leefbaarheid voorop staan. We stoppen daarom energie in een betere kwaliteit van leven voor iedereen. Internationaal leveren we daarmee een bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Dat zijn de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN) om samen te werken aan een betere wereld voor iedereen.

Voor Onderwijs & vaardigheden gaat het om de stedelijke doelstelling Veerkracht en gelijke kansen. De SDG’s richten zich op:

  • Goed Onderwijs: Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen.

  • Ongelijkheid verminderen: Dring ongelijkheid in en tussen landen terug.

  • Klimaatactie: Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden.

Naar het dashboard