Samenvatting

In 2018 scoorden Utrechtse basisscholieren onveranderd goed op de Cito-toets. Hoewel het merendeel van de Utrechtse leerlingen in groep 8 de Citotoets maakt, stappen steeds meer scholen over op alternatieve toetsen, zoals de IEP-toets (ruim een vijfde van de groep-8 leerlingen maakte deze toets in 2018). Sinds begin 2019 telt Utrecht twee excellente scholen; één basisschool en één VO-school. De onderwijsinspectie heeft in 2018 één Utrechtse basisschool als zwak geclassificeerd. Het aantal zwakke afdelingen in het voorgezet onderwijs is nog altijd nul. De tevredenheid van de Utrechters over het basisonderwijs in de buurt schommelt de afgelopen jaren rond de 65%.

Kerncijfers

 2015/20162016/20172017/20182018/2019
gemiddelde Cito-score535,2535,6535,6-
% 17 t/m 22-jarigen met startkwalificatie of schoolinschrijving*94949494
% voortijdig schoolverlaters1,92,12,3**-
aantal zwakke basisscholen***0001
aantal zwakke afdelingen voortgezet onderwijs***7000
aantal scholen met predicaat excellent***3332
% inwoners dat tevreden is met het basisonderwijs in de buurt66646764
% inwoners dat tevreden is met het voortgezet onderwijs in de stad60606059

* peildatum 1 januari
** voorlopig cijfer

*** Per kalenderjaar, 2018/2019 is kalenderjaar 2018
Bron: DUO; Onderwijs, gemeente Utrecht; Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Utrechtse basisscholieren scoren goed op Cito-toets

In 2018 scoorden Utrechtse basisscholieren onveranderd goed op de Cito-toets, met een gemiddelde score van 535,6. Hiermee scoort Utrecht net als vorig jaar hetzelfde als het landelijke gemiddelde en beter dan het G4-gemiddelde (534,8). Scholen kunnen sinds schooljaar 2014/2015 kiezen voor andere toetsen dan de Cito, zoals de IEP-toets of de Route 8-toets. Na een aanvankelijke aarzeling, stappen steeds meer scholen over. In Utrecht neemt ruim 67% van de leerlingen in groep 8 deel aan de Cito-eindtoets (vorig jaar 71%) en 22% aan de IEP-toets (vorig jaar 21%). De overige leerlingen hebben andere eindtoetsen of een ontheffing. Voor de bepaling van het niveau van voortgezet onderwijs is sinds schooljaar 2014/2015 het schooladvies leidend en niet de resultaten van de centrale eindtoets.

94% van de Utrechtse jongeren heeft startkwalificatie of is in opleiding

In 2017 beschikt 94% van de Utrechtse jongeren van 17 t/m 22 jaar over een startkwalificatie of zit nog op school om deze te behalen. Dit cijfer is al jaren op rij stabiel. Een startkwalificatie is een Havo- of Vwo-diploma of een diploma van het Mbo (niveau twee of hoger). Met een startkwalificatie hebben jongeren meer kans op de arbeidsmarkt. In het schooljaar 2017/’18 lag het voorlopige aandeel voortijdig schoolverlaters (uitval vóór het behalen van een startkwalificatie) op 2,3%. Dit lijkt vooralsnog een kleine toename ten opzichte van 2016/’17 (2,1%).

Utrecht telt één zwakke basisschool en geen zwakke VO-afdelingen

Sinds 2014 kende Utrecht geen basisscholen meer met de kwalificatie ‘zwak’, maar in 2018 heeft de onderwijsinspectie één Utrechtse basisschool als zwak geclassificeerd. Het aantal zwakke afdelingen in het voorgezet onderwijs is nog altijd nul. Sinds begin 2019 telt Utrecht twee excellente scholen (één basisschool en één VO-school). Alleen scholen die zichzelf aanmelden en die minimaal als ‘goed’ beoordeeld zijn door de inspectie komen in aanmerking. Het predicaat geldt voor drie jaar.

Merendeel Utrechters tevreden over aanbod onderwijs

De tevredenheid van de Utrechters over het basisonderwijs in de buurt schommelt de afgelopen jaren rond de 65%. De tevredenheid is het laagst in de Binnenstad en het hoogst in Vleuten-De Meern en Noordoost. Gezien het relatief lage aantal respondenten per wijk kan er geen uitspraak gedaan worden over een ontwikkeling binnen de wijken. De tevredenheid met het voortgezet onderwijs in de stad schommelt rond de 60%.

SCP: beroepsbevolking steeds hoger opgeleid, maar zorgen over kwaliteit van opleidingsniveaus

In De sociale staat van Nederland neemt het SCP 25 jaar onderwijsbeleid onder de loep en trekt op basis daarvan conclusies. Volgens het SCP zal het opleidingsniveau van de beroepsbevolking in de komende jaren verder stijgen. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de kwaliteit van opleidingsniveaus. Prestaties van de huidige generatie scholieren in het basis- en voortgezet onderwijs zijn lager voor met name wiskunde en rekenen dan vijftien tot twintig jaar geleden.

Bron: De sociale staat van Nederland, 2017