Samenvatting

Ruim een derde van de Utrechtse peuters bezoekt een peuterspeelzaal. Van de peuters met een risico op taalachterstand krijgen in 2018 zo’n negen op de tien voorschoolse educatie. Het aantal Utrechtse kinderen dat naar een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastoudergezin gaat, vertoont al jaren een licht stijgende lijn. Jonge kinderen uit de wijken Noordoost en Oost bezoeken relatief het vaakst een kinderdagverblijf en kinderen uit de wijk Overvecht relatief het minst. De tevredenheid van Utrechters over de kinderopvang in hun buurt schommelt door de jaren heen rond de 60%.

 Kerncijfers

 2015201620172018
% 2,5–4 jarigen dat geplaatst is op een peuterspeelzaal (psz)36363535
% 2,5–4 jarigen dat geplaatst is op een peuterspeelzaal (psz) zonder VVE-indicatie14161515
% 2,5–4 jarigen dat geplaatst is op een peuterspeelzaal (psz) met VVE-indicatie22202120
% peuters met risico op taalachterstand dat voorschool bezoekt9491*8989
aantal kinderen (0-3 jaar) dat naar kinderdagverblijf gaat11.31011.43011.550-
aantal kinderen (4-11 jaar) dat naar buitenschoolse opvang gaat11.52012.25012.930-
% kinderen (0-3 jaar) dat naar kinderdagverblijf gaat616264-
% kinderen (4-11 jaar) dat naar buitenschoolse opvang gaat384041-
totaal % kinderen (0-11 jaar) in formele opvang (kdv, bso en gastouderopvang, excl. psz)464749-
% inwoners dat tevreden is over kinderopvang (kdv, psz, bso) in hun buurt60576358

* peildatum december. De cijfers voor 2017 en 2018 hebben als peildatum oktober.
Bron: JGZ (cijfers VVE); CBS (cijfers kinderopvang); Inwonersenquête, gemeente Utrecht (cijfer tevredenheid)

Ruim een derde Utrechtse peuters bezoekt peuterspeelzaal

35% Van de Utrechtse peuters (2,5–4 jaar) heeft een plaats op de peuterspeelzaal, een cijfer dat redelijk stabiel is. Peuterspeelzalen in Utrecht werken gemengd, met zowel peuterspeelzaalplaatsen als VE-plaatsen (voorschoolse educatie). Eén op de vijf Utrechtse peuters (20%) heeft een geïndiceerde VE-plaats en 15% bezoekt de peuterspeelzaal zonder VE-indicatie. Het percentage peuters met een risico op taalachterstand dat met VE bereikt wordt, is sinds 2012 toegenomen van 70% tot ongeveer 90% op dit moment. Dit percentage is berekend als het daadwerkelijk aantal peuters dat een voorschool bezoekt, als percentage van het totaal aantal geïndiceerde peuters (door JGZ). De overige 10% die niet geplaatst is, bestaat uit peuters die door diverse omstandigheden (nog) niet deelnemen aan voorschoolse educatie, bijvoorbeeld omdat ze op een wachtlijst staan of omdat de ouders plaatsing niet wenselijk vinden.

Formele opvang Utrecht vertoont licht stijgende lijn

Het aantal Utrechtse kinderen dat naar een formele vorm van opvang gaat, vertoont al jaren een licht stijgende lijn. In 2017 bezoekt bijna twee derde van alle 0-3 jarigen in Utrecht een kinderdagverblijf en ruim vier op de tien 4-11 jarigen bezoekt een (formele) buitenschoolse opvang. Beide cijfers laten ten opzichte van 2016 een lichte groei zien. Tussen de diverse Utrechtse wijken zijn grote verschillen in het gebruik van kinderopvang zichtbaar. Jonge kinderen uit de wijken Noordoost en Oost bezoeken relatief het vaakst een kinderdagverblijf (respectievelijk 91% en 84%). Voor de buitenschoolse opvang geldt dat vooral kinderen uit Noordoost en West een BSO bezoeken (respectievelijk 62% en 55%). Kinderen uit de wijk Overvecht maken relatief gezien het minst gebruik van kinderdagverblijven (16%) en BSO (7%). Over het algemeen laten bijna alle wijken een lichte toename in het gebruik van formele kinderopvang zien. De tevredenheid van Utrechters over de kinderopvang in hun buurt (kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang) schommelt door de jaren heen rond de 60%. Dit blijkt uit de Inwonersenquête. In 2018 daalde de tevredenheid tot net onder de 60% (van 63% in 2017 naar 58% in 2018). De tevredenheid is het hoogst in de wijken Vleuten-De Meern en Oost (circa 65% is tevreden).

Landelijk: van krimp naar voorzichtige groei

De kinderopvang heeft een roerige periode achter de rug. Vanaf 2012 nam het gebruik af. Anno 2018 is de economische crisis achter de rug en investeert de overheid weer in de kinderopvang. Dit blijkt uit een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (Kijk op kinderopvang. Hoe ouders denken over de betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit van kinderopvang, 2018). Volgens dit onderzoek groeit het aandeel kinderen dat naar formele opvang gaat in de afgelopen jaren weer. Landelijk gezien ging in 2017 de helft van de kinderen onder de vier jaar en een kwart van de kinderen boven de vier jaar naar de opvang (kinderdagverblijven, buiten-schoolse opvang of gastouders). (Bron: Sociaal Cultureel Planbureau, 2018).