Samenvatting

Als gevolg van de coronapandemie zijn kinderopvangverblijven en buitenschoolse opvang twee keer gesloten. Voor kwetsbare kinderen en kinderen van ouders met cruciale beroepen was de kinderopvang inclusief de voorschool en de buitenschoolse opvang in die tijd wel open. In 2019, voor de start van de coronapandemie, steeg het aantal Utrechtse kinderen dat naar een kinderdagverblijf of een buitenschoolse opvang ging. Jonge kinderen uit de wijken Noordoost en Oost bezoeken relatief het vaakst een kinderdagverblijf en kinderen uit de wijk Overvecht relatief het minst. De deelname aan de voorschool neemt de laatste jaren af.

 Kerncijfers

 2017201820192020
% 2,5–4 jarigen dat geplaatst is op een voorschool (vs)*35353225
% 2,5–4 jarigen dat geplaatst is op een voorschool (vs)* zonder VVE-indicatie15151410
% 2,5–4 jarigen dat geplaatst is op een voorschool (vs)* met VVE-indicatie21201915
% peuters met risico op taalachterstand dat voorschool bezoekt**89898267
aantal kinderen (0-3 jaar) dat naar kinderdagverblijf gaat11.55012.28012.670-
aantal kinderen (4-11 jaar) dat naar buitenschoolse opvang gaat12.93013.67014.030-
% kinderen (0-3 jaar) dat naar kinderdagverblijf gaat646971-
% kinderen (4-11 jaar) dat naar buitenschoolse opvang gaat414344-
totaal % kinderen (0-11 jaar) in formele opvang (kdv, bso en gastouderopvang, excl. vs)495152-
% inwoners dat tevreden is over kinderopvang (kdv, vs, bso) in hun buurt635858-

* Peildatum oktober 2020. Per 1 januari 2020 bestaan er als gevolg van de harmonisatie van kinderopvang en peuterspeelzalen geen peuterspeelzalen meer, maar alleen voorscholen.
** Dit percentage is berekend als het daadwerkelijk aantal peuters dat een voorschool bezoekt, als percentage van het totaal aantal geïndiceerde peuters (door JGZ). Peildatum december. De cijfers voor 2017 en 2018 hebben als peildatum oktober.
Bron: JGZ (cijfers VE); CBS (cijfers kinderopvang); Inwonersenquête, gemeente Utrecht (cijfer tevredenheid).

Afname Utrechtse peuters dat voorschool bezoekt

De deelname aan de peuterspeelzaal/ voorschool neemt de laatste jaren af. Vooral in 2020 is een sterke daling zichtbaar. In 2019 is 32% van de peuters geplaatst op een peuterspeelzaal. In 2020 is het aandeel peuters dat geplaatst is op een voorschool 25%. Ook het aandeel peuters met risico op taal- en/of ontwikkelachterstand dat een peuterspeelzaal/ voorschool bezoekt neemt af. In 2019 gaat 82% van de peuters met risico op taal- en/of ontwikkelachterstand naar de peuterspeelzaal. In 2020 gaat 67% van de peuters met risico op taal- en/of ontwikkelachterstand naar de voorschool. De voorscholen zijn in 2020 twee keer gesloten, als gevolg van de coronapandemie. Daarnaast is per 1 januari 2020 in Utrecht de wettelijke harmonisatie van peuterspeelzalen en kinderopvang doorgevoerd. Hierdoor bestaan er geen aparte peuterspeelzalen meer, maar nog wel voorscholen. Hoewel de voorscholen voor alle kinderen toegankelijk zijn, zijn ze specifiek bedoeld voor peuters van 2,5 tot 4 jaar met een advies van de JGZ om extra te spelen en leren op de voorschool (VE-indicatie). In 2020 is toegang tot de voorschool duurder en inkomensafhankelijk geworden (dus hoeveel duurder is afhankelijk van het inkomen van de ouders). Voor werkende ouders is de ouderbijdrage gekoppeld aan de kinderopvangtoeslag. Voor ouders die recht hebben op kinderopvangtoeslag telt vanaf 2020 het aantal uren dat de voorschool bezocht wordt mee in het totaal aantal opvanguren waarvoor men vergoeding ontvangt. Voor ouders van kinderen met een VE-indicatie zijn bij 16 uur voorschool per week de eerste 6 uur gratis, hierover betalen ouders geen ouderbijdrage. Doordat de harmonisatie van peuterspeelzalen en kinderopvang in hetzelfde jaar is doorgevoerd als de start van de coronapandemie is het effect van elk van deze gebeurtenissen op de afname van de deelname aan de voorschool met deze cijfers niet uit elkaar te halen.

Voor corona toename 0-3 jarigen dat naar kinderopvang gaat

Als gevolg van de coronapandemie zijn kinderopvangverblijven en buitenschoolse opvang twee keer gesloten. In 2019, voor de start van de coronapandemie, steeg het aantal Utrechtse 0-3 jarigen dat naar de formele kinderdagopvang gaat (+3%). Sinds 2014 neemt het totale aantal 0-3 jarigen in Utrecht langzaam af. Het aandeel 0-3 jarigen dat een kinderdagverblijf bezoek stijgt dan ook verder in 2019, naar 71%. Hiermee heeft Utrecht het hoogste aandeel 0-3 jarigen dat formele kinderopvang bezoek van de grote steden. In Amsterdam is dit 64%, gevolgd door Rotterdam (55%) en Den Haag (52%). Het aantal Utrechtse kinderen dat de buitenschoolse opvang (BSO) bezoekt neemt ook toe in 2019. Het aandeel 4-11 jarigen dat een BSO bezoekt stijgt naar 44%.

De toename in het aandeel kinderen dat kinderdagopvang bezoekt is te zien in bijna elke wijk. In Overvecht, waar het laagste percentage kinderdagopvang is, is de grootste toename te zien (van 16% in 2017 naar 28% in 2019). In 2019 is alleen in wijk Binnenstad een forse afname te zien in het aandeel 0-3 jarigen dat een kinderdagverblijf bezoekt. Het totaal aantal 0-3 jarigen in de binnenstad is klein (383 in 2019), waardoor schommeling sterker zichtbaar is in het percentage kinderdagopvang. Jonge kinderen uit de wijken Noordoost (99%) en Oost (86%) bezoeken het vaakst een kinderdagverblijf. Ook het aandeel kinderen dat naar de buitenschoolse opvang gaat groeit in de meeste wijken. Het BSO bezoek is het hoogst onder kinderen uit Noordoost (66%) en West (58%). Kinderen uit de wijk Overvecht maken relatief gezien het minst gebruik van BSO, hoewel het aandeel stijgt van 7% in 2017 naar 10% in 2019. De tevredenheid van Utrechters over de kinderopvang in hun buurt (kinderdagverblijf, peuterspeelzaal, buitenschoolse opvang) schommelde de afgelopen jaren rond de 60%. Dit blijkt uit de Inwonersenquête (2019), de volgende peiling is in 2021.

Global Goals dashboard

Utrecht wil een stad zijn waarin gezondheid en leefbaarheid voorop staan. We stoppen daarom energie in een betere kwaliteit van leven voor iedereen. Internationaal leveren we daarmee een bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Dat zijn de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN) om samen te werken aan een betere wereld voor iedereen.

Voor Onderwijs & vaardigheden gaat het om de stedelijke doelstelling Veerkracht en gelijke kansen. De SDG’s richten zich op:

  • Goed Onderwijs: Verzeker gelijke toegang tot kwaliteitsvol onderwijs en bevorder levenslang leren voor iedereen.

  • Ongelijkheid verminderen: Dring ongelijkheid in en tussen landen terug.

  • Klimaatactie: Neem dringend actie om klimaatverandering en haar impact te bestrijden.

Naar het dashboard