Samenvatting

Op 1 januari 2021 wonen 2.287 statushouders in Utrecht. Het aantal is voor het eerst sinds lange tijd gedaald. In 2020 zijn er 183 statushouders gehuisvest in Utrecht. Dit aantal ligt onder de taakstelling van 239 voor dat jaar. Mede door de coronacrisis hebben veel gemeenten te maken met een achterstand in de huisvesting van statushouders. In Utrecht is de totale achterstand per 1 januari 2021 uitgekomen op 79 statushouders. De huisvestingstaakstelling voor 2021 is vastgesteld op 497 statushouders.

 Kerncijfers

 20172018201920202021
aantal erkende vluchtelingen/statushouders in Utrecht*2.4062.8673.0643.0722.287
aantal erkende vluchtelingen/statushouders in Utrecht met vergunning bepaalde tijd*2.0532.5742.7342.4091.645
aantal erkende vluchtelingen/statushouders in Utrecht met vergunning onbepaalde tijd*353293330663642
taakstellingsopgave huisvesting statushouders (excl. achter-/voorstand)452475236239497
achterstand huisvestingsopgave op 1 januari21687-102379
aantal te huisvesten statushouders (incl. achterstand)668562226262576
aantal gehuisveste statushouders581572203183-
% werkende statushouders (18-65 jaar)**11162732-
% statushouders met bijstandsuitkering (18-65 jaar)**90806958-

* Stand op 1 januari.
** Dit betreft een groep die in 2014 of later een status in Nederland heeft gekregen en op 1 januari van het jaar is ingeschreven in Utrecht.
Bron: BRP, gemeente Utrecht; COA; Divosa

Afname aantal statushouders in 2020

Na jarenlange groei is in 2020 het aantal statushouders in Utrecht voor het eerst in tien jaar tijd gedaald. Mensen die naar Nederland komen om hier asiel aan te vragen (asielzoekers), krijgen op individuele basis een voorlopige verblijfsvergunning of een afwijzing. In het eerste geval (voorlopige verblijfsvergunning) krijgen ze officieel de status van ‘vluchteling’, ook wel ‘statushouder’ genoemd. Op 1 januari 2021 zijn er volgens de Basisregistratie Personen (BRP) in Utrecht 2.287 statushouders. Dit aantal is exclusief statushouders die inmiddels zijn verhuisd naar een andere gemeente of genaturaliseerd (na vijf jaar kunnen vluchtelingen tot Nederlander worden genaturaliseerd). Een jaar eerder waren er 3.072 statushouders in Utrecht, dat is een afname van 785 in 2020.

Afname aantal asielaanvragen in 2020

Uit cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is bekend dat er in 2020 circa 19.000 mensen asiel hebben aangevraagd in Nederland. Dat zijn er ruim 10.000 minder dan in 2019. Vooral in de eerste helft van 2020 lag het aantal asielaanvragen lager. Dat had volgens de IND te maken met de coronapandemie. Door de coronamaatregelen waren in veel landen de ambassades en consulaten gesloten en was internationaal reizen nauwelijks mogelijk. Het CBS meldde dat in april 2020 het laagste aantal asielaanvragen werd geteld sinds het begin van de metingen in 2013.

Taakstelling loopt op

Voor het jaar 2020 kreeg Utrecht de taak om 239 statushouders te huisvesten. Vanwege de achterstand van 23 nog te huisvesten personen aan het begin van dat jaar, stond Utrecht voor de opgave om voor 262 statushouders woonruimte te vinden. In totaal zijn 183 statushouders in 2020 gehuisvest. Door onder meer de extra lockdown-maatregelen in december 2020 is vertraging in de uitstroom naar woningen opgetreden (zo duurde het inrichten van huizen langer door gesloten winkels en lange levertijden bij online-aankopen). Daarnaast is de druk op de woningvoorraad groot met lange wachttijden voor sociale huurwoningen. Utrecht begint de taakstelling van 2021 daardoor met een achterstand van 79. De taakstelling voor 2021 is vastgesteld op 497 statushouders, aanzienlijk hoger dan de taakstelling voor 2019 (236) en 2020 (239). Met een verrekening van de achterstand blijft er een opgave over van 576 te huisvesten statushouders in 2021. Het Rijk bepaalt de landelijke taakstelling voor het huisvesten van statushouders aan de hand van het te verwachten aantal vluchtelingen dat een verblijfsvergunning ontvangt. Daarna verdeelt het Rijk deze taakstelling evenredig over gemeenten op basis van het aantal inwoners per gemeente. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) koppelt de statushouders na de asielprocedure aan gemeenten voor huisvesting. De gemeenten moeten vervolgens passende woonruimte bieden.

Utrechtse statushouders: relatief veel Syriërs, jongeren en mannen

De Divosa Benchmark Statushouders geeft met cijfers een beeld over de ontwikkelingen van statushouders per gemeente. De benchmark volgt een groep statushouders die vanaf 2014 een verblijfsvergunning asiel in Nederland hebben gekregen. Elk jaar wordt deze groep aangevuld met de nieuwe statushouders. De meest recente cijfers zijn van 1 juli 2020. De gevolgde groep bevat in totaal 2.925 statushouders (inclusief nareizende gezinsleden) die in 2014 of later een verblijfsvergunning hebben ontvangen en die op 1 juli 2020 in Utrecht woonachtig zijn. In de periode van 2014 tot 1 juli 2020 was de instroom vanuit andere gemeenten naar Utrecht hoger dan de uitstroom (450 vs. 150 statushouders).

De groep met Utrechtse statushouders bestaat voor 59% uit mannen en 41% uit vrouwen. De meesten van hen hebben de Syrische (60%) of Eritrese (14%) nationaliteit. Op basis van de samenstelling van het huishouden is de groep statushouders in Utrecht te verdelen in thuiswonende kinderen (34%), ouders met kinderen (5% als alleenstaande ouder, 26% met een ander), stellen zonder kinderen (7%) en alleenstaanden (25%). Naast het grote aandeel minderjarigen (29%) kenmerkt de groep zich door een groot aantal jongvolwassen van 18-26 jaar (19%); verder is 39% in de leeftijd van 27-44 jaar en slechts 13% ouder dan 44 jaar.

Aandeel werkenden neemt toe met verblijfsduur

Van de gevolgde groep statushouders in Utrecht zijn er 2.040 in de leeftijd van 18 t/m 65 jaar. Van hen ontvangt 56% een bijstandsuitkering, 19% volgt onderwijs en 30% heeft betaald werk. Dit betreft de situatie in het 2e kwartaal van 2020, toen de coronacrisis net begonnen was. In onderstaande figuur is voor elk afzonderlijk cohortjaar het aandeel werkenden gegeven in de periode 1 januari 2018 tot 1 juli 2020. Hierin komt duidelijk naar voren dat hoe ouder het cohortjaar is (met andere woorden hoe langer de verblijfsduur in Nederland), des te groter het aandeel werkenden. Voor de cohortgroep uit 2014 heeft halverwege 2020 zo’n 45% werk, terwijl dit voor het recente cohort uit 2019 nog geen 15% is. In de figuur is ook goed te zien dat het aandeel werkenden van de afzonderlijke cohorten 2014-2017 vanaf begin 2018 sterk toeneemt, maar in het 2e kwartaal van 2020 plots daalt. Dit is niet los te zien van de coronamaatregelen die toen van kracht werden.

SCP: succesvolle sociaal-culturele integratie begint bij volledig meedoen

Uit recent onderzoek van het SCP onder Syrische en Eritrese statushouders in Nederland blijkt dat zij zich meer verbonden voelen met Nederland als ze de taal spreken, Nederlandse vrienden hebben, de Nederlandse nationaliteit krijgen en betaald werk hebben. Op de lange termijn is er meer nodig om volwaardig mee te doen en zich verbonden te voelen met Nederland(ers). Voor een succesvolle sociaal-culturele integratie is het van belang dat de Nederlandse samenleving openingen en mogelijkheden biedt om volwaardig mee te doen.