Samenvatting

  • Aantal statushouders in coronajaar 2020 afgenomen
  • Ondanks corona veel asielinstromers in 2021
  • Taakstelling huisvesting in 2021 en 2022 hoger dan 2019 en 2020
  • Utrechtse statushouders: veel Syriërs, jongeren en mannen
  • Aandeel werkenden neemt toe met verblijfsduur
  • SCP: succesvolle integratie begint bij volledig meedoen

 Kerncijfers

 20182019202020212022
aantal erkende vluchtelingen/statushouders in Utrecht op 1 januari2.8673.0643.0722.2872.262
aantal erkende vluchtelingen/statushouders in Utrecht met vergunning bepaalde tijd2.5742.7342.4091.6451.698
aantal erkende vluchtelingen/statushouders in Utrecht met vergunning onbepaalde tijd293330663642564
taakstellingsopgave huisvesting statushouders (excl. achter-/voorstand)475236239497479*
achterstand huisvestingsopgave op 1 januari87-102379171
aantal te huisvesten statushouders (incl. achterstand)562226262576650*
aantal gehuisveste statushouders572203183405-

* Cijfer 2022 is inclusief de overname van één statushouder van de gemeente Utrechtse Heuvelrug.
Bron: BRP, gemeente Utrecht; COA

Vluchtelingen uit Oekraïne

De meest recente cijfers in dit hoofdstuk zijn van 1 januari 2022. Hierin ontbreken cijfers over vluchtelingen uit Oekraïne. De Rijksoverheid onderhoudt een website waarin wekelijks cijfers over vluchtelingen uit Oekraïne in Nederland worden gepubliceerd. De Veiligheidsregio Utrecht heeft een website met informatie over de opvang van Oekraïners in de regio Utrecht.

Aantal statushouders in coronajaar 2020 afgenomen

Mensen die naar Nederland komen om hier asiel aan te vragen, krijgen een voorlopige verblijfsvergunning of een afwijzing. Een asielzoeker die een voorlopige verblijfsvergunning ontvangt, krijgt officieel de status van vluchteling, ook wel statushouder genoemd. Op 1 januari 2022 zijn er 2.262 statushouders in de Basisregistratie Personen (BRP) van Utrecht geregistreerd. Dit aantal is exclusief statushouders die inmiddels zijn verhuisd naar een andere gemeente of genaturaliseerd (na vijf jaar kunnen vluchtelingen tot Nederlander worden genaturaliseerd). Twee jaar eerder waren er nog 3.072 statushouders in Utrecht. Na jarenlange groei was in 2020 het aantal statushouders in Utrecht voor het eerst in tien jaar tijd gedaald. In het coronajaar 2020 daalde het aantal statushouders met 785, in 2021 bleef de afname beperkt tot 25.

Ondanks corona veel asielinstromers in 2021

Cijfers van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) laten zien dat de landelijke asielinstroom in 2021 flink is gestegen. De totale asielinstroom in Nederland was vorig jaar 36.600 (ingediende asielverzoeken plus nareizende gezinsleden). Dat is een forse toename ten opzichte van de twee voorgaande jaren. Door de internationale reisbeperkingen als gevolg van corona bleef de instroom in 2020 beperkt tot 19.100. Het aantal asielinstromers in 2021 ligt echter ook aanzienlijk hoger dan in 2019, toen dat 29.400 bedroeg. Het CBS meldt dat de asielinstroom in 2021 vooral in de tweede helft van het jaar is toegenomen.

Taakstelling huisvesting in 2021 en 2022 hoger dan 2019 en 2020

Voor het jaar 2021 kreeg Utrecht de taak om 497 statushouders te huisvesten. Deze taakstelling betekende een verdubbeling ten opzichte van het voorgaande jaar. Vanwege de achterstand van 79 nog te huisvesten personen aan het begin van dat jaar, stond Utrecht voor de opgave om in 2021 voor 576 statushouders woonruimte te vinden. In totaal zijn 405 statushouders in 2021 gehuisvest. Utrecht begint de taakstelling van 2022 daardoor met een achterstand van 171. De verdubbeling van de taakstelling en het grote tekort aan geschikte woningen die over meerdere kwetsbare woningzoekenden met urgentie moeten worden verdeeld, zijn de oorzaak van de groeiende achterstand.

De taakstelling voor 2022 is vastgesteld op 479 statushouders. Dit is iets lager dan de taakstelling van 2021 (497), maar het dubbele van de taakstelling van 2019 (236) en 2020 (239). Met een verrekening van de achterstand blijft een opgave over van 650 te huisvesten statushouders in 2022.

Het Rijk bepaalt de landelijke taakstelling voor het huisvesten van statushouders aan de hand van het te verwachten aantal vluchtelingen dat een verblijfsvergunning ontvangt. Daarna verdeelt het Rijk deze taakstelling evenredig over gemeenten op basis van het aantal inwoners per gemeente. Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) koppelt de statushouders na de asielprocedure aan gemeenten voor huisvesting. De gemeenten moeten vervolgens passende woonruimte bieden.

Utrechtse statushouders: veel Syriërs, jongeren en mannen

De Divosa Benchmark Statushouders geeft met cijfers een beeld over de ontwikkelingen van statushouders per gemeente. De benchmark volgt een groep statushouders die vanaf 2014 een verblijfsvergunning in Nederland hebben gekregen. Elk jaar wordt deze groep aangevuld met de nieuwe statushouders. De meest recente cijfers zijn van 1 juli 2021. De gevolgde groep bevat in totaal 3.330 statushouders (inclusief nareizende gezinsleden) die in 2014 of later een verblijfsvergunning hebben ontvangen en die op 1 juli 2021 in Utrecht woonachtig zijn. In de periode van 2014 tot 1 juli 2021 was de instroom vanuit andere gemeenten naar Utrecht hoger dan de uitstroom (550 versus 210 statushouders).

De groep met Utrechtse statushouders bestaat voor 58% uit mannen en 42% uit vrouwen. De meesten van hen hebben de Syrische (57%) of Eritrese (15%) nationaliteit. Op basis van de samenstelling van het huishouden is de groep statushouders in Utrecht te verdelen in thuiswonende kinderen (34%), ouders met kinderen (6% als alleenstaande ouder, 26% met een ander), stellen zonder kinderen (7%) en alleenstaanden (25%). Naast het grote aandeel minderjarigen (28%) kenmerkt de groep zich door een groot aantal jongvolwassen van 18-26 jaar (19%); verder is 39% in de leeftijd van 27-44 jaar en slechts 14% ouder dan 44 jaar.

Aandeel werkenden neemt toe met verblijfsduur

Van de gevolgde groep statushouders in Utrecht zijn er 2.350 in de leeftijd van 18-65 jaar. Van hen ontvangt 55% een bijstandsuitkering, 20% volgt onderwijs en 33% heeft betaald werk. Dit betreft de situatie op 1 juli 2021. In onderstaande figuur is voor vier afzonderlijke cohortjaren het aandeel werkenden gegeven in de periode 1 januari 2018 tot 1 juli 2021. Hierin komt naar voren dat hoe ouder het cohortjaar is (met andere woorden hoe langer de verblijfsduur in Nederland), des te groter het aandeel werkenden. Voor de cohortgroep uit 2014 heeft halverwege 2021 zo’n 47% werk, terwijl dit voor het recente cohort uit 2020 slechts 6% is. In de figuur is ook te zien dat het aandeel werkenden van de cohorten 2014 en 2016 vanaf begin 2018 sterk toeneemt, maar in 2020 plots daalt. Dit is niet los te zien van de coronamaatregelen die toen van kracht werden. In 2021 lijkt het aandeel werkenden weer aan te trekken.

SCP: succesvolle integratie begint bij volledig meedoen

Uit onderzoek van het SCP onder Syrische en Eritrese statushouders in Nederland blijkt dat zij zich meer verbonden voelen met Nederland als ze de taal spreken, Nederlandse vrienden hebben, de Nederlandse nationaliteit krijgen en betaald werk hebben. Op de lange termijn is er meer nodig om volwaardig mee te doen en zich verbonden te voelen met Nederland(ers). Voor een succesvolle sociaal-culturele integratie is het van belang dat de Nederlandse samenleving openingen en mogelijkheden biedt om volwaardig mee te doen.