Samenvatting

Een stabiel aandeel Utrechters is gelukkig en tevreden met zijn of haar leven. Bijna een op de tien Utrechtse inwoners verkeert in sociaal isolement, wat eveneens onveranderd is ten opzichte van voorgaande jaren. Dit jaar is voor het eerst de mate waarin Utrechters weerbaar zijn en een zelf-organiserend vermogen hebben in kaart gebracht.

Kerncijfers

 2015201620172018
score persoonlijk welbevinden17,77,77,77,7
% (zeer) eens met: ik ben tevreden met mijn leven87868888
% (zeer) eens met: ik ben gelukkig82818282
% inwoners in sociaal isolement29989
score zelf-organiserend vermogen3---6,9
score weerbaarheid4---7,8
% inwoners dat intensieve mantelzorg verleent5-9-10
% inwoners dat hulp ontvangt van vrienden, familie of een vrijwilliger(sorganisatie)161515106
% inwoners dat niet gemakkelijk zelf hulp regelt als dat nodig is8987

1Score persoonlijk welbevinden is tot stand gekomen op basis van de volgende stellingen: ik ben tevreden met mijn leven en ik ben gelukkig.
2Sociaal isolement is berekend op basis van zes aspecten: ik maak deel uit van een groep vrienden, mijn sociale contacten zijn oppervlakkig, er zijn mensen die me echt begrijpen, er zijn mensen bij wie ik terecht kan, ik voel me van andere mensen geïsoleerd, er zijn mensen met wie ik goed kan praten.
3Zelf-organiserend vermogen is berekend op basis van drie aspecten: of iemand gemakkelijk zelf hulp regelt als dat nodig is, gemakkelijk vrienden, familie of kennissen om hulp vraagt en zich weet te redden in moeilijke tijden.
4Weerbaarheid is berekend op basis van drie aspecten: of iemand weer doorgaat als het even tegenzit, opziet tegen veranderingen en snel van slag raakt als iets tegenzit.
5Deze indicator komt uit de Volksgezondheidsmonitor en kent een andere basis, namelijk inwoners van 19 jaar en ouder.
6De Inwonersenquêtes van 2017 en eerder hadden een voorafgaande vraag over informele hulp. Deze vraag is in 2018 verwijderd, wat invloed kan hebben op het cijfer over informele hulp.
Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht; Volksgezondheid, gemeente Utrecht

Persoonlijk welbevinden Utrechters stabiel

88% van de Utrechters van 16 jaar en ouder geeft aan tevreden te zijn met hun leven en 82% zegt gelukkig te zijn. Beide cijfers zijn stabiel ten opzichte van het jaar ervoor. Op basis van deze indicatoren is de score persoonlijk welbevinden tot stand gekomen, een cijfer dat al jaren op een 7,7 uitkomt. De score persoonlijk welbevinden ligt voor de 55-64-jarigen iets lager (7,3) dan het Utrechts gemiddelde, voor de Utrechters met een jongere leeftijd ligt dat hoger. De 65-plussers komen overeen met het stadsgemiddelde.

Aandeel Utrechters in sociaal isolement blijft stabiel

Het aandeel Utrechters van 16 jaar en ouder dat zich in een sociaal isolement bevindt, verandert nauwelijks over de jaren. In 2018 bevindt 9% van de Utrechters zich in sociaal isolement. Uit de Volksgezondheidsmonitor blijkt dat 10% van de Utrechters van 19 jaar en ouder ernstige eenzaamheid ervaart. Bij het meten van eenzaamheid wordt onderscheid gemaakt tussen sociale eenzaamheid (gemis aan mensen om je heen) en emotionele eenzaamheid (een gemis aan een intieme en hechte emotionele relatie). Sociaal isolement en eenzaamheid zijn verschillende en slechts voor een deel overlappende begrippen. Mensen in een sociaal isolement hoeven zich niet eenzaam te voelen en andersom hoeven mensen die eenzaam zijn niet sociaal geïsoleerd te zijn.

Zelf-organiserend vermogen en weerbaarheid in kaart gebracht

Op basis van een aantal stellingen is dit jaar voor het eerst in kaart gebracht in welke mate Utrechters een zelf-organiserend vermogen hebben. Dit is van toepassing wanneer iemand gemakkelijk zelf hulp regelt en organiseert wanneer dat nodig is of zijn netwerk daarvoor in kan schakelen. Ook is gekeken of iemand zich weet te redden in moeilijke tijden. De andere score betreft weerbaarheid en omvat de mate waarin iemand weer doorgaat als het tegenzit, van slag raakt van tegenslag of onduidelijkheden of opziet tegen veranderingen. Voor beide scores (met een schaal van 1 tot 10) geldt dat een hogere score ofwel een sterker zelf-organiserend vermogen dan wel een sterkere mate van weerbaarheid betekent.

Utrechters kennen een gemiddelde score van 6,9 voor het zelf-organiserend vermogen. Vergeleken met het stadsgemiddelde scoren inwoners uit Overvecht gemiddeld lager (6,1) en Noordoost en Oost hoger (resp. een 7,2 en een 7,4). Naarmate de leeftijd toeneemt, neemt de mate van zelf-organiserend vermogen af. Het ouder worden lijkt bij de mate van weerbaarheid geen rol te spelen: hier scoort juist de jongere leeftijdsgroep (16 tot en met 29 jaar) lager dan gemiddeld (7,6 versus 7,8). De groep 30 tot en met 54-jarigen scoort met een 8 hoger. Hier geldt voor de wijken Overvecht (7,3) en Zuidwest (7,5) een lagere score voor weerbaarheid en voor Noordoost (8,1) een hogere score dan gemiddeld.

Meetellen

In een peiling van Meetellen in Utrecht is ook onderzoek gedaan naar de mate waarin men zichzelf kan redden. Meetellen in Utrecht is een panel voor sociaal kwetsbare doelgroepen in de stad. Dit zijn bijvoorbeeld mensen met psychiatrische problemen, een verslaving of mensen die dakloos (geweest) zijn. 78% van de sociaal kwetsbare Utrechters vindt dat ze zichzelf op dit moment goed kunnen redden. Veel van hen krijgen hulp in het dagelijks leven. Deze hulp op een bepaald leefgebied, zoals financiën is soms nodig, zodat ze zich kunnen blijven redden op andere gebieden. Uit interviews met sociaal kwetsbare Utrechters blijkt dat als zij regie houden over hun leven en zelf hulp inschakelen als dat nodig is, dit hun gevoel van zelfredzaamheid kan versterken. Tweederde van de sociaal kwetsbare Utrechters heeft voldoende mensen om zich heen en vraagt ze ook om hulp.

Informele hulp

De inwoners die hulp ontvangen in de huishouding, bijvoorbeeld bij het doen van boodschappen of schoonmaken, geven aan vaker formele (betaalde) hulp te ontvangen dan informele hulp (van familie, vrienden, buren of vrijwilligers(organisaties). Bij andere vormen van hulp, zoals het klaarmaken van warme maaltijden is de informele hulp sterker aanwezig dan formele hulp. Dit geldt ook voor hulp bij vervoer of begeleiding bij bezoeken (aan een arts of kapper) of hulp bij geldzaken en administratie. Het aandeel inwoners van 19 jaar en ouder dat intensieve mantelzorg verleent blijft stabiel ten opzichte van voorgaande jaren (rond 9-10%).

 Aandeel inwoners dat hulp krijgt van familie, vrienden, buren of vrijwilligers(organisatie)

 2015201620172018
bij hulp in de huishouding (boodschappen, schoonmaken)7776*
bij het klaarmaken van warme maaltijden6664*
bij persoonlijke verzorging (wassen, aankleden)3332*
bij medische verzorging 3342*
bij vervoer of begeleiding bij bezoeken (arts, kapper)5564*
bij geldzaken en/of administratie 1011106*

*De Inwonersenquête van 2017 en eerder had een voorafgaande vraag over informele hulp. Deze vraag is in 2018 verwijderd, wat invloed kan hebben op het cijfer.
Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht

Aandeel inwoners dat hulp krijgt van betaalde hulp of organisatie

 2015201620172018
bij hulp in de huishouding (boodschappen, schoonmaken)12131313*
bij het klaarmaken van warme maaltijden1110*
bij persoonlijke verzorging (wassen, aankleden)1111*
bij medische verzorging 2221*
bij vervoer of begeleiding bij bezoeken (arts, kapper)1111*
bij geldzaken en/of administratie 5553*

*De Inwonersenquête van 2017 en eerder had een voorafgaande vraag over informele hulp. Deze vraag is in 2018 verwijderd, wat invloed kan hebben op het cijfer.
Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht