De cijfers en feiten van Voorzieningen & ondersteuning volwassenen zullen begin juni 2019 op deze pagina worden vernieuwd. De gegevens voor dit onderwerp zijn grotendeels afkomstig uit de Voortgangsrapportage Wmo, die zeer recent beschikbaar is gekomen. Hierin leest u nu al de laatste stand van zaken. Bij “meer weten” vindt u een link naar deze voortgangsrapportage.

 

Samenvatting

In 2016 is het bereik van de buurtteams die zich richten op volwassenen toegenomen naar 13.700 casussen. Uit een cliëntonderzoek dat begin 2016 is uitgevoerd blijkt dat een meerderheid van de Wmo-cliënten tevreden is over het contact, de toegankelijkheid, de kwaliteit en de effecten van de hulp of ondersteuning.

Kerncijfers

 2015201620172018
aantal cliënten buurtteams Sociaal

10.580

13.700- 
% dat zonder hulp verder kan na ondersteuning van buurtteam Sociaal*

80

84- 
aantal doorverwijzingen buurtteams naar maatwerkvoorzieningen

-

1.630- 
klanttevredenheid buurtteams Sociaal (rapportcijfer)

7,6

7,8- 
aantal lopende trajecten individuele voorzieningen aanvullende zorg Sociaal**

22.030

22.820

22.710 
aantal lopende trajecten individuele begeleiding aanvullende zorg Sociaal (incl. thuisbegeleiding)***

960

700- 
aantal lopende trajecten arbeidsmatige activering aanvullende zorg Sociaal***

440

360- 
aantal lopende trajecten dagbegeleiding aanvullende zorg Sociaal***

190

270- 
aantal lopende trajecten beschermd wonen aanvullende zorg Sociaal***

1.110

1.470****- 
aantal lopende trajecten maatschappelijke opvang aanvullende zorg Sociaal (incl. crisisopvang)***

470

-- 

* volgens oordeel van cliënt.
** stand 1 januari.
*** stand 31 december (excl. PGB).
**** intramuraal en ambulant; inclusief maatschappelijke opvang.
Bron: MO, gemeente Utrecht

Voor de betrouwbaarheid van de cijfers gelden beperkingen: (a) De gegevens die vanuit het oude stelsel zijn aangeleverd, zijn gebrekkig. Het jaar 2015 is daardoor begonnen met een beginstand die niet compleet was. Dit vertroebelt met name het beeld op de ontwikkeling van de cliëntenpopulatie in de aanvullende zorg. (b) Het registratiesysteem dat is ontwikkeld voor de buurtteams kon in het eerste half jaar 2015 nog onvoldoende gegevens leveren. Betrouwbare rapportages waren pas aan het eind van het derde kwartaal mogelijk. De in- en uitstroomgegevens voor de aanvullende zorg beginnen meer houvast te bieden. Het is de verwachting dat in 2016 de onzekerheidsmarge verder afneemt. Door transitie en transformatie van de zorg is 2015 een atypisch jaar. Door de eenmalige overdracht van een groot aantal cliënten uit de aanvullende zorg naar de buurtteams en de grootschalige actie om de ondersteuningsvraag van deze cliënten (onder andere PGB) opnieuw te beoordelen in verband met het aflopen van het overgangsrecht.

Verdere groei van het aantal begeleidingstrajecten door buurtteams

Utrecht kent buurtteams die voor de hele stad generalistische basishulp bieden aan volwassenen. In 2016 is het bereik van de buurtteams die zich richten op volwassenen toegenomen naar 13.700 casussen. Daarmee zijn 14.340 klanten bediend. In 2015 lag het aantal op 10.579. Dat betekent dat er in 2016 29% meer dossiers voor klanten met een hulpvraag bij de buurtteams zijn geopend. Gemiddeld zijn in 2016 per maand 700 nieuwe klanten ingestroomd bij de buurtteams. Het aandeel klanten dat aangeeft zelf verder te kunnen na begeleiding is iets toegenomen van 80% in 2015 naar 84% in 2016. Ook de klanttevredenheid neemt toe van een 7,6 naar een 7,8. De buurtteamorganisatie geeft aan dat het beter lukt om aanmeldingen binnen de gewenste tijd op te pakken. De tijd tussen aanmelding en eerste kennismakingsgesprek bedraagt in 2016 gemiddeld vijf dagen.

Maatwerkvoorzieningen aanvullende zorg

Op 1 januari 2017 werd gebruik gemaakt van ruim 22.700 individuele voorzieningen in verschillende vormen (o.a. vervoersvoorzieningen, rolstoelen, hulp bij huishouden). Het aantal lopende voorzieningen is hiermee vergeleken met een jaar eerder jaar vrijwel gelijk gebleven. Voor de overige maatwerkvoorzieningen geldt een voorbehoud voor de volledigheid en juistheid van de informatie. De in- en uitstroomgegevens voor de aanvullende zorg uit het berichtenverkeer beginnen wel steeds meer houvast te bieden. De daling in het aantal trajecten individuele begeleiding is te verklaren doordat het buurtteam deze ondersteuning biedt als algemene voorziening. Bij de arbeidsmatige activering hangt de afname waarschijnlijk samen met het versterken van de algemene voorziening sociale prestatie. De stijging bij de dagbegeleiding is deels te verklaren door het contracteren van een PGB-aanbieder, maar ook door de eerder genoemde kanttekening bij de gegevens (190 lopende trajecten in 2015 lijkt te laag).

Meerderheid Wmo-cliënten tevreden

Uit een cliëntonderzoek dat begin 2016 is uitgevoerd blijkt dat een meerderheid van de Wmo-cliënten tevreden is over het contact, de toegankelijkheid, de kwaliteit en de effecten van de hulp of ondersteuning. Op alle stellingen antwoordt een ruime meerderheid positief. Het onderdeel dat het minst gunstig scoort is de mate waarin de klant wist waar hij moest zijn, ongeveer één op de vijf Wmo-cliënten had hier moeite mee. Uit gesprekken met Wmo-cliënten die minder tevreden zijn over de toegankelijkheid en kwaliteit van de hulp of ondersteuning, komt geregeld een complexe hulpvraag naar voren.