Samenvatting

In 2018 hebben de buurtteams sociaal basishulp geboden aan 16.083 klanten in 14.846 casussen. Het aantal casussen is per saldo gelijk gebleven en het aantal klanten per casus gestegen. De gemiddelde wachttijd voor klanten ligt in 2018 (4,3 werkdagen). Over heel 2018 gaf 86% van de klanten aan zelfstandig verder te kunnen na ondersteuning van het buurtteam.

De verhouding tussen het aantal cliënten met hulpaanbod van buurtteams en aanvullende zorg is ongeveer 85% buurtteam en 15% aanvullende zorg. De verhouding blijft hetzelfde, waarbij het aantal bereikte klanten door het buurtteam en het beroep op aanvullende hulp groeien. Vooral het aantal Utrechters met individuele begeleiding stijgt in de afgelopen jaren.

 

Kerncijfers

 2015201620172018
aantal klanten buurtteams Sociaal

10.579

14.34015.15416.083
gemiddelde wachttijd buurtteams Sociaal (werkdagan)-4,75,54,3
% dat zonder hulp verder kan na ondersteuning van buurtteam Sociaal1

80

848386
klanttevredenheid buurtteams Sociaal (rapportcijfer)

7,6

7,87,77,9
aantal lopende trajecten individuele begeleiding aanvullende zorg Sociaal (incl. thuisbegeleiding)2405555715955
aantal lopende trajecten thuisbegeleiding aanvullende zorg Sociaal (incl. thuisbegeleiding)285155225255
aantal lopende trajecten arbeidsmatige activering aanvullende zorg Sociaal2280360435530
aantal lopende trajecten dagbegeleiding aanvullende zorg Sociaal2240245295370
aantal lopende trajecten beschermd wonen aanvullende zorg Sociaal (intramuraal en ambulant)21.3851.5101.6501.655

1 volgens oordeel van cliënt. 2 stand 31-12, afgerond op 5-tallen
Bron: MO, Voortgangsrapportage, gemeente Utrecht

Meer Utrechters bereikt door buurtteams

In 2018 hebben de buurtteams sociaal basishulp geboden aan 16.083 klanten in 14.846 casussen. In 2017 waren dat 15.154 klanten in 14.850 casussen. Het aantal casussen is dus per saldo gelijk gebleven en het aantal klanten per casus gestegen. De gemiddelde wachttijd voor klanten ligt in 2018 (4,3 werkdagen) lager dan in 2017 (5,5 werkdagen). Volgens de buurtteamorganisatie heeft de kortere wachttijd deels te maken met een andere vorm van registratie die gemeengoed is geworden. Hierdoor is meer aandacht voor accurate en tijdige administratie gekomen. Daarnaast zijn medewerkers uit een flexibele schil ingezet om in te grijpen bij wachtlijsten.

Een ruime meerderheid kan zelfstandig verder na ondersteuning buurtteam

Over heel 2018 gaf 86% van de klanten aan zelfstandig verder te kunnen na ondersteuning van het buurtteam. Dat percentage ligt hoger dan in 2017 (83%). Het cijfer dat de klanten voor de geboden ondersteuning geven, is gestegen van een 7,7 in 2017 naar een 7,9 in 2018. In 98% van de gevallen geven klanten een voldoende.

Groei aanvullende zorg

De verhouding tussen het aantal cliënten met hulpaanbod van buurtteams en aanvullende zorg is ongeveer 85% buurtteam en 15% aanvullende zorg. De verhouding blijft hetzelfde, waarbij het aantal bereikte klanten door het buurtteam en het beroep op aanvullende hulp groeien. Vooral het aantal Utrechters met individuele begeleiding stijgt in de afgelopen jaren. Ten opzichte van een aantal jaar geleden is het aantal ongeveer verdubbeld. Individuele begeleiding is bijvoorbeeld hulp bij het onderhouden van sociale contacten, het plannen van dagelijkse activiteiten, hulp bij het regelen van financiën en bij het voortbewegen in en buiten huis. Factoren die het toegenomen beroep op hulp verklaren zijn de ambulantisering van de zorg (het wonen met begeleiding in de wijk in plaats van in een instelling), het toenemende aantal ouderen en het beter vinden van plekken waar hulp nodig is.

Kleine verschuivingen in Wmo maatwerkvoorzieningen

Bijna 6.300 Utrechters krijgen hulp-bij-huishouden. Dat aantal verandert nauwelijks in de periode 2016 tot en met 2018. Wel zien we een kleine verschuiving van pgb naar zorg-in-natura (ZIN). Ongeveer 87% van hulp-bij-huishouden is zorg in natura en de rest pgb (13%). Ongeveer 12.000 Utrechters hebben gebruikgemaakt van de regiotaxi in 2018. Dat aantal loopt sinds 2016 langzaam op. Het aantal personen met een rolstoelvoorziening neemt in die periode licht af van 2.630 naar bijna 2.500. Hetzelfde beeld zien we in aantal en ontwikkeling bij woonvoorzieningen.

Aantal cliënten in beschermd wonen neemt toe, verhouding intramuraal en ambulant onveranderd
Het aantal cliënten in een vorm van beschermd wonen neemt de afgelopen jaren gestaag toe en vlakt in 2018 af. Begin 2019 wonen ruim 1.200 cliënten beschermd in een intramurale setting en ruim 400 ambulant. Door de jaren heen blijft de verhouding gelijk: ongeveer 75% van de cliënten woont beschermd intramuraal en 25% ambulant.

Gemeente gaat aantal daklozen beter in beeld brengen

Het precieze aantal daklozen in Utrecht is niet bekend. De registraties van afzonderlijke bronnen geven op dit moment onvoldoende informatie, omdat er bijvoorbeeld sprake kan zijn van dubbeltellingen. Een persoon kan in meerdere registraties voorkomen. De gemeente werkt momenteel samen met aanbieders aan het combineren van data uit verschillende registraties om zo een meer integraal beeld te vormen en kwalitatief steeds betere informatie te genereren. De gemeentelijke informatie die tot nu toe wordt verzameld op basis van gegevens over de nachtopvang, geeft een eerste beeld van de aard en omvang van het aantal dakloze mensen in onze stad. In 2017 waren er 732 cliënten in de nachtopvang en in 2018 waren dat er 675. De man-vrouw verhouding blijft gelijkt, namelijk 85% man en 15% vrouw. De nieuwe instroom telt 383 personen in 2018 tegenover 445 in 2017.

Cliëntervaring Wmo gemeten met Ervaringwijzer

De gemeente Utrecht brengt de cliëntervaring in de zorg in beeld met Ervaringwijzer. In de zomer van 2018 is dit instrument in de praktijk getoetst, in samenwerking met de Universiteit Utrecht. Voor hun coschap hebben 30 vijfdejaars studenten sociale geneeskunde op 21 locaties met een tablet de Ervaringwijzer samen met cliënten ingevuld. In die periode zijn 340 reacties opgehaald, 219 bij verschillende Wmo-voorzieningen en 121 bij de regiotaxi. Van de 219 ondervraagden over hun Wmo-voorziening, antwoordt ongeveer twee op de drie cliënten positief op stellingen die gaan over de toegang (onder andere ‘ik wist waar ik terecht kon’). De kwaliteit van de hulp ervaren cliënten in grote meerderheid positief (onder andere ‘ik krijg goede ondersteuning’). Over het effect van de hulp is ruim 60% goed te spreken (onder andere ‘ik kan me nu beter redden’).