De cijfers en feiten van Voorzieningen & ondersteuning jeugd zullen in juli 2019 op deze pagina worden vernieuwd. De gegevens voor dit onderwerp zijn grotendeels afkomstig uit de Voortgangsrapportage Jeugd, die zeer recent beschikbaar is gekomen. Hierin leest u nu al de laatste stand van zaken. Bij “meer weten” vindt u een link naar deze voortgangsrapportage.

 

Samenvatting

Zeven op de tien ouders heeft (wel eens) zorgen over de opvoeding. In 2017 deden gemiddeld ongeveer 3.900 gezinnen iedere maand een beroep op de buurtteams. Uit de informatie van de buurtteams blijkt dat er vooral een afname is in verwijzingen naar specialistische hulp. Uit eigen monitoring van de buurtteams blijkt dat cliënten hun ondersteuning in 2017 gemiddeld met een 8 waarderen.

Kerncijfers

 2015201620172018
% ouders dat afgelopen 12 maanden (wel eens) zorgen heeft gehad over het opvoeden van hun kind(eren) (tot 18 jaar)*676869 
% ouders dat afgelopen 12 maanden nooit zorgen heeft gehad over het opvoeden van hun kind(eren) (tot 18 jaar)*333231 
gemiddeld aantal gezinnen per maand dat beroep doet op buurtteam**-3.6003.900 
unieke cliënten buurtteams Jeugd en Gezin***12.16319.00020.000 
ondersteunde gezinnen buurtteams Jeugd en Gezin***6.0008.6008.100 
lopende trajecten aanvullende zorg Jeugd**2.9004.0004.700 
% volgens plan, of in overeenstemming voortijdig, beëindigde trajecten  buurtteams Jeugd en Gezin**767676 
% volgens plan, of in overeenstemming voortijdig, beëindigde trajecten aanvullende zorg Jeugd**879089 
klanttevredenheid buurtteams Jeugd en Gezin (rapportcijfer)**

7,5

7,98,1 

Bron: * Inwonersenquête, gemeente Utrecht ** Voortgangsrapportage Zorg voor Jeugd (april 2018). Stand (afgerond) per 31-12 van het betreffende jaar. *** Jaarverslag Lokalis 2017

Zeven op de tien ouders heeft (wel eens) zorgen over de opvoeding

In 2017 geeft bijna 7 op de 10 ouders met kinderen onder de 18 jaar aan dat zij in de afgelopen 12 maanden (wel eens) zorgen had over de opvoeding. Voor 12% van de ouders geldt dat zij in deze periode meestal of altijd zorgen voelden. Zes op de tien ouders vraagt wel eens hulp over de opvoeding. Dat aandeel is iets gedaald ten opzichte van 2016 (64%), al ligt het hoger dan in 2015 (56%). Tegelijkertijd zien we over de periode 2015-2017 een lichte toename van ouders die aangeven hulp te vragen aan buurtteams (van 4% in 2016 naar 6% in 2017).   

Beroep op buurtteams

In 2017 deden gemiddeld ongeveer 3.900 gezinnen iedere maand een beroep op de buurtteams tegen gemiddeld 3.600 gezinnen in 2016. Het aantal gezinnen dat moest wachten, groeide in deze periode. Vragen van wachtende gezinnen zijn in beeld gebracht om in geval van urgentie voorrang te verlenen. Gedurende de wachttijd is ook regelmatig nagegaan of de vraag niet alsnog urgenter werd en was vaak ook een andere vorm van hulp actief. Ook is gekeken of gezinnen met enkelvoudige opvoedvragen door de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) geholpen konden worden. Het effect van extra capaciteit wordt eind 2017 zichtbaar in het oppakken van de vraag.

Minder verwijzingen buurtteam naar specialistische hulp

Uit de informatie van de buurtteams blijkt dat er vooral een afname is in verwijzingen naar specialistische hulp. Het aantal verwijzingen naar jeugdhulp met verblijf liet in heel 2017 een daling zien. Mogelijke oorzaken hiervoor zijn de intensivering van de samenwerking met huisartsen en het gericht zoeken naar alternatieven en aandacht voor ‘normaliseren’.

Meerderheid kan zonder professionele hulp verder na ondersteuning buurtteam

Rond de 87% van de gezinnen gaat na afronding van de basishulp zonder professionele hulp verder. Gezinnen waarvoor dat niet geldt krijgen vooral specialistische hulp en in sommige gevallen hulp uit informele zorg of een versterkt eigen netwerk.

Klanten waarderen hulp buurtteams

Uit eigen monitoring van de buurtteams blijkt dat cliënten hun ondersteuning in 2017 gemiddeld met een 8 waarderen. Bij ruim driekwart (76%) van de cliënten is de begeleiding volgens plan beëindigd of in overeenstemming al eerder beëindigd. Dat is een even groot aandeel als in 2015 en 2016.

Instroom aanvullende zorg vlakt gedurende het jaar af

In 2017 zien we, net als in 2016, aan het begin van het jaar een hoge instroom in de aanvullende zorg die vervolgens afvlakt. De instroom blijft ook in 2017 hoger dan de uitstroom. Belangrijke kanttekening hierbij is dat het voorlopige cijfers betreffen. Uit bestandsvergelijkingen met de zorgaanbieders blijken achterstanden te zijn in het doorgeven van mutaties aan de gemeente. Het beeld is nu dat de achterstanden bij het melden van gestopte zorg groter zijn dan bij gestarte zorg. Daarnaast is er geen registratie van uitstroom bij landelijke aanbieders en kinderartsen. De werkelijke uitstroom ligt dus hoger. Dit werkt door in de standgegevens (zie figuur 5). Het aantal jeugdigen met een zorgtraject is in 2017 verder gegroeid ten opzichte van 2016. Uit de verdeling over de zorgcategorieën wordt duidelijk dat de meeste cliënten gebruik maken van ambulante specialistische jeugdhulp. Pleegzorg en Jeugdhulp met verblijf zijn relatief stabiel.

Ruim de helft verwijzingen aanvullende zorg komt van huisartsen

Aanbieders van aanvullende zorg houden bij door wie een cliënt naar hen is verwezen. Huisartsen doen de meeste verwijzingen naar aanvullende zorg (52%), een vergelijkbaar percentage met vorig jaar. Het buurtteam is verantwoordelijk voor 22% van het totaal aantal verwijzingen, wat een daling is ten opzichte van vorig jaar (29%). Deze daling hangt vermoedelijk samen met het feit dat sinds dit jaar ook scholen als verwijzer kunnen fungeren bij dyslexiezorg. Dit liep eerder via de buurtteams. De derde verwijzer in omvang is SAVE (gecertificeerde instelling) met 9% van het aantal verwijzingen, wat een stijging is ten opzichte van vorig jaar (6%). Het aantal onbekende verwijzers ia afgenomen van 10% in 2016 naar 5% in 2017.

Aandeel ouders dat in de afgelopen maanden advies en/of hulp heeft gevraagd over de opvoeding van hun kind(eren) (tot 18 jaar) aan

 2015201620172018
totaal566460 
familie384341 
vrienden, kennissen343836 
buren, buurtbewoners788 
kinderopvang, peuterspeelzaal, school151819 
jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau, jeugdartsen, jeugdverpleegkundigen, www.jeugdengezinutrecht.nl)181919 
huisarts111313 
buurtteam346 
iemand anders576 

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht