Samenvatting

Door de coronacrisis worden bestaande kwetsbare groepen en nieuwe groepen geraakt. Ondernemers, zzp-ers en jongeren verliezen werk en inkomen door de maatregelen. Bestaande kwetsbare groepen hebben weinig buffer en zijn daardoor extra kwetsbaar voor de effecten van de crisis. Actuele cijfers geven nog geen duidelijk beeld van oplopende armoede of schulden. Wel geeft bijna de helft van de ondernemers die Tozo ontvangen aan schulden te hebben. In het Bewonerspanel geeft ruim een op de zeven panelleden aan te maken te hebben met een inkomensverslechtering. Door de aanhoudende crisis wordt in de toekomst een toename van armoede en schulden verwacht.     

Kerncijfers

 2017201820192020*
aantal huishoudens met inkomen tot 125% Wettelijk Sociaal Minimum23.60023.30023.300-
% huishoudens met inkomen tot 125% Wettelijk Sociaal Minimum16,115,615,3-
aantal minderjarige kinderen in huishoudens met inkomen tot 125% WSM8.7008.4008.400-
aantal huishoudens met inkomen tot 101% WSM12.50012.30012.500-
% huishoudens met inkomen tot 101% WSM8,58,28,2-
aantal minderjarige kinderen in huishoudens met inkomen tot 101% WSM4.5004.1004.300-
% dat (zeer) slecht kan leven van inkomen667-
% meedoen gemiddeld in Utrecht**808181-
% meedoen bij inwoners die slecht kunnen leven van inkomen565254-

Bron: CBS (IIV), 2019 voorlopige cijfers; Inwonersenquête, gemeente Utrecht

* De nieuwste inkomenscijfers van het CBS betreffen Belastingjaar 2019. In 2020 is geen gemeentelijke Inwonersenquête afgenomen. Deze enquête houden we elke twee jaar. In 2022 zijn hiervan nieuwe cijfers beschikbaar.  
** Een inwoner ‘doet mee’ als sprake is van ten minste drie van de volgende vier aspecten: het hebben van (vrijwilligers)werk of volgen van een opleiding, deelnemen aan sport/culturele activiteiten, actief zijn in de buurt en hebben van sociale contacten.

Coronacrisis raakt bestaande kwetsbare groepen en nieuwe groepen

In deze crisis worden zowel bestaande groepen kwetsbare Utrechters als nieuwe groepen geraakt. Huishoudens met een laag inkomen hebben geen buffer en zijn kwetsbaar voor de effecten van de crisis. Daarnaast zijn er nieuwe groepen die worden getroffen zoals zzp-ers, ondernemers en jongeren. 
Het SCP geeft aan dat het in de lijn der verwachting ligt dat de armoedeproblematiek vanaf 2020 weer zal toenemen. Groepen bij wie de klappen eerst en vooral vallen zijn zzp’ers, ondernemers die failliet zijn gegaan en baanverliezers (SCP 2020).
Het CPB schat dat de werkloosheid in 2021 naar verwachting 2 tot 3 keer zo groot is als in 2020. Het SCP geeft in hun Coronakompas aan dat vooral kwetsbare groepen geraakt worden door werkloosheid: laagopgeleiden, mensen met een arbeidsbeperking, arbeidsmigranten en jongeren (zie ook Arbeidsparticipatie). Dit komt vooral omdat zij vaker werken met flexibele contracten in getroffen sectoren. Een inkomensval kan bij hoge vaste lasten snel leiden tot armoede en oplopende schulden. 

Nog geen toenemende armoede of schulden in de cijfers, wel verwacht

In panelgegevens, maar ook in registraties die een indicatie geven van financiële problemen zoals driegesprekken of schulddienstverlening, zien we (nog) geen toename van schulden en financiële problemen (Divosa 2020). Landelijk is er zelfs, met uitzondering van jongeren, sprake van een afname van betalingsproblemen (BKR 2021). Ditzelfde beeld zien we in de andere grote steden ook.
Door de lockdown zijn er vaak minder gesprekken gevoerd. Daarnaast zorgen overheidsregelingen en coulance voor een dempend of uitgesteld effect. Experts zijn het er over eens dat een flinke toename van schulden te verwachten is zowel bij al bekende kwetsbare groepen die verder in de financiële problemen komen, als bij een gemengde groep zzp-ers (zowel hoog als laagopgeleid), bij flexwerkers, 35-minners en schoolverlaters (die minder aanspraak kunnen maken op WW) en bij een groep 55-plussers die na ontslag moeilijker aan het werk komen. Het is van belang deze mensen snel te ondersteunen. Bij langdurige schulden bestaat het risico dat deze 'nieuwe' groepen in dezelfde problemen terecht komen als de bestaande huishoudens met schulden, waar vaak sprake is van meer problemen naast de schulden.  
Om de verwachte toename van geldproblemen als gevolg van Corona aan te pakken investeert de gemeente in 2021 en 2022 extra in het voorkomen en versneld oplossen van schulden. Zo krijgen inwoners die een uitkering aanvragen een rondkomen-gesprek en zet de gemeente in op snellere en kortere schuldsaneringen met de coronasanering.

Bewonerspanel: vooral ondernemers en mensen met WW-uitkering zien inkomensdaling

In het gemeentelijke Bewonerspanel hebben we deelnemers gevraagd naar de effecten van corona. De panelleden is onder andere gevraagd wat er sinds maart 2020 met hun inkomen is gebeurd (zie ook: Inkomen en uitkeringen). Sterke teruggang van inkomen kan leiden tot armoede en mogelijk ook schulden. 
In februari 2021 heeft gemiddeld 15% van de panelleden te maken met een verslechtering van inkomen sinds het begin van de coronacrisis. Panelleden met een eigen bedrijf (zzp-ers: 49%, ondernemers met personeel: 30%) of met een werkeloosheidsuitkering (72%) hebben relatief vaak te maken met een verslechterd inkomen. 
Landelijk onderzoek geeft ook aan dat corona zowel nieuwe als bestaande kwetsbare groepen raakt: laagopgeleiden, mensen met een arbeidsbeperking en arbeidsmigranten, maar nu ook jongeren en zelfstandigen (SCP 2020). Veel zelfstandigen en mensen met een flexibel contract krijgen te maken met een inkomensval. Ruim een derde van de zelfstandigen (36%) zit na een jaar met minder inkomen op minimumloon (modelberekening CBS).

Bewonerspanel: 6% van de panelleden heeft nu of in de toekomst hulp nodig voor inkomen

De leden van het Bewonerspanel is gevraagd of zij door corona hulp nodig hebben voor hun inkomen, welke maatregelen zij nemen om financiële problemen te voorkomen en waar zij voor hulp naartoe gaan. Verreweg het merendeel van de panelleden verwacht nu of in de toekomst geen hulp nodig te hebben voor hun inkomen (94%). Iets meer dan 2% van de panelleden geeft aan nu hulp nodig te hebben en 3% verwacht in de toekomst hulp nodig te hebben. 70% geeft ook aan geen maatregelen te nemen om financiële problemen te voorkomen, omdat dat niet nodig is. Ruim een kwart (27%) geeft aan zuiniger te leven en uitgaven te beperken om financiële problemen te voorkomen. Panelleden met een betaalde baan in loondienst en gepensioneerden geven vaker aan dat maatregelen niet nodig zijn. 
Van de panelleden die maatregelen nemen geeft nog eens driekwart aan niet van plan te zijn ergens financiële hulp te gaan vragen (75%). Daarna wordt het eigen netwerk (vrienden, familie) (12%) en de gemeente (10%) het meest genoemd als plekken waar men naartoe gaat voor hulp. In de eerste meting aan het begin van de coronacrisis was het aandeel panelleden dat maatregelen nam groter (36%) en gaf een kleiner deel aan niet van plan te zijn financiële hulp te vragen (50%).     

Bewonerspanel: (nog) geen toename van schulden 

Aan de leden van het Utrechtse bewonerspanel is ook gevraagd wat de financiële situatie van hun huishouden is op het moment van invullen van de vragenlijst om financiële problemen te achterhalen. Hierbij moeten we er rekening mee houden dat het Bewonerspanel een oververtegenwoordiging kent van hoogopgeleiden en een ondervertegenwoordiging van jongeren. Een ondervertegenwoordiging van kwetsbare groepen. De uitkomsten geven daarom geen goed beeld als het gaat om de omvang van armoede en schulden. Wel geeft het een goed beeld van de achtergrondkenmerken van groepen met en zonder financiële problemen. 
In februari 2021 geeft 13% van de panelleden aan precies rond te komen. Bijna driekwart (72%) geeft aan een beetje of veel geld over te houden. 7% van de panelleden geeft daarentegen aan spaarmiddelen aan te moeten spreken om rond te komen en 1% van de panelleden moet zich in de schulden steken om rond te komen. Panelleden zonder eigen inkomsten, een (bijstand)uitkering, studenten en ondernemers geven vaker aan spaarmiddelen aan te moeten spreken of schulden te moeten maken. 
De financiële situatie van de panelleden van de meting in februari 2021 is vergelijkbaar met eerdere metingen. Bij de panelleden zien we (nog) geen toename van schulden of problemen met rondkomen. 
Uit registratieonderzoek van het CBS komt naar voren dat 7,1% van de Utrechters geregistreerde schulden heeft, nog eens 3,6% van de Utrechters heeft een verhoogd risico op schulden. Ook in de jaarlijkse Inwonersenquête van de gemeente geeft 7% van de Utrechters aan problematische schulden te hebben. Op basis van beide onderzoeken hebben naar schatting tussen de 15.000 tot 20.000 Utrechters (een hoog risico op) problematische schulden.

Forse groep komt naar verwachting ondanks vangnet toch in financiële problemen

Een forse groep huishoudens komt na inkomensverlies snel in de financiële problemen, ondanks het sociale vangnet van de WW-uitkeringen en Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers). Dit blijkt uit een stresstest van het Centraal Planbureau en de Autoriteit Financiële Markten (CPB & AFM 2020). Juist de kwetsbaarste huishoudens, die na werkverlies het snelst in de problemen komen, hebben het grootste risico om in deze crisis het werk te verliezen. Dit zijn vaker lagere inkomens, alleenstaanden of alleenverdieners en jonge mensen. Er is voor deze groep nauwelijks ruimte om hun financiële situatie te verbeteren, en er bestaat het risico dat zij zich wenden tot niet-gereguleerde ‘kredieten’ met een mogelijk onhoudbare of niet-passende schuldenlast tot gevolg. Zelfstandigen zijn extra kwetsbaar, zelfs met Tozo (CPB 2020).
Uit een onderzoek van de Hogeschool Utrecht onder Tozo 2 aanvragers in de gemeente Utrecht komt naar voren dat bijna de helft (47%) van de ondernemers nu al schulden of betalingsachterstanden heeft. Bijna  een kwart kan niet in dagelijkse levensbehoeften voorzien (23%), 59% nog maar net. Eind 2020 gaf iets minder dan de helft (48%) van de Tozo ontvangers aan nog maximaal 1-2 maanden vooruit te kunnen. Bijna de helft van de ondernemers die deelnamen aan het onderzoek ervaart stress door de coronacrisis (45%)(voor aantallen Tozo ontvangers en meer, zie: Inkomen en uitkeringen).

Uitgangssituatie voor corona: omvang armoede gestabiliseerd, langdurige armoede neemt toe

De meest actuele inkomenscijfers van het CBS betreffen de voorlopige inkomensgegevens voor 2019. Hierin zien we nog niet de effecten van corona. Wel zien we de laatste ontwikkelingen in 2019 en daarmee de uitgangssituatie bij start van de coronacrisis. 
In 2019 leven 23.300 Utrechtse huishoudens van een inkomen op de Utrechtse armoede grens (125% van het Wettelijke Sociaal Minimum (WSM)). Dit zijn er net zoveel als in 2018, in 2019 stopt de dalende trend van voorgaande jaren. Door de groeiende bevolking zien we dat het aandeel huishoudens met een minima inkomen iets daalt van 15,6% maar 15,3%. 
Hoewel het aantal huishoudens dat leeft van een inkomen op de Utrechtse armoedegrens gelijk blijft, zien we binnen deze groep een toename van het aantal huishoudens dat langdurig (4 jaar of langer) leeft van een inkomen op bijstandsniveau (101% WSM). In 2019 moeten 12.500 huishoudens rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau, in 2018 waren dit er 12.200. Eén op 25 huishoudens leeft langdurig op bijstandsniveau (101%WSM: 4,0%; in 2018 3,9%). Dit gaat om 5.200 Utrechtse huishoudens, in 2018 waren dit er nog 4.900. 
In het voorjaar van 2020 heeft het Nibud een Minima Effect Rapportage (MER) opgesteld. Hieruit blijkt dat bijna alle huishoudentypes met een inkomen tot 125% WSM in Utrecht kunnen rondkomen en meedoen, als ze gebruik maken van alle beschikbare (armoede)regelingen. Alleen paren met opgroeiende kinderen komen maandelijks tekort na uitgaven voor levensonderhoud én meedoen. 

Voor corona: ongeveer een kwart van de minima heeft inkomen uit werk

Van de huishoudens met een inkomen tot de grens van het Utrechtse armoederegelingen (tot 125% WSM) heeft ruim een kwart (26%) een inkomen uit werk. Ook voor huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau is dit het geval (24%). Ruim twee derde van de Utrechtse huishoudens met een minimuminkomen (tot 125% WSM) bestaat uit alleenstaanden (67%).

Voor corona: veel minima huishoudens in Overvecht

Een op de vijf huishoudens met een inkomen tot 125% WSM woont in Overvecht. Dit betreft bijna een derde van alle huishoudens in Overvecht (32%), bij bijna een kwart van de huishoudens in Overvecht gaat het om langdurige armoede (23%). Dat is ruim twee keer zo veel als stedelijk gemiddeld. 

Voor corona: 8.400 kinderen in minima huishoudens, 1.700 langdurig in een bijstandshuishouden

We zien dat al twee jaar lang een groep van zo’n 8.400 Utrechtse kinderen opgroeit in een huishouden dat leeft van een inkomen op de Utrechtse armoedegrens (12,4% van de kinderen). Voor ruim de helft van deze kinderen (4.300) gaat het zelfs om een gezin dat moet rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau (101% WSM, 6,3% van de kinderen). Voor 1.700 van deze kinderen betreft het een situatie die al 4 jaar of langer duurt. De afgelopen jaren zien we een lichte stijging van het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden dat langdurig moet rondkomen van een inkomen op bijstandsniveau. In 2014 ging het om 1,9% van de Utrechtse kinderen, in 2019 is dit 2,6%. Landelijk zien we eenzelfde trend. 

Armoederegelingen: ruim 39.000 U-pas houders, lichte toename 

In de aanvragen en verstrekkingen van armoederegelingen zijn nog geen opvallende ontwikkelingen door corona te zien. Utrecht kent meerdere armoederegelingen om te zorgen dat mensen kunnen rondkomen en meedoen: de U-pas, de collectieve zorgverzekering voor minima (U-polis), de Individuele Inkomens Toeslag (IIT), de Regeling Tegemoetkoming Zorgkosten (RTZ), de Bijzondere Bijstand (BB) en de Kwijtschelding gemeentebelastingen. De RTZ is feitelijk geen armoederegeling, maar een WMO-regeling die ook van toepassing is op mensen met een laag inkomen. Sinds 2016 is de inkomensgrens van de meeste regelingen verhoogd naar 125% van het WSM. De U-pas is een belangrijke basis bij de armoederegelingen. Ook huishoudens met een Tozo 2, 3 of 4 uitkering hebben recht op een U-pas. 
Eind 2020 zijn er 39.115 U-pashouders. Dit zijn er zo’n 1.000 meer dan eind 2019. Aan een U-pas is een budget gekoppeld. In 2020 is gemiddeld 49% van het budget door U-pashouders gebruikt. In 2019 was dit 44%. De coronocrisis heeft sterke invloed op de besteding van het tegoed. Door de eerste lockdown is het gebruik van de pas in 2020 van maart tot en mei sterk gedaald. Na een korte opleving van gebruik van de U-pas is dit, door de toenemende beperkingen vanaf oktober en de 2e lockdown in december, eind 2020 weer scherp gedaald.
Het gebruik van BB en IIT is in 2020 licht gestegen. 

Ruim 1.400 driegesprekken en 1.200 huishoudens benaderd voor vroegsignalering

Ondanks dat door de lockdown de mogelijkheden voor gesprekken en huisbezoeken minder waren zijn toch met 1.427 huishoudens een of meer driegesprekken gevoerd. In 2019 waren dit er ruim 1.500. Sinds 2016 is het buurtteam de eerste ingang voor hulp bij schulden. In een zogenaamd driegesprek (gesprekken met de inwoner, een generalistische medewerker van de buurtteams en een specialistische trajectbegeleider van Werk en Inkomen) wordt bekeken hoe een inwoner met schulden het best geholpen kan worden. Dit kan een schuldhulpverleningstraject zijn, maar ook ondersteuning bij administratie. 
In 2019 is een pilot gestart om mensen met schulden actief te benaderen door middel van een huisbezoek door een buurtteammedewerker en een schuldhulpverlener en/of iemand van de woningcorporatie. Met vroegsignalering wil de gemeente mensen eerder bereiken voordat schulden problematisch worden. De gemeente wil ook meer inwoners met schulden bereiken en zorgen dat zij professionele hulp krijgen. In het najaar van 2020 is deze aanpak verbreed naar de rest van de stad. Door de lockdown hebben echter tussen maart en oktober geen huisbezoeken kunnen plaatsvinden. Als alternatief zijn mensen telefonisch, per mail of per brief benaderd. Er zijn zo 1.053 huishoudens benaderd. Het aandeel mensen dat hulp wil/aanvaard is via huisbezoeken aanzienlijk hoger dan de alternatieve methoden.  

Overige cijfers Armoede & schuldhulpverlening

 2017201820192020
aantal U-pashouders*38.59139.72138.05239.115
aantal unieke huishoudens waarmee een driegesprek is gevoerd**-1.2001.5061.427
aantal huishoudens actief benaderd met vroegsignalering-2002001.053
aantal gestarte schuldregelingen266212368321
aantal huishoudens in budgetbeheer769954941843
% huishoudens dat nu of in afgelopen 12 maanden problematische schulden had (betalingsachterstand woonlasten of schuld bij postorder, webwinkel e.d.)877-

Bron: Inwonersenquête, gemeente Utrecht; W&I, gemeente Utrecht

* Peildatum 31 december 2020.
** Gesprekken met de inwoner (klant), het buurtteam en een medewerker van Werk & Inkomen, waarbij afspraken worden gemaakt voor ondersteuning.
*** In 2020 is geen gemeentelijke Inwonersenquête afgenomen. Deze enquête houden we elke twee jaar. In 2022 zijn hiervan nieuwe cijfers beschikbaar. 

Global Goals dashboard

Utrecht wil een stad zijn waarin gezondheid en leefbaarheid voorop staan. We stoppen daarom energie in een betere kwaliteit van leven voor iedereen. Internationaal leveren we daarmee een bijdrage aan de Sustainable Development Goals (SDG’s). Dat zijn de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties (VN) om samen te werken aan een betere wereld voor iedereen.

Voor Werk & inkomen gaat het om de stedelijke doelstellingen Werk voor iedereen en Veerkracht en gelijke kansen. De SDG’s richten zich op:

  • Geen Armoede: Beëindig armoede overal en in al haar vormen.

  • Geen Honger: Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden.

  • Gezondheid en welzijn: Verzeker een goede gezondheid en promoot welvaart voor alle leeftijden.

  • Eerlijk werk en economische groei: Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen.

  • Ongelijkheid verminderen: Dring ongelijkheid in en tussen landen terug.

Naar het dashboard