Samenvatting

Op 1 januari 2021 heeft Utrecht 359.355 inwoners. Utrecht is een jonge stad met veel studenten en starters. Het aandeel jonge kinderen in de stad neemt de laatste jaren af, terwijl het aandeel ouderen toeneemt. Deze trend vindt ook plaats in de andere G4-steden. Op landelijk niveau zijn deze ontwikkelingen al veel langer zichtbaar.

Meer dan 130.000 Utrechters hebben een migratieachtergrond (36%). Ruim de helft van hen is in het buitenland geboren (1e generatie), de andere helft in Nederland (2e generatie). Utrecht heeft een diverse bevolking met 172 verschillende nationaliteiten.

 Kerncijfers

 20172018201920202021
aantal inwoners per 1 januari343.134347.574352.941357.719359.355
aantal 0 t/m 3 jarigen18.14417.89417.74217.76617.531
aantal 4 t/m 11 jarigen31.25831.62631.81231.80731.589
aantal 12 t/m 17 jarigen19.25519.96520.42321.03321.480
aantal 18 t/m 26 jarigen61.74461.03761.24760.32859.338
aantal 27 t/m 44 jarigen106.492108.310110.553113.656114.836
aantal 45 t/m 64 jarigen71.24173.01074.57875.85776.668
aantal 65-plussers35.00035.73236.58637.27237.913
% inwoners met Nederlandse achtergrond66,265,464,863,963,6
% inwoners met westerse migratieachtergrond11,211,411,712,012,1
% inwoners met niet-westerse migratieachtergrond22,623,123,524,124,3
aantal inwoners 1e generatie58.98862.21865.07068.64469.247
aantal inwoners 2e generatie57.02257.98159.26860.50361.584
aantal nationaliteiten163166169172172
aantal huishoudens op 1 januari*176.575178.764181.400182.458183.304
waarvan alleenstaand92.74394.22895.59294.31894.127
waarvan paar zonder kinderen36.02335.84336.46837.89238.591
waarvan paar met kinderen36.27636.81837.40438.04238.238
waarvan eenoudergezin10.03010.27910.47210.62310.764
waarvan overig huishouden1.5031.5961.4641.5831.584

Bron: BRP, gemeente Utrecht; bewerking afdeling Onderzoek & Advies. * Cijfers over huishoudens op 1 januari 2021 zijn voorlopig.

Utrecht is een jonge stad

In Utrecht wonen relatief veel twintigers en dertigers. De typische Utrechtse leeftijdsopbouw heeft te maken met de grote aantrekkingskracht van de stad op studenten en starters. Ten opzichte van andere studentensteden blijven veel van deze nieuwe stedelingen langer in de stad wonen, ook als ze een gezin stichten. Dit is terug te zien in het grote aantal jonge kinderen in Utrecht. Het aandeel 0-3 jarigen ligt boven het landelijk gemiddelde (4,9% vs. 3,9%) en is ook groter dan in de andere G4-steden.

Afname kinderen onder 4 jaar

In Nederland neemt het aantal jonge kinderen al sinds het begin van deze eeuw af. Sinds 2013 is deze trend ook zichtbaar in de G4-steden. Ná 2013 is het aantal 0-3 jarigen in Utrecht afgenomen met 1.200 (-6%). In coronajaar 2020 was de daling 235. Naar verwachting gaat het aantal 0-3 jarigen vanaf 2021 weer toenemen in de stad.

In de nieuwbouwgebieden in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern was tot 2013 een sterke toename van het aantal jonge kinderen en kinderen in de basisschoolleeftijd zichtbaar. Terwijl deze leeftijdsgroepen in de wijk Leidsche Rijn sinds die tijd nog steeds doorgroeien, neemt in de wijk Vleuten-De Meern sinds 2013 het aantal 0-3 jarigen af en sinds 2018 het aantal 4-11 jarigen. In alle andere wijken van Utrecht is het aantal 0-3 jarigen ook afgenomen.

Toename jongeren van 12-17 jaar

In de bevolkingsgroei per leeftijdsgroep valt op dat het aantal jongeren in Utrecht aanzienlijk is toegenomen. In tien jaar tijd is het aantal jongeren van 12-17 jaar met 6.500 toegenomen, waarvan 4.500 in Leidsche Rijn en Vleuten-De Meern. Het aantal jongeren neemt ook in de rest van de stad toe, maar lang niet zo sterk als in deze Vinex-wijken.

Hoewel het aantal jongeren in de stad al tien jaar lang sterk groeit, neemt het aantal 18-26 jarigen sinds 2015 af. Deze ontwikkeling is niet los te zien van de verandering in de studiefinanciering dat jaar (zie hoofdstuk Stand & ontwikkeling). In vijf jaar tijd is het aantal 18-26 jarigen met bijna 3.000 afgenomen, waarvan 1.000 in coronajaar 2020.

In Utrecht minder vergrijzing dan elders

Nederland vergrijst in rap tempo. In 20 jaar tijd is het aandeel 65-plussers in de Nederlandse bevolking gestegen van 14% naar 20%. De vergrijzing voltrekt zich in de grote steden minder hard. Terwijl de vergrijzing op landelijk niveau al lang en breed was ingezet, was in de G4-steden tot 2011 nog een afname van het aandeel 65-plussers te zien. Sindsdien neemt het aandeel 65-plussers ook in de G4 toe. Ondanks de hogere sterfte onder ouderen vanwege het coronavirus is het aantal Utrechters van 65+ ook in 2020 gestegen: de vergrijzing was sterker dan de oversterfte. De Utrechtse bevolking bestaat nu voor 11% uit 65-plussers. Dit is minder dan in de andere G4-steden en ver onder het landelijk gemiddelde. De omliggende gemeenten van Utrecht liggen daar tussenin. De omvang van de groep 65-plussers zal naar verwachting wel sterk groeien in Utrecht: van 38.000 in 2021 naar bijna 61.000 in 2040. Volgens de bevolkingsprognose blijft Utrecht echter een relatief jonge stad (zie hoofdstuk Stand & ontwikkeling).

Meer jonge vrouwen dan mannen

In Utrecht wonen meer jonge vrouwen dan mannen. Er wonen 42 duizend vrouwelijke twintigers tegenover 35 duizend mannelijke twintigers. Een dergelijke aantrekkingskracht voor vrouwen bestaat ook in Amsterdam. Steden als Delft en Eindhoven waar meer technische studies te volgen zijn, trekken meer jonge mannen. Het verschil is ook in de totale bevolking zichtbaar: begin 2021 wonen er 183 duizend vrouwen in Utrecht tegenover 177 duizend mannen. Dit verschil is overigens kleiner geworden: tien jaar geleden woonden er 10 duizend meer vrouwen dan mannen in Utrecht. Dit is geleidelijk afgenomen tot een verschil van circa 6 duizend.

Ruim helft Utrechtse huishoudens is alleenstaand

Meer dan de helft van de Utrechtse huishoudens betreft een alleenstaande. Het grote aantal alleenstaanden hangt samen met het grote aantal studenten in de stad. Het aandeel alleenstaanden in Utrecht is het afgelopen decennium wel licht afgenomen, van 54% naar 51%. Landelijk gezien is het aandeel alleenstaanden in die periode juist gestegen, van 36% naar 39%. De huishoudens in Utrecht zijn verder als volgt verdeeld: 21% paar zonder kinderen, 21% paar mét kinderen en 6% eenoudergezin. In vergelijking met andere studentensteden heeft Utrecht relatief weinig alleenstaanden en meer stellen met kinderen.

Utrecht minder eenoudergezinnen dan andere G4-steden

Het aantal eenoudergezinnen in Utrecht is toegenomen van 7.100 in 2001 tot 10.800 in 2021. Landelijk gezien neemt het aantal eenoudergezinnen sterker toe, en daarmee ook het aantal kinderen met één ouder in het huishouden. Uit cijfers van het CBS uit 2019 blijkt dat in Nederland 16% van de kinderen tot 18 jaar in een eenouderhuishouden woont. Naast het overlijden van een ouder kan die situatie ontstaan doordat ouders uit elkaar zijn gegaan of nooit hebben samengewoond. In de praktijk kan de zorg en opvoeding van deze kinderen geregeld zijn in een co-ouderschap waarbij zij deel uitmaken van de huishoudens van beide ouders. De kinderen staan echter ingeschreven op het adres van één van de ouders (het merendeel bij de moeder, nl. 89%). Over het algemeen is het aandeel kinderen in een eenouderhuishouden groter in stedelijke gebieden. Utrecht vormt hierop een uitzondering: begin 2019 woonde 14% van de Utrechtse kinderen in een eenouderhuishouden. Dit ligt onder het landelijk gemiddelde en ver onder het aandeel in Rotterdam (29%), Amsterdam (26%) en Den Haag (22%).

130.000 Utrechters met migratieachtergrond

Ruim een op de drie Utrechters heeft een migratieachtergrond (dit is een persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren): 12% heeft een westerse en 24% een niet-westerse migratieachtergrond. Het kenmerk migratieachtergrond wordt volgens de definitie van het CBS vastgesteld op basis van het geboorteland van de ouders of van zichzelf. Van de ruim 130.000 Utrechters met een migratieachtergrond is 53% in het buitenland geboren (eerste generatie) en 47% in Nederland (tweede generatie). Het aandeel inwoners met een migratieachtergrond is in Utrecht toegenomen van 29% in 2001 tot 36% in 2021.
De grootste migratiegroepen in Utrecht zijn inwoners met een Marokkaanse achtergrond (32.000), gevolgd door Turks (14.000), Surinaams/Antilliaans (11.000) en Indonesisch (8.000). De omvang van deze traditionele migratiegroepen neemt de laatste jaren niet meer zo sterk toe. Tegelijkertijd blijft het aantal Utrechters zonder migratieachtergrond redelijk stabiel. De groei van de Utrechtse bevolking vindt vooral plaats in de groep met westerse en overig niet-westerse migratieachtergrond (zie hoofdstuk Stand & ontwikkeling). De grootste groepen daarbinnen zijn nu Duitsland (6.000), India (4.000), China en het Verenigd Koninkrijk (beide 3.000).

Bevolking Utrecht divers: 172 nationaliteiten

Utrecht heeft een diverse bevolking: de stad herbergt 172 verschillende nationaliteiten. Begin 2016 waren dit er 161. Het kenmerk nationaliteit geeft weer of iemand wettelijk onderdaan is van een bepaalde staat, ofwel het staatsburgerschap. Ongeveer een op de tien Utrechters bezit niet de Nederlandse nationaliteit.